Tijdens mijn reizen ben ik mij steeds bewuster geworden van de manier waarop taal verbonden is met macht, identiteit en maatschappelijke positie. Wanneer je je verplaatst tussen verschillende landen en sociale contexten, vallen dingen op die in je eigen omgeving vaak vanzelfsprekend lijken. In Senegal werd dat voor mij heel concreet. De taal die het meest zichtbaar is, is niet per se de taal die de meeste mensen thuis of onderling gebruiken, maar de taal van bestuur, onderwijs en status.
Tijdens meerdere bezoeken aan Senegal werd ik telkens getroffen door de alomtegenwoordigheid van het Frans. Vrijwel alle officiële bewegwijzering, schoolborden en administratieve aanduidingen die ik zag, waren uitsluitend in het Frans opgesteld. Op een basisschool die ik bezocht om schoolspullen af te geven, waren alle informatieborden, instructies en schoolaanduidingen in het Frans. Ook in de klas waar wij mochten meekijken, waren de leerlingen bezig met Franse les.
Wat mij het meest raakte, was dat de kinderen moesten opstaan om de Marseillaise te zingen. Dat moment voelde voor mij ongemakkelijk en zelfs beschamend. Meer dan zestig jaar na de onafhankelijkheid leek de koloniale erfenis nog volledig aanwezig in het onderwijs. Niet als geschiedenisles, maar als dagelijkse praktijk.
Deze observaties sluiten nauw aan bij de analyse van Ibrahima Diallo (2006). Senegal werd in 1960 onafhankelijk, maar nam het Frans aan als enige officiële taal van de staat. Daarmee bleef de koloniale bestuurstaal institutioneel dominant. Frans bleef de taal van administratie, onderwijs en parlement. Diallo laat zien dat beheersing van het Frans sterk verbonden is met sociale mobiliteit en economische kansen.
Tijdens mijn gesprekken met lokale inwoners werd dit beeld bevestigd. Een schoonmaker vertelde mij bijvoorbeeld dat men heel goed Frans moet kunnen om kans te maken op een baan. Frans fungeert dus niet alleen als communicatiemiddel, maar als toegangstaal tot werk, status en maatschappelijke erkenning.
Tegelijkertijd is Frans voor het merendeel van de bevolking geen moedertaal. Volgens Diallo spreekt slechts ongeveer 20 procent van de bevolking Frans vloeiend en heeft minder dan 1 procent het Frans als moedertaal. Daartegenover staat dat Wolof door meer dan 80 procent van de bevolking wordt gebruikt als lingua franca. Deze demografische realiteit staat in scherp contrast met het officiële taallandschap, waarin Wolof opvallend weinig zichtbaar is.
Dat maakt het taallandschap van Senegal zo veelzeggend. De taal die veel mensen dagelijks gebruiken, verschijnt nauwelijks op de plaatsen waar macht, onderwijs en bestuur zichtbaar worden gemaakt. Frans staat op de gevels, de formulieren en de schoolborden. Wolof leeft op straat, in gesprekken, in families en in het dagelijks verkeer, maar krijgt in de officiële ruimte veel minder plaats.
Zoals Ingrid Piller (2017) stelt, weerspiegelen taalkeuzes in de publieke ruimte onderliggende taalideologieën. In het Senegalese taallandschap wordt Frans duidelijk gevaloriseerd als de taal van de staat, het onderwijs en maatschappelijke vooruitgang. Frans heeft in Senegal meer macht, omdat het de taal is van school, banen en officiële communicatie. Wolof wordt door veel mensen gebruikt en is sociaal gezien zeer belangrijk, maar geeft veel minder toegang tot formele mogelijkheden.
Daardoor ontstaat een scherpe kloof tussen de taal van het dagelijks leven en de taal van institutionele macht. Wie Frans beheerst, heeft meer kansen. Wie vooral Wolof spreekt, bevindt zich in een samenleving waarin de eigen dagelijkse taal minder gewicht krijgt op de plekken waar beslissingen worden genomen. Dat is geen neutraal taalverschil, maar een vorm van ongelijkheid die diep in het systeem zit.
Het taallandschap van Senegal laat zien dat de invloed van de koloniale tijd nog steeds doorwerkt. Hoewel het land politiek onafhankelijk is, is het officiële taalgebruik niet fundamenteel veranderd. Frans blijft de belangrijkste taal op scholen, in overheidscommunicatie en in veel publieke aanduidingen. Dat betekent dat succes en volwaardig meedoen in de samenleving nog steeds sterk verbonden zijn aan het beheersen van een koloniale taal.
Mijn eigen observaties maakten zichtbaar hoe diep deze taalideologie verankerd is in het dagelijkse leven. Taal is hier niet neutraal. Taal wijst aan wie toegang krijgt, wie wordt gezien en welke geschiedenis nog altijd doorwerkt in het heden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten