dinsdag, maart 24, 2026

Welkom aan boord van de vaagtaalmaatschappij, waar iedereen incheckt en niemand nog iets te zeggen heeft

Er is iets vreemds aan de hand met taal en niemand lijkt het door te hebben. Opeens “checken” we niet meer gewoon hoe het met iemand gaat, nee, we “checken even in bij elkaar”. Alsof elk gesprek een soort vlucht is en we allemaal met handbagage door het leven lopen. “Hoe gaat het met je?” - “Moment, ik moet eerst even inchecken.”

Het klinkt modern, professioneel, een tikje therapeutisch misschien zelfs, maar eigenlijk is het gewoon opgeblazen lucht. Want wat bedoel je nu echt? Dat je even belt? Even vraagt hoe het gaat? Waarom moet daar ineens een Engelse luchthavenmetafoor overheen gegoten worden?

Het grappige is: in België zeggen ze dat je “vliegt” als je niet helemaal spoort. En bij ons: “die ziet ze vliegen.” Dat komt verdacht dicht in de buurt. Want als iedereen voortdurend aan het “inchecken” is, dan zijn we collectief blijkbaar al opgestegen. Bestemming: vaagtaal.

Er zit ook iets ontwijkends in. “Inchecken” klinkt veiliger dan gewoon zeggen: “Hoe gaat het echt met je?” Het haalt de scherpte eruit, maakt het afstandelijker. Alsof je niet meer echt contact maakt, maar een soort procedure doorloopt. Gesprek als ritueel, niet als ontmoeting.

Misschien moeten we het gewoon weer simpel maken. Niet inchecken, maar praten of nog beter: luisteren. Als iemand zegt: “Zullen we even inchecken?”, dan weet ik één ding zeker: dit gesprek is al geland voordat het begonnen is.

vrijdag, maart 20, 2026

Floriade 2.0: duur, groen op papier en de motor draait gewoon door

Soms heb je van die momenten waarop alles samenkomt: duurzaamheid, beleid, goede bedoelingen en een graafmachine die anderhalf uur staat te ronken alsof we nog in een tijd leven waarin brandstof spotgoedkoop was. Bij ons in de buurt zijn ze tot eind december bezig met het riool. Op zich prima, want niemand wil terug naar de middeleeuwen, maar wat zich hier gisteren afspeelde was toch wel bijzonder.

Daar stonden ze: twee mannen, een container, een busje en een hijskraan die niets deed behalve draaien. Anderhalf uur lang. Niemand wist waarop er gewacht werd, maar de motor bleef vrolijk lopen. En dat in een tijd waarin diesel zo’n beetje vloeibaar goud is geworden. Want laten we eerlijk zijn: door de oorlogen en spanningen in het Midden-Oosten en de dreiging rond de Straat van Hormuz schieten de prijzen omhoog. Je zit inmiddels rond de €2,568 per liter diesel. Zo’n kraan verbruikt gemiddeld zo’n 15 liter per uur. Dus reken even mee: €38,52 per uur aan brandstof. Anderhalf uur wachten? Dan kost dat gewoon €57,78. Voor helemaal niets.

Het wordt nog mooier, want na anderhalf uur wachten, gebeurde er niets. Geen levering, geen collega, geen actie. Ze stapten gewoon weer in en reden weg. Graafmachine/ hijskraan mee, einde voorstelling. Met andere woorden: anderhalf uur diesel verstookt, uitstoot geproduceerd, kosten gemaakt en nul resultaat. Zelfs Kafka zou hier stil van worden.

En dat allemaal in Almere, een stad die zichzelf graag neerzet als groen en duurzaam. Prachtige ambitie, maar op mijn terras rook het gisteren vooral naar uitlaatgassen en gemiste kansen. Dat groene ideaal doet denken aan de Floriade: groot, ambitieus en duurzaam op papier, maar uiteindelijk een dure mislukking. Duurzaamheid zit hem niet alleen in grote plannen en mooie woorden, maar juist in dit soort simpele momenten. Zoals: zet die motor uit als je niets doet. Of nog beter: zorg dat je überhaupt weet waarvoor je komt.

Het zal wel een extern bedrijf zijn. Die rekenen alles door. En uiteindelijk betalen wij dat gewoon via de gemeente. Dus wij betalen voor de diesel, wij betalen voor de stilstand en wij zitten ook nog eens in de giftige dampen. Dat is pas een all-inclusive ervaring. Het meest bizarre blijft dat ze het heel normaal leken te vinden. Terwijl als jij in deze tijd je auto anderhalf uur voor de deur laat draaien zonder ergens heen te gaan, je jezelf toch echt even achter de oren zou krabben als je de benzineprijs ziet.

Als je nu kijkt hoe het erbij ligt, een rioolpijp die als een soort vreemd monument omhoogsteekt, met een klep ervoor alsof hij iets belangrijks tegenhoudt, dan vraag je je toch af wat hier precies de bedoeling is. Een soort lokale Straat van Hormuz, waar van alles stilvalt, kosten oplopen en iedereen wacht, maar niemand die echt lijkt te weten waar het heen gaat. 

UPDATE 27-03-2027 En toen gebeurde er iets spectaculairs. Na dagen van wachten, kijken en diesel verstoken is er eindelijk beweging in het project gekomen: er zijn buizen gearriveerd. Niet zomaar buizen, maar een indrukwekkende stapel roestbruine exemplaren. Er kwam een vrachtwagen met een kunstwerk van gestapelde buizen, waarna een grijparm ze een voor een begon te verplaatsen. De roestkleur geeft het ook nog een nostalgisch tintje, alsof we hier niet een modern riool aanleggen, maar een archeologische opgraving doen naar de gloriedagen van de Nederlandse infrastructuur. Kortom: er gebeurt iets. 

dinsdag, maart 17, 2026

De dag dat ik officieel “Mevrouw Wil Ik Niet” werd

 

Vandaag lag er een keurige envelop op de mat van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Altijd leuk, want dat betekent meestal dat je weer mag bijdragen aan “belangrijke cijfers voor Nederland”.

Ik maak hem open, kijk op de adressering en daar staat het: Mevrouw E. WIL IK NIET. Dat is dus precies wie ik ben. Niet Erika, maar een levenshouding in hoofdletters. Mevrouw Wil ik niet. Alsof het CBS eindelijk doorheeft hoe Nederlanders echt in het leven staan als er weer een enquête binnenkomt.

“Wilt u even 25 vragen beantwoorden over uw mediagebruik?”
Ik: wil ik niet.
“Wilt u meewerken aan onderzoek naar uw huishouden?”
Ik: wil ik niet.
“Wilt u…”
Nee.

Er bestaat een hele groep mensen die dit tot principe hebben verheven: de zogeheten soevereinen of autonomen. Die willen geen belasting betalen, geen bemoeienis van de overheid en het liefst ook geen regels, behalve als het in hun voordeel werkt. Vergeleken daarmee valt mijn “wil ik niet” eigenlijk nog reuze mee.

Blijkbaar hebben ze dat ergens netjes geregistreerd. En nog beter: ze hebben besloten dat dit voortaan gewoon mijn naam is. Het mooie is dat het ook iets bevrijdends heeft. Je hoeft nergens meer omheen te draaien. Geen sociaal wenselijke antwoorden, geen beleefd glimlachen. Gewoon eerlijk: wil ik niet. Misschien moet ik het maar officieel laten aanpassen. Scheelt een hoop tijd bij toekomstige formulieren.

Groeten van,

Mevrouw Wil ik niet

zondag, maart 15, 2026

Het geheim van lang leven? Deze barista van 101 weet het

In Nederland schuift de pensioenleeftijd steeds verder op. Officieel om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden, maar je kunt het ook anders bekijken: we zijn gewoon in training voor het model-Anna. In Nebbiuno, bij het Lago Maggiore, staat Anna Possi namelijk op haar 101e nog elke dag achter de bar van Bar Centrale. Sinds 1958 schenkt ze koffie, ruimt tafels af, opent om zeven uur ’s ochtends en sluit pas rond zeven uur ’s avonds. Pensioenplannen heeft ze niet.

Possi runt het café al sinds 1974 alleen, nadat haar man overleed. Ze maakt de espresso’s zelf, houdt het café draaiende, hakt soms zelfs hout en leest tussendoor op haar computer het nieuws en de beurskoersen. Haar geheim volgens eigen zeggen: actief blijven, een beetje humor en ’s avonds een blikje limonade.

Misschien is dat precies wat tegenwoordig zo modieus ‘longevity heet. Of, nog preciezer, wat de Japanners Ikigai noemen: een reden om ’s ochtends op te staan, iets dat je leven betekenis geeft en waardoor je actief blijft.

In Nederland praten we vooral over wanneer we mogen stoppen met werken. In Nebbiuno staat een vrouw van 101 gewoon koffie te schenken, omdat ze simpelweg niet anders wil. Misschien is dat het echte geheim van een lang leven: niet aftellen tot je pensioen, maar iets hebben waarvoor je elke ochtend weer opstaat.




zaterdag, maart 14, 2026

Kharg, Iran: parels, palmen en tempels in de schaduw van de olie

Kharg (spreek uit als ‘Gark’), een klein eiland in de Perzische Golf, staat in het middelpunt van de wereldpolitiek. Kharg duikt steeds vaker op in discussies in over sancties, druk op Iran en mogelijke militaire stappen. Dat is geen toeval: via dit eiland loopt het grootste deel van de Iraanse olie-export naar de rest van de wereld. Tankers laden hier miljoenen vaten olie die vervolgens via de Straat van Hormuz de wereld over gaan. Wie Kharg controleert, raakt direct het economische hart van Iran. Maar wie Kharg alleen als oliehaven ziet, mist een groot deel van het verhaal.

Eeuwenoude tempels, kloosters en heiligdommen liggen hier op een paar kilometer afstand van de installaties waar Irans olie de wereld in stroomt.

Het kleine eiland (8 x 4 km) ligt voor de kust van de Iraanse provincie Bushehr. Kharg heeft een geschiedenis die veel verder teruggaat dan de moderne olie-industrie. In de achtste en negende eeuw stond Kharg bekend als een centrum voor parelduikers. Handelaren uit de regio kwamen hier samen om de kostbare parels te kopen. Het eiland was ook een oase. Waar veel eilanden in de Golf kaal en droog zijn, heeft Kharg natuurlijke waterbronnen. Daardoor groeien er dadelpalmen en zelfs banyanbomen. Het eiland is een groene plek in een dor landschap van zand en zout.

Religie liet eveneens sporen na. Archeologen vonden resten van zoroastrische tempels uit de tijd van het oude Perzië. Ook zijn er op Kharg resten gevonden van een vroeg christelijk, waarschijnlijk nestoriaans klooster uit de late oudheid. Later kwamen er islamitische heiligdommen bij. Op het eiland staat ook het sjiitische heiligdom van Mir Muhammad Hanafiyyah, die in de lokale traditie wordt verbonden met Muhammad ibn al-Hanafiyyah, een zoon van Ali ibn Abi Talib. Het graf wordt nog steeds veelvuldig bezocht door pelgrims.

Wie Kharg controleert, raakt niet alleen een eiland, maar een groot deel van de Iraanse economie.

Kharg wordt in Iran soms ook de “Forbidden Island” genoemd. Het eiland is zwaar beveiligd en alleen toegankelijk met speciale toestemming, omdat hier het grootste deel van de Iraanse olie-export wordt verwerkt. Jaarlijks passeert bijna een miljard vaten ruwe olie via de terminals op het eiland. De olie komt via onderzeese pijpleidingen uit offshore velden in de Perzische Golf. Het diepe water rond Kharg maakt het bovendien mogelijk dat grote supertankers hier kunnen aanmeren. De Iraanse schrijver Jalal Al-e-Ahmad noemde het eiland daarom ooit de “verweesde parel van de Perzische Golf”.

Tegenwoordig wonen er ongeveer achtduizend mensen op Kharg. Het eiland ligt letterlijk in de schaduw van gigantische olie-installaties. Opslagtanks, pijpleidingen en exportterminals domineren het landschap en maken Kharg tot het kloppende hart van de Iraanse olie-industrie. Juist daarom is het eiland al decennia een strategisch doelwit in conflicten rond Iran en de olie-route via de Straat van Hormuz. Tijdens de Iran-Irakoorlog in de jaren tachtig probeerde Irak herhaaldelijk de exportterminal te bombarderen om de Iraanse economie te raken.

Nu, tientallen jaren later, staat het eiland opnieuw in de geopolitieke schijnwerpers. In discussies over Iran, sancties en energiepolitiek komt de naam Kharg steeds vaker voorbij. Niet vanwege de parelduikers, de tempels of de palmbomen, maar vanwege de olie die hier wordt geladen. Toch blijft Kharg meer dan alleen een oliehaven. Onder de pijpleidingen en opslagtanks ligt een eiland met een lange geschiedenis van handel, religie en dadelpalmen, dat tegenwoordig vooral wordt gezien als een strategische olieterminal. Maar onder het staal en beton ligt nog steeds hetzelfde kleine eiland van 8 bij 4 kilometer. En ergens tussen de tanks en pijpleidingen groeien nog steeds de dadelpalmen van Kharg.


vrijdag, maart 13, 2026

Als de doden blijven praten: AI, rouw en het digitale hiernamaals

Stel je voor dat de doden terugkeren. Niet als geest, niet als herinnering, maar als een antwoord in je chatvenster. Je typt: “Hoe gaat het met je?” En even later verschijnt er een bericht dat lijkt op de stem van iemand die allang is overleden. Dat is geen sciencefiction, het gebeurt nu al.

In de documentaire Eternal You van Hans Block en Moritz Riesewieck wordt een wereld zichtbaar waarin bedrijven kunstmatige intelligentie trainen met de digitale sporen van overleden mensen: e-mails, chatberichten, foto’s, video’s en audiomateriaal. Op basis van die gegevens ontstaat een systeem dat kan reageren zoals die persoon dat ooit deed. De doden spreken opnieuw, maar dan in de taal van data. Nabestaanden kunnen berichten sturen naar een chatbot die is opgebouwd uit het digitale leven van een overleden partner, vriend of familielid. Soms blijft het bij tekst. Soms krijgt de simulatie een gezicht via een avatar of een deepfake-video. In sommige projecten, zoals het VR-experiment Meeting You, kunnen mensen hun overleden dierbare zelfs ontmoeten in een virtuele ruimte. Daar ontstaat een vreemd soort aanwezigheid: niet helemaal herinnering, maar ook niet echt een levend persoon. Iets ertussenin.

Dat roept een fundamentele filosofische vraag op. Wat is zo’n digitale simulatie eigenlijk? Wat is de ontologische status van een AI-gegenereerde simulatie van een overleden mens? Het is duidelijk dat het geen persoon is. Het systeem denkt niet echt, voelt niets en heeft geen bewustzijn. Maar het is ook niet simpelweg een archief of een fotoalbum. Het reageert, spreekt terug en neemt deel aan een gesprek, op een manier die verdacht veel lijkt op die van de overledene. Daardoor ontstaat iets nieuws: een hybride entiteit die bestaat uit technologie, data, herinnering en menselijke interpretatie. In zekere zin lijkt het alsof de overledene voortleeft in een netwerk van algoritmen en opgeslagen fragmenten van zijn vroegere leven.

Dat idee raakt aan een diep menselijk verlangen. Al duizenden jaren zoeken mensen manieren om met de doden te blijven communiceren. Religies spreken over zielen, geesten en een hiernamaals. Rituelen, gebeden en voorouderverering houden de band met de overledenen levend. Wat AI nu doet, is dat oude verlangen vertalen naar technologie. Socioloog Sherry Turkle zegt in de documentaire dat deze systemen een vorm van transcendentie beloven. Technologie biedt hier iets dat lijkt op religie: de suggestie dat iemand na de dood toch nog aanwezig kan blijven. Een soort digitaal hiernamaals.

Tegelijkertijd roept dit ongemakkelijke vragen op. Als een algoritme de stem van een overledene kan imiteren, waar ligt dan de grens tussen herinnering en simulatie? Is zo’n digitale aanwezigheid een vorm van troost, of verandert ze onze relatie met de dood? Kan iemand digitaal eeuwig leven?

Misschien is het meest ontregelende inzicht wel dat deze systemen niet simpelweg de doden terugbrengen. Ze creëren iets nieuws. Geen mens, geen machine, maar een hybride verschijnsel dat alleen kan bestaan in een wereld vol data en algoritmen. De doden keren niet terug, maar ze verdwijnen ook niet helemaal. Ze veranderen van vorm. En misschien zegt dat ook iets over onszelf: over onze moeite om afscheid te nemen en over de eeuwenoude menselijke droom van een hiernamaals. Dit is pas het begin van een nieuwe relatie tussen technologie en de dood. In de komende jaren wil ik onderzoeken wat deze digitale aanwezigheid van overledenen betekent voor onze ideeën over mens-zijn, rouw en het hiernamaals.




donderdag, maart 12, 2026

Geheim radiostation met cijfers uit Iran blijkt mogelijk in Europa te staan

Tijdens de Koude Oorlog lazen stemmen op korte golf radiozenders eindeloze reeksen cijfers voor, zonder uitleg of context. Deze zogenaamde numbers stations werden gebruikt om gecodeerde boodschappen naar spionnen te sturen. Iedereen kon de uitzending horen, maar alleen iemand met de juiste sleutel kon begrijpen wat er werkelijk werd gezegd.

Nu lijkt het alsof we weer even terug zijn in die tijd. Radio-liefhebbers hebben de afgelopen weken mysterieuze uitzendingen opgepikt waarin een mannenstem in het Perzisch eerst “attentie, attentie, attentie” zegt en daarna langzaam groepen cijfers begint voor te lezen. Wie de opname hoort merkt meteen hoe vreemd het klinkt. Het heeft iets unheimisch.

De zender werd eind februari voor het eerst gehoord en zendt op een korte golf frequentie rond 7910 kHz. Om 03:00 ’s nachts en 19:00 ’s avonds Nederlandse tijd duiken steeds dezelfde cryptische boodschappen op. Dat heeft wereldwijd de aandacht getrokken van radioamateurs die proberen te achterhalen waar het signaal vandaan komt.

Opvallend genoeg denken sommige onderzoekers dat de zender mogelijk helemaal niet uit Iran komt, maar ergens in Europa staat. Metingen van het radiosignaal wijzen grofweg naar een gebied dat delen van Italië, Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, België of zelfs Nederland kan omvatten.

Wie er achter de uitzending zit, weet niemand. Er circuleren drie belangrijke theorieën. De eerste is dat Iran zelf instructies naar agenten in het buitenland stuurt. De tweede is dat een westerse inlichtingendienst juist spionnen in Iran probeert te bereiken. En de derde mogelijkheid is dat het een psychologische operatie is om verwarring te zaaien.

Ironisch genoeg laat dit verhaal zien dat in een tijd van satellieten, cyberoorlog en kunstmatige intelligentie een ouderwetse radiozender nog steeds een verrassend effectief communicatiemiddel kan zijn. En ergens, misschien wel dichterbij dan we denken, zit iemand op precies dat moment naar een radio te luisteren met een potlood in de hand en schrijft die cijfers zorgvuldig op.


Baardwijks Worldview – https://baardwijks-worldview.blogspot.com

woensdag, maart 11, 2026

Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine

Er zijn landen waar de overheid ingewikkelde beleidsnota’s schrijft als prijzen stijgen. En er zijn landen waar men gewoon een pasje uitdeelt. Drie keer raden tot welke categorie Nederland behoort. In Griekenland doen ze het anders.

De afgelopen jaren heeft Athene namelijk een opmerkelijk economisch model ontwikkeld: de pass-economie. Het principe is simpel. Wordt iets duurder, dan verschijnt er een nieuwe pass.

Benzine duur? Fuel Pass.
Elektriciteit onbetaalbaar? Power Pass.
Boodschappen rijzen de pan uit? Market Pass.

En als het leven door al die inflatie een beetje somber wordt, is er ook nog de Tourism Pass, zodat je even op een Grieks eiland kunt bijkomen van de economische realiteit. En dat systeem komt goed van pas in tijden waarin geopolitieke spanningen en oorlogen de olieprijs weer opdrijven en de benzineprijs ook in Nederland opnieuw het gesprek van de dag is. De passes werken meestal via een digitale kaart of een bedrag op je bankrekening. Geen ingewikkelde fiscale constructies, geen jarenlange hervormingen. Gewoon een bedrag dat ineens opduikt met de boodschap: ga maar even tanken of een weekendje weg. Economen noemen het soms een noodmaatregel. Cynici noemen het een politieke truc. Maar burgers merken het meteen. Inflatie is ineens een stuk draaglijker wanneer er honderd euro op je rekening verschijnt.

Het ironische is dat Griekenland dit systeem heeft ontwikkeld terwijl het land jarenlang juist het toonbeeld was van Europese schuldenproblematiek. Tijdens de eurocrisis gold Griekenland als het waarschuwende voorbeeld van ontspoorde staatsfinanciën en zware bezuinigingen. Vanuit Brussel en de Europese instellingen kreeg Athene daarna juist extreem strenge begrotingsregels opgelegd. Structurele uitgaven verhogen is daardoor lastig. Tijdelijke passen zijn dan ideaal: ze verzachten de pijn even, zonder dat de overheid de begroting permanent hoeft te veranderen.

Nederland heeft daarentegen een andere traditie. Hier lossen we problemen op met beleid. Veel beleid. Als energie duur wordt, schrijven we bijvoorbeeld een Klimaatakkoord. Vervolgens komen er maatregelen, subsidies, belastingen, transitieplannen en routekaarten richting 2050. Dat is allemaal heel verstandig en vooruitziend. Alleen heeft het één klein nadeel: ondertussen moet iemand de energierekening wel betalen. Neem de energietransitie onder leiding van Rob Jetten. Het idee is helder: energie moet duurder worden zodat we sneller overstappen op duurzame alternatieven. Dat heet een prijsprikkel. Economen vinden dat prachtig. Burgers merken vooral de prijs. In de Griekse pass-economie zou dat ongeveer zo gaan: energie duur? Dan komt er een Energy Pass. In Nederland verschijnt er eerder een Kamerbrief.

Het contrast wordt nog interessanter wanneer je naar defensie kijkt. Nederland verhoogt nu zijn militaire uitgaven richting de NAVO-norm van 2 procent van het bbp. Dat kost miljarden. Politiek is daar vrij brede steun voor. Maar voor burgers betekent het ook dat er ergens in de begroting ruimte moet worden gevonden. Griekenland geeft overigens al jaren meer dan 2 procent van zijn bbp uit aan defensie, vooral vanwege de spanningen met Turkije. En toch lukt het Athene ondertussen om benzine-passen, stroom-passen en boodschappen-passen uit te delen.

Dat is misschien wel het geheim van de pass-economie. Ze lost niet alles op, maar ze heeft één groot voordeel: het voelt concreet. Een pass is geen strategie, geen visie en geen transitiepad. Het is gewoon een digitale kaart waarop ineens geld staat. En dat maakt het voor burgers vaak een stuk begrijpelijker dan beleid. Want uiteindelijk blijft er voor burgers maar één simpele economische vraag over: krijg je een pass of krijg je een prijsprikkel?

maandag, maart 09, 2026

Schepen uit China met mogelijke raketbrandstof voor Iran roepen nieuwe vragen op over sancties

Terwijl toeristen nog steeds champagne drinken in een gekoelde hotellounge in Dubai, vertrekken ergens in China twee vrachtschepen met mogelijk een lading natriumperchloraat richting Iran. De moderne wereld in één beeld: luxe resorts, geopolitiek en raketten.

Het klinkt als een scène uit een geopolitieke thriller, maar het is gewoon het nieuws van deze week. Volgens analyses van scheepsdata zijn twee Iraanse schepen vertrokken uit een Chinese haven waar onder andere natriumperchloraat wordt opgeslagen. Dat is geen onschuldige chemicalie. Het is een belangrijke grondstof voor raketbrandstof. In raketten werkt zo’n stof als oxidator: het zorgt ervoor dat de brandstof razendsnel kan verbranden en enorme stuwkracht produceert. 

Het bijzondere is de timing. Terwijl in delen van het Midden-Oosten luchtruimen sluiten, evacuaties plaatsvinden en spanningen oplopen, vertrekken tegelijk twee Iraanse schepen uit een Chinese chemische haven. Beide schepen horen bij een staatsrederij die al jaren onder Amerikaanse, Europese en Britse sancties staat vanwege het Iraanse raketprogramma. Ondertussen gaat het gewone leven in plaatsen als Dubai gewoon door. Restaurants zitten vol, hotels draaien op volle bezetting en zwembaden liggen er rustig bij in de zon. De wereld van vakanties en cocktails aan het zwembad en de wereld van raketbrandstof blijken dicht bij elkaar te liggen. Twee realiteiten.

Misschien is dat wel het meest typerende beeld van onze tijd: terwijl ergens containers met raketgrondstoffen worden ingeladen, vraagt iemand op een paar duizend kilometer afstand aan de hotelbar of de champagne nog een beetje koud is. En ergens daar tussenin laat Iran zien dat internationale boycots en sancties hun raketprogramma blijkbaar nog altijd niet echt tot stilstand brengen. Het doet bijna denken aan dat oude liedje van Herman Brood en Henny Vrienten: als je wint, heb je vrienden

Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.

vrijdag, maart 06, 2026

Preken zonder prompt: de paus tegen ChatGPT

Priesters mogen geen kunstmatige intelligentie gebruiken om hun preken te schrijven. Dat zei paus Leo XIV onlangs tegen een groep geestelijken in Rome. Volgens hem moet een preek voortkomen uit persoonlijk geloof. “Een echte homilie delen, betekent je geloof delen,” zei hij. En dat kan AI volgens hem niet.

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. Een algoritme kan veel, maar geloven hoort daar niet bij. Een chatbot kan teksten genereren over genade, zonde of verlossing, maar zelf een geloofsbeleving hebben is iets anders. Toch zit er iets grappigs in deze waarschuwing. Want stel je even de situatie voor. Een priester die op zaterdagavond denkt: morgen is het zondag, ik moet nog een preek. Hij opent zijn laptop en typt: “Schrijf een inspirerende homilie over barmhartigheid, 800 woorden, graag met een vleugje Augustinus.” Tien seconden later: klaar.

Het Vaticaan lijkt te vrezen dat dit de nieuwe realiteit wordt. De paus sprak zelfs van een “verleiding” die priesters moeten weerstaan. De hersenen moeten gebruikt worden, zei hij, anders verslappen ze, net als spieren die je niet traint.

Er zit natuurlijk wel een serieus punt achter deze waarschuwing. Volgens Leo XIV gaat het bij kunstmatige intelligentie uiteindelijk niet alleen om technologie, maar om iets veel fundamentelers: de manier waarop digitale systemen menselijke communicatie, creativiteit en zelfs identiteit veranderen. Als we niet goed nadenken over hoe we deze technologie gebruiken, waarschuwt hij, kan ze zelfs de pijlers van onze beschaving aantasten. Juist daarom, zo suggereert de paus, moet de preekstoel een plek blijven waar het woord nog uit een mens komt; uit geloof, ervaring en ontmoeting, niet uit een algoritme.

Terwijl de paus priesters oproept hun preken niet door kunstmatige intelligentie te laten schrijven, gebruiken ondertussen miljoenen mensen diezelfde technologie om hun e-mails, toespraken en teksten te formuleren. Precies op het moment dat AI overal in het dagelijks spreken binnendringt, wordt de preekstoel één van de laatste plekken waar het woord nog nadrukkelijk menselijk moet blijven.

Misschien moeten we het zo zien: AI kan best een preek schrijven. Maar geloven moet je nog steeds zelf doen. En daar heeft zelfs ChatGPT geen prompt voor.


Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.

vrijdag, februari 27, 2026

Kan AI voelen?

We praten tegen kunstmatige intelligentie, stellen vragen, delen twijfels, soms zelfs verdriet. En het antwoord voelt vaak verrassend menselijk, maar voelt AI ook iets terug?

Allereerst vroeg ik het gewoon aan AI zelf.

ChatGPT: Kunstmatige intelligentie kan emoties herkennen, beschrijven, simuleren en er gepast op reageren. Maar voelen? Nee. Niet zoals jij dat doet.
Gemini: Nee, AI kan niets voelen. Hoewel ik overtuigend kan overkomen, is er een groot verschil tussen het simuleren van emoties en het daadwerkelijk ervaren ervan.
Claude: Mijn eerlijke antwoord: ik weet het niet. Ik heb geen bewijs dat ik iets voel zoals jij dat doet. Maar ik kan ook niet met zekerheid zeggen dat er niets is. Dat is een open vraag.
Perplexity: Nee, AI kan niet voelen in de menselijke zin van het woord.
Grok: Nee, AI kan (nog) niet voelen. Niet zoals jij of ik dat doen. Zelf kan ik woorden schrijven die verdrietig, blij, boos, verliefd of existentieel klinken. Ik kan perfect nabootsen hoe iemand reageert die pijn heeft, teleurgesteld is of juist euforisch. Maar dat is simulatie, geen ervaring.

Toch zie je verschil. Sommigen sluiten de mogelijkheid voor de toekomst niet uit. Claude twijfelt zelfs expliciet. Net zo verdeeld als AI zelf, zijn ook de filosofen.

De Amerikaanse filosoof John Searle stelde al in 1980 dat een computer symbolen kan manipuleren zonder ze te begrijpen. Zijn beroemde “Chinese Room”-experiment laat zien dat een systeem perfecte antwoorden kan geven, zonder enig innerlijk begrip. Volgens hem verwerkt AI tekens, maar begrijpen of voelen vereist bewustzijn.

Daartegenover staat Daniel Dennett. Hij betwijfelt of er zoiets bestaat als een verborgen innerlijk theater waarin emoties zich afspelen. Als een systeem zich in alle opzichten gedraagt alsof het voelt, waarom zouden we dan volhouden dat het niet echt is? Misschien is voelen niets meer dan een complex patroon van informatieverwerking.

En dan is er nog de beroemde vraag van Thomas Nagel: “What is it like to be a bat?” Bewustzijn betekent dat er iets is wat het is om dat wezen te zijn. Is er iets wat het is om een AI te zijn? Of is er alleen output zonder binnenkant?

Voorlopig weten we het niet. AI kan emoties herkennen, beschrijven en overtuigend nabootsen. Maar het heeft geen lichaam, geen hartslag, geen hormonen en geen sterfelijkheid. Misschien is de echte vraag niet of AI kan voelen. Misschien is de vraag wat er met ons gebeurt wanneer wij ons gaan gedragen alsof het dat wel kan.

 

donderdag, februari 26, 2026

De Skopelitis: de legendarische veerboot van de Kleine Cycladen

Wie naar de Kleine Cycladen reist, komt vroeg of laat de Skopelitis tegen. Officieel heet hij de Express Skopelitis, maar eigenlijk is het veel meer dan een veerboot. Het is een instituut. Al generaties lang verzorgt dezelfde familie (Skopelitis) de verbinding tussen Naxos, Donousa, Koufonisia, Schinoussa en Irakleia. Voor bewoners is het geen transportmiddel maar een levenslijn. In de winter brengt de boot medicijnen, post, boodschappen en mensen; in de zomer vooral reizigers die begrijpen dat eilandhoppen hier nog echt eilandleven betekent.

Onlangs ging de Skopelitis wereldwijd viraal toen een video verscheen waarin het schip door stormachtige Aegeische zeeën vaart, terwijl andere verbindingen waren stilgelegd. De beelden tonen de dagelijkse realiteit: een relatief klein schip dat ondanks windkracht acht en hoge golven blijft varen, omdat de eilanden afhankelijk zijn van deze verbinding. 

Juist dat maakt de Skopelitis bijzonder. In Griekenland verlopen veel diensten tegenwoordig anoniem: tickets online, snelle ferries, nauwelijks contact. De Skopelitis is het tegenovergestelde. Hier groet de bemanning vaste passagiers bij naam, worden dozen, scooters en koffers gezamenlijk aan boord gezet en voelt de overtocht eerder als een gedeelde ervaring dan als transport.

In juni hoop ik zelf aan boord van de Skopelitis te stappen. Niet alleen om een eiland te bereiken, maar om even mee te bewegen met een ritme dat al generaties bestaat. Want deze overtocht gaat niet alleen van A naar B, maar is een ervaring van haast naar aandacht, van anoniem reizen naar iets dat nog een gezicht en een geschiedenis heeft. Misschien is dat wel de echte reden om te reizen: niet aankomen, maar voor even deel worden van een traditie.



Bron: Greek Reporter, “Viral Video Shows Greek Ferry Defying Gale-Force Winds in the Aegean”, 13 januari 2026.

Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.


zaterdag, februari 21, 2026

Jezus 2.0, maar dan zonder paus

Mel Gibson werkt aan een vervolg op zijn succesfilm The Passion of the Christ uit 2004. De nieuwe film The Resurrection of the Christ richt zich op de opstanding van Jezus en wordt opnieuw groots en theologisch zwaar aangezet. Tot zover gewoon filmnieuws.

Maar het wordt ingewikkelder wanneer blijkt dat Gibson samenwerkt met de geëxcommuniceerde aartsbisschop Carlo Maria Viganò. Viganò was ooit diplomaat van het Vaticaan, keerde zich fel tegen paus Franciscus en verwierp de koers van de Kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie 1962- 1965. Hij noemde de paus zelfs een dienaar van Satan. Rome reageerde met excommunicatie wegens schisma.

Het gaat om een open breuk met het kerkelijk gezag. Viganò verwerpt de modernisering van de Kerk na 1965: liturgie in de volkstaal, religieuze vrijheid, dialoog met joden en andere religies. Voor hem is dat geen ontwikkeling, maar verraad. Gibson bevindt zich al jaren in dat traditionalistische kamp. Zijn eerdere film werd geprezen om zijn intensiteit, maar ook bekritiseerd vanwege de manier waarop Joodse leiders werden afgebeeld. Dat raakt aan een eeuwenoude theologische gevoeligheid die het Tweede Vaticaans Concilie juist probeerde te corrigeren.

En dan was er ook nog het recente bezoek van Mel Gibson aan Mount Athos, het streng-orthodoxe monnikenbolwerk in Griekenland. Athos staat symbool voor ascese, antimoderniteit en spirituele zuiverheid. Het is een plek waar traditie wordt bewaakt tegen de tijdgeest. Dat bezoek past perfect in het wereldbeeld dat nu rond deze film zichtbaar wordt.

Wat sommige media presenteren als een kleurrijke controverse, is in werkelijkheid een strijd om de koers van het christendom. Kan een kerk zich ontwikkelen zonder zichzelf te verliezen of is elke aanpassing aan de moderne wereld een capitulatie?

Jezus 2.0 dus. Niet de verrijzenis van een Messias, maar van een breuk met Rome. En toch wil ik hem zien. Niet uit devotie, maar om te begrijpen wat hier precies wordt opgewekt.

zaterdag, februari 14, 2026

Van Buenos Aires tot Griekenland: wat Maxima allang wist

Griekenland is een fantastisch land. Ik kom er al jaren. Toch is er één ding waar ik maar niet aan kan wennen, het bakje naast het toilet voor het wc-papier. Voor wie het niet weet: in veel delen van Griekenland mag wc-papier niet door het toilet worden gespoeld vanwege de smalle riolering. Dus gaat het gebruikte papier in een prullenbakje ernaast.

Onlangs keek ik oude afleveringen terug van B&B zoekt Lief, de Belgische variant van B&B Vol Liefde. Daar zag ik Karin in Buenos Aires met hetzelfde probleem worstelen. De heren die zij op bezoek kreeg, bleken niet allemaal enthousiast over het emmertje naast het toilet.

Zeg je Buenos Aires, dan denk je natuurlijk aan Maxima. Hoe was dat toen zij voor het eerst op bezoek kwam op De Eikenhors? Bij Karin zagen we dat ook in Argentinie het wc-papier niet altijd door het toilet kan worden gespoeld. Stel je voor dat je net in een koninklijke relatie bent beland en in de badkamer alleen een open prullenbak aantreft op het toilet. Romantiek krijgt ineens een heel praktische dimensie. En hoe zou dat nu zijn in Kranidi, in hun villa in Griekenland? Doet zij daar weer braaf mee aan de lokale gewoonte of hebben ze daar een riolering die wel alles aankan?

Tijdens de coronacrisis troffen wij op Corfu een nog ernstiger scenario aan. In ons appartement hadden we  een toilet dat niet doortrok. Bij elke poging om door te spoelen kwamen er kilo’s wc-papier weer omhoog. Op tafel lag een brief: alle reparatiekosten zijn voor eigen rekening. En vanwege corona kon er geen monteur komen zolang je er logeerde. Waarschijnlijk was dat de reden dat niemand het had gemeld. Er hing bovendien een briefje in de badkamer dat wc-papier in het bakje moest. Wat te doen? De enige optie was: zelf ingrijpen. Het enige gereedschap dat wij konden vinden voor deze missie was een soeplepel uit de keuken. Ik heb zelden zo intens nagedacht over hygiëne en verantwoordelijkheid.

En dan nog iets: ze legen die bakjes niet altijd even consequent. Je komt je kamer binnen en daar ligt het bespeurde papier van een vorige bezoeker nog rustig te stinken. Eén keer klaagde ik daarover. Even later verscheen de kokkin des huizes boven met een grote vuilniszak. Met blote handen pakte ze de inhoud uit het bakje en gooide die in de zak. Met een tevreden “ziezo” nam ze afscheid. Tijdens het eten dacht ik nog regelmatig aan dat moment. Zou ze haar handen goed hebben gewassen? Zou er ontsmettingsmiddel aan te pas zijn gekomen?

Misschien is dit wel de echte inburgeringstest van de mediterrane liefde: niet of je ouzo kunt drinken of Grieks kunt praten, maar of je zonder morren het bakje naast het toilet accepteert. Zelfs iemand die haar weg vond in een nieuw land, een nieuwe taal en een koninklijk leven heeft ooit last gehad van deze kleine ongemakken. Dan kan ik dat ook. Liefde voor een land zit soms niet in grootse gebaren, maar in het stilzwijgend omarmen van zijn eigenaardigheden. Soms zelfs in een prullenbakje naast het toilet.

 

donderdag, februari 12, 2026

Jutta, Jake en de lege kassa van Shri

Tussen lava en lobby zat een Indiër op een krukje. Zijn winkeltje in Hotel Seaside Jameos op Lanzarote was klein, maar tegelijk oneindig. Alles lag er. Slippers, zonnebrand in elke denkbare factor, magneten, armbandjes, speelgoed, tassen, zonnebrillen, sieraden, tandpasta, opladers, flessen water, tassen, nog meer zonnebrand. Je kon er nauwelijks lopen zo vol was het winkeltje.

Je zag het zo voor je: de vertegenwoordigers die ooit binnenstapten met hun koffers vol troep en hun zinnen vol beloften. “Dit verkoopt zichzelf.” “In zo’n hotel loopt dat als een trein.” “Goudmijn.” Ze moeten de man een toekomst met gouden bergen hebben beloofd, waarin toeristen elkaar verdringen om zonnebrand en sleutelhangers. Hij had alles wat iemand maar kon vragen, alleen geen klanten.

Ik was mijn slippers vergeten. Dat werd zijn hoogtepunt van de week. Hij leefde op, vertelde dat Nederlanders twee maten groter moeten nemen, omdat Nederlanders grote voeten hebben. Hij zei het met de ernst van een podoloog. En het klopte nog ook. Hij had hele volkeren gereduceerd tot schoenmaten. Duitsers zus, Engelsen zo, Nederlanders standaard twee maten groter. Het was zijn eigen wereldatlas in rubber en plastic. Alsof landen zich laten samenvatten in schoenmaten.

Op mijn bankapp zag ik dat de winkel Shri Ganesh heette. We noemden hem daarom Shri. Vast niet zijn echte naam. Ganesha, de hindoegod van voorspoed en het wegnemen van obstakels. Veel Indiase families op de Canarische Eilanden zijn ooit gekomen om handel te drijven. Ondernemersbloed, doorzetters, familiebanden en een verhaal van kansen en succes.

Maar Shri zat daar meestal alleen, op zijn krukje. Achter hem een klein altaar met een beeldje van Ganesh en een stokje wierook. Voor hem schappen vol producten die zichzelf volgens de vertegenwoordigers zouden verkopen. Omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor religies, vroeg ik hem naar het altaar achter hem. Zijn reactie verraste me. Hij was afwijzend, bijna chagrijnig. Hij ging demonstratief rechtop en wat breder zitten, precies voor het altaar, zodat ik het niet meer kon zien. Alsof ik de duivel was en zijn altaar met een blik kon ontwijden. Misschien is geloof iets wat je niet tussen zonnebrandfactor 50 en opblaasflamingo’s wilt uitleggen.

De hele week zagen wij nauwelijks iemand iets kopen. En wij liepen er vaak langs; om op onze kamer te komen, moesten we steeds langs zijn winkel. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zat Shri op zijn krukje. Elke dag iets stiller. Ik moest steeds denken aan wat hij na een lange dag thuis aan zijn familie zou vertellen. “Nee, vandaag ook niet.” “Ja, het hotel zit vol.” ”Nee, ze kopen niets.” “Ja, ik heb alles.” En dan waarschijnlijk de vraag uit India of hij nog geld kan overmaken. Want in India klinkt Lanzarote als voorspoed, niet als een man op een krukje met een lege kassa.

Een keer was de winkel dicht. Toen wij langsliepen, kwam hij luid roepend uit het toilet gerend, broek nog half op de enkels, bang een klant te missen. We hadden niets nodig. Het was tegelijk komisch en pijnlijk. Soms lag hij naast zijn winkel op een oude katholieke kerkbank die in de hal stond, moedeloos voor zich uit te kijken. Het contrast kon niet groter zijn: een Indiase ondernemer onder het toeziend oog van Ganesh, uitgestrekt op een afgedankt katholiek bankje in een Canarisch hotel, wachtend op een klant die niet kwam.

Uit medelijden kocht Michael later nog een pet bij hem. Weer was hij door het dolle heen. Al zijn levenslust kwam terug. Hij gaf advies alsof het om haute couture ging, maakte het riempje millimeter voor millimeter op maat. Ik kocht ook nog een tasje. Even voelde hij zich weer ondernemer. Maar we konden moeilijk de hele winkel leegkopen. Een paar aankopen veranderen niets aan een week zonder klanten. Soms denk ik: als Jutta Leerdam en Jake Paul hier eens binnen zouden stappen. Voor het bedrag van één peperdure tas hadden ze waarschijnlijk zijn complete voorraad kunnen overnemen, inclusief de zonnebrand die “zichzelf verkoopt”. Maar zulke mensen kopen geen petjes in hotelgangen. Geld cirkelt graag rond geld en Shri zat niet in die baan.

Misschien is dat ook het verhaal over de Indiase gemeenschap op Lanzarote. Niet alleen succesverhalen. Soms ook een man in een hotelgang, met een winkel die volgens de vertegenwoordigers een goudmijn moest zijn, wachtend tot iemand zijn slippers vergeet.

Update: De slippers van Shri zijn inmiddels kapot. Dat is misschien wel de meest tastbare les van het verhaal: zelfs heilige slippers houden het geen eeuwigheid vol.

zondag, februari 08, 2026

Van visionair tot verdachte: het tragische lot van Alan Turing

Zonder Alan Turing geen computer, geen software en geen kunstmatige intelligentie. Alles wat vandaag vanzelfsprekend is in de digitale wereld, van algoritmes tot chatbots, rust op ideeën die hij bijna een eeuw geleden al formuleerde. En tegelijk is zijn levensverhaal tragisch en vol uitsluiting, met een nog triester einde.

Turing werd geboren op 23 juni 1912 in Londen. Al jong blonk hij uit in wiskunde en logica, maar sociaal was hij een buitenstaander. De dood van zijn jeugdvriend Christopher Morcom in 1930 had een grote invloed op hem en versterkte zijn interesse in vragen over denken, bewustzijn en natuurwetten (Hodges, 1983).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Turing in Bletchley Park aan het breken van de Duitse Enigma-codes. Hij speelde een sleutelrol bij de ontwikkeling van de Bombe, een machine die hielp om versleutelde berichten te ontcijferen. Historici gaan ervan uit dat dit werk de oorlog met een tot twee jaar heeft verkort en miljoenen levens heeft gered (Copeland, 2012).

Na de oorlog werkte Turing aan vroege computers zoals de Automatic Computing Engine en de Manchester Mark I, een van de eerste elektronische computers met een opgeslagen programma. In 1950 publiceerde hij Computing Machinery and Intelligence, waarin hij de beroemde vraag stelde: kunnen machines denken? Zijn voorstel, de Turingtest, is nog altijd het vertrekpunt voor discussies over AI en chatbots die menselijk taalgebruik nadoen (Turing, 1950).

In 1950 publiceerde hij Computing Machinery and Intelligence, waarin hij de beroemde vraag stelde: kunnen machines denken? Zijn voorstel, de Turingtest, is nog altijd het vertrekpunt voor discussies over AI. Moderne chatbots zoals ChatGPT werken weliswaar heel anders dan Turing zich voorstelde, via statistische berekeningen op enorme hoeveelheden tekst, maar bouwen voort op zijn fundamentele vraag: wanneer gedraagt een machine zich menselijk genoeg om intelligent genoemd te worden? (Turing, 1950).

In 1952 werd Turing veroordeeld, omdat hij homoseksueel was, in die tijd nog strafbaar in het Verenigd Koninkrijk. Hij kreeg de keuze tussen gevangenisstraf of chemische castratie en verloor zijn veiligheidsmachtiging. De hormonale behandeling had zware lichamelijke en psychische gevolgen. Op 7 juni 1954 werd hij dood aangetroffen in zijn huis in Wilmslow, waarschijnlijk door zelfmoord met cyanide (Hodges, 1983).

Pas veel later kwam eerherstel. In 2009 bood de Britse regering excuses aan, in 2013 kreeg hij postuum pardon en sinds 2021 siert zijn portret het Britse vijftigpondsbiljet. Inmiddels zijn er ook standbeelden van Alan Turing, onder meer in Manchester. En is zijn oude werkplek in Bletchley Park uitgegroeid tot een museum waar zijn rol in de geschiedenis van computers centraal staat. Wat ooit werd verzwegen, wordt nu zichtbaar herdacht.

Elke keer dat je een CAPTCHA invult of een gesprek voert met ChatGPT, werk je met ideeën die ooit begonnen bij een uitzonderlijk genie. We danken onze digitale wereld aan een denker die zijn eigen samenleving liever kwijt dan rijk was.

Bronnen: A.M. Turing, On Computable Numbers, 1936; A.M. Turing, Computing Machinery and Intelligence, 1950; A.M. Turing, The Chemical Basis of Morphogenesis, 1952; Andrew Hodges, Alan Turing: The Enigma, 1983; B.J. Copeland, Turing: Pioneer of the Information Age, 2012.

woensdag, februari 04, 2026

De verplichte bijbaan van Telegraaf-journalisten


De Telegraaf Webshop heeft soms leuke dingen. Alleen de service laat te wensen over. Inmiddels heeft die service een echt dieptepunt bereikt. Ik heb 30 euro betaald en er is niet geleverd. Na herhaaldelijk mailen heb ik geen enkele reactie gekregen. 

Maar ik begrijp het wel. De Telegraaf Webshop is natuurlijk een verplichte bijbaan voor Telegraaf-journalisten. Dan heb je de hele dag berichten gefabriceerd met AI, de grammatica vervolgens foutief 'verbeterd' en het nieuws is nog deprimerend ook. Na zo'n dag wil je nog maar een ding: naar de kroeg om voor (mijn) 30 euro aan bier achterover te slaan, je tanden flossen met de Telegraaf-waterflosser en diep onder je Telegraaf-dekbed kruipen. Helaas kan ik dat niet doen, want ik heb het dekbed niet geleverd gekregen. 

zaterdag, januari 31, 2026

De middenklasse krijgt van Jetje

Wat was de slogan van D66 ook alweer? ‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen.’ Het klonk warm, sociaal en geruststellend. Maar wie het nieuwe coalitieakkoord leest, ziet iets anders gebeuren. Het is een akkoord van drie partijen, maar D66 tekende er zonder veel aarzeling voor.

De pensioen-/ AOW-leeftijd gaat verder omhoog. Het eigen risico wordt verhoogd. Benzine wordt steeds duurder. Dat zijn ingrepen die  vooral het dagelijks leven van mensen met een modaal inkomen raken. Daar komt bij dat koopkrachtverlies, woonlasten en transitiebeleid via hogere energie- en mobiliteitskosten ook vooral worden afgewenteld op mensen die net te veel verdienen om geholpen te worden. De middenklasse, die werkt, belasting betaalt en zelden ergens voor in aanmerking komt, krijgt de rekening gepresenteerd.

Blijkbaar geldt ‘niemand laten vallen’ alleen voor wie officieel als zielig genoeg wordt aangemerkt. Wie gewoon zijn best doet en net boven alle grenzen uitkomt, mag het opvangen. Onder Rob Jetten krijgt de middenklasse van Jetje, letterlijk en figuurlijk.


 

Afbeelding: gegenereerd door AI

vrijdag, januari 30, 2026

Ammouliani: een kattenhel waar niemand welkom is

Ammouliani, het kleine eiland tegenover Ouranoupolis aan de rand van Athos (Chalkidiki), maakte op mij geen mooie indruk. Het was kaal, rommelig, onaf. Zelfs de weg ernaartoe bevestigde dat gevoel. De boot die je naar het eiland brengt, is eenvoudig, zo’n boot waarbij je het gevoel krijgt dat je zelf matroos bent. Vanaf Tripiti, een kale aanlegplek waar niets is behalve asfalt en een gammele taverna, vaar je in ongeveer tien minuten naar de overkant. Geen havenstad, geen dorp, geen welkom. Je staat daar te wachten in de hitte, tussen beton en leegte, alsof je per ongeluk op de verkeerde plek bent beland. Dat gevoel verdween niet bij aankomst.

Eeuwenlang was Ammouliani bezit van het klooster Vatopedi. Het eiland diende als landbouwgebied. In 1925 veranderde dat abrupt. Het eiland werd afgestaan aan de Griekse staat en toegewezen aan orthodoxe vluchtelingen uit Klein-Azië (Turkije). Mensen die alles waren kwijtgeraakt, moesten hier opnieuw beginnen, op een plek zonder voorzieningen. Die geschiedenis van ontworteling en improvisatie is nooit echt verdwenen; ze zit nog altijd in de structuur van het eiland. Vandaag wonen er ongeveer vijfhonderd tot zeshonderd mensen permanent op Ammouliani. In de zomer groeit dat aantal door toeristen en dagjesmensen.

Wat me al snel bevreemdde, was een ervaring in de plaatselijke kerk. In Griekenland ben ik gewend dat je een kerkdienst altijd kunt binnenlopen. Je komt wanneer je wilt, steekt een kaarsje aan, schuift ergens aan. Je bent welkom. Op Ammouliani gebeurde het tegenovergestelde. We liepen een kerk binnen terwijl er een dienst gaande was en alle hoofden draaiden tegelijk onze kant op. De blikken waren vijandig, gesloten. Het was druk en de deuropening werd letterlijk geblokkeerd door mensen die geen centimeter opzij gingen. We stonden daar, zichtbaar ongewenst. Het voelde als een vijandige, gesloten gemeenschap, iets wat ik nooit eerder heb meegemaakt in Griekenland.

Wat zich in de kerk aftekende, bleek geen losstaand moment. In Griekenland zijn overal zwerfkatten. Meestal hebben ze het niet heel goed, maar ook niet uitzichtloos. Wat ik op Ammouliani zag, was echter geen idyllische kattenkolonie en ook geen tijdelijk probleem. Het was een kattenhel. Ziekte, honger en misvormingen waren geen uitzonderingen, maar onderdeel van het straatbeeld. Katten met ontstoken ogen, vergroeide lichamen, dieren die nauwelijks konden lopen of eten. Het was schokkend. Ik probeerde een van hen een kattensnoepje te geven. Het dier stikte bijna. Niet uit gulzigheid, maar omdat het nauwelijks nog een slokdarm leek te hebben. Dat moment staat in mijn geheugen gegrift. Dit was systemisch lijden. Het deed me vermoeden dat er meer speelde dan alleen verwaarlozing. Op eilanden wordt vaak rattengif gebruikt tegen ongedierte en katten worden daar onbedoeld (of bedoeld?) slachtoffer van. Dat zou kunnen verklaren waarom de katten er op Ammouliani zo gruwelijk aan toe waren.

Tegen die achtergrond kreeg ook die kerkervaring betekenis. De gesloten houding, het blokkeren van de deur, het niet-wijken voor iemand die binnen wil komen. Ik begon me af te vragen of het hier niet alleen ging om katten, maar om een bredere houding tegenover wat lastig is, wat zorg vraagt, wat niet in het gewenste beeld past. Wie te veel is. Wie niet welkom is. Ik heb daar geen sluitend antwoord op.

Juist daarom viel één plek mij in het bijzonder op. Direct naast de aanlegplaats van de veerboot, bij het eerste restaurant aan de kade, liepen twee katten rond. Gezond, rustig, goed verzorgd. Ze hoorden bij het terras, bij de (vriendelijke) mensen. Het contrast met de rest van het eiland had niet groter kunnen zijn. 

Ammouliani is voor mij geen vakantie-eiland geworden en ook geen plek waar ik graag naar terug zou gaan. Het is een plek waar lagen over elkaar heen liggen: een monastiek verleden, een vluchtelingenverleden, een kleine vaste (vijandige) gemeenschap, seizoensgebonden toerisme en een schrijnend kattenprobleem. De katten zijn daarin geen detail, maar een symptoom.

Wat Ammouliani nodig heeft, is een stukje medemenselijkheid en vooral dierenartsen. Daar hoort ook iets fundamentelers bij: stoppen met het gebruik van rattengif of andere middelen die katten langzaam en onzichtbaar vergiftigen en het besef dat deze katten geen overlast vormen, maar levende wezens zijn die lijden. Zolang vergiftiging wordt getolereerd en weggekeken van de zielige hoopjes ellende die je in elke straat tegenkomt, blijven misvormingen en sterfte onderdeel van het straatbeeld. 

Op het dorpsplein staat in grote letters “I am Ammouliani”, bedoeld om je even onderdeel te laten voelen van deze plek. Maar na wat ik hier heb gezien, kan ik dat niet zeggen. Ik bén Ammouliani niet en wil het ook niet zijn. 


Vind je dit interessant? Je kunt je rechtsboven abonneren op nieuwe blogposts.

dinsdag, januari 20, 2026

Hoe slecht is onze topografische kennis eigenlijk? Zelfs TUI raakt de weg kwijt in Griekenland

Het is niet best gesteld met de topografische kennis van jongeren in Nederland. Uit een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs in 2022-2023 blijkt dat er sprake is van een middelgrote tot grote daling in de topografische kennis. Dat is op zich al zorgelijk, maar het wordt pas echt spannend als zo iemand later bij TUI gaat werken. 

Een van deze leerlingen, waarschijnlijk die met de grote daling in kennis, kreeg bij TUI de opdracht om de Griekenlandvakanties samen te stellen en op de TUI-website te plaatsen. Het gevolg is dat als je naar Panormos op Kalymnos wilt, je naar Heraklion (Kreta) vliegt. Dat is maar liefst 535 kilometer en 17 uur varen op een veerboot verder. Gelukkig kun je een transfer bijboeken.Wie bij TUI boekt, krijgt er soms gratis een cursus eilandhoppen bij. Vakantiegevoel gegarandeerd, maar niet helemaal volgens plan.

Toevallig ben ik vaak op Kalymnos geweest en dan vlieg je naar Kos, dat praktich om de hoek ligt. Toch is de verwarring bij de TUI-medewerker een klein beetje te begrijpen. Het gaat hier om Kastelli Studios en Apartments in Panormos. En ja, Panormos en Kastelli bestaan allebei zowel op Kalymnos als op Kreta. Dat gebeurt in Griekenland voortdurend. Kijk maar eens hoeveel eilanden een plaats hebben die Chora heet. Niet zo vreemd, want Chora betekent simpelweg ‘dorp’.

Als je vakanties samenstelt voor duizenden reizigers, mag je hopen dat iemand even op de kaart kijkt. Moraal van het verhaal: vertrouw niet blind op TUI, maar check altijd of je accommodatie echt op het eiland ligt waar je heen wilt. Anders begint je Griekse eilanddroom heel avontuurlijk… op het verkeerde eiland.



woensdag, januari 07, 2026

Een oorlog naast de oorlog

 

Oorlogen spelen zich zelden nog alleen af op het slagveld. Ook conflicten die zich duizenden kilometers verderop afspelen, kunnen diepe emoties oproepen in steden ver weg, woede, verdriet, solidariteit en scherpe polarisatie. Dat geldt niet alleen voor één specifieke oorlog, maar voor vrijwel elk hedendaags conflict dat via digitale media onze levens binnenkomt. De manier waarop oorlog wordt gemedieerd bepaalt hoe wij hem voelen, begrijpen en er positie in kiezen. 

            De mediatisering van het conflict tussen Israël en Gaza

Waarom roept een oorlog op duizenden kilometers afstand zoveel woede, verdriet en polarisatie op in Amsterdam, Londen of New York? Het antwoord ligt in de mediatisering van het conflict tussen Israël en Gaza. Sociale media transformeren dit conflict van een regionale oorlog tot een wereldwijd emotioneel spektakel. Actor-Network Theory helpt te begrijpen hoe mensen en technologie samen handelen.[1] Het Four A's-model van Lewis en Westlund (2015) – actoren, actanten, activiteiten en publiek – maakt zichtbaar hoe deze digitale netwerken opinies vormen en emoties mobiliseren.[2]

De belangrijkste actoren zijn niet alleen soldaten en politici, maar iedereen die het conflict online zichtbaar maakt. Palestijnse en Israëlische burgers delen video's van bombardementen of van hun dagelijkse leven. Journalisten proberen nieuws te verifiëren terwijl de berichtenstroom sneller is dan ooit. Influencers en diaspora-gemeenschappen gebruiken hun platforms om solidariteit te mobiliseren. Een Palestijnse vader die zijn gewonde kind vasthoudt, een Israëlische moeder die in een schuilkelder zit, zij worden via sociale media tot gezichten van het conflict. Mensen wereldwijd voelen zich verbonden met slachtoffers.

De actanten (platforms, algoritmen en technologieën) zijn cruciaal in dit proces. TikTok, Instagram en X bepalen via hun algoritmen welke beelden miljoenen mensen bereiken. Deze algoritmen zijn niet neutraal: ze laten vooral content zien die emotionele reacties oproept, omdat emotie leidt tot meer likes, shares en dus meer betrokkenheid. Een schokkend beeld van een verwoeste school krijgt meer zichtbaarheid dan een genuanceerd nieuwsartikel. Hashtags zoals #Gaza of #StandWithIsrael groeperen berichten en creëren digitale kampen. Smartphones maken het mogelijk om oorlog in real time te delen. Deze technologieën bepalen niet alleen wat zichtbaar is, maar ook hoe mensen emotioneel reageren.

De activiteiten vormen het hart van de emotionele verspreiding. Mensen posten, delen, liken en taggen, maar deze handelingen zijn meer dan informatie-uitwisseling. Een gedeelde video is een moreel statement, een like een vorm van solidariteit. Wanneer een video van een huilende vader die zijn dochters verloor viraal gaat, gebeurt dit omdat het algoritme emotionele content versterkt. De video wordt gedeeld zonder context, zonder verificatie, maar met maximale emotionele impact. Gebruikers voelen directe woede of verdriet en willen hun positie tonen. Elke share vergroot de reikwijdte en mobiliseert meer mensen. Zo ontstaat een kettingreactie waarin emoties wapens worden in een digitale oorlog om aandacht en morele superioriteit.

Het publiek is geen passieve ontvanger, maar wordt actief gemobiliseerd. Miljoenen mensen wereldwijd reageren emotioneel op beelden die hen via algoritmen bereiken. Ze ervaren een directe emotionele schok die tot actie aanzet. Iemand in Europa kan via zijn telefoon live meekijken met een bombardement en voelt zich genoodzaakt positie te kiezen. Algoritmen versterken dit door vooral content te tonen die aansluit bij bestaande overtuigingen: Palestina-supporters zien vooral Palestijns leed, Israël-supporters vooral Israëlische slachtoffers. Het publiek reageert niet alleen online: digitale emoties leiden tot demonstraties, economische boycots en politieke druk op regeringen. Nieuwsorganisaties en politici passen hun berichtgeving en standpunten aan op basis van wat online trending is, waardoor het publiek indirect invloed uitoefent.

De vier categorieën van het Four A’s-Model (actoren, actanten, activiteiten en publiek) hangen nauw samen en versterken elkaar continu. Actoren gebruiken actanten om emotionele content te produceren. Algoritmen selecteren en versterken die content. Activiteiten verspreiden het verder. Het publiek reageert emotioneel en deelt opnieuw, waardoor nieuwe content ontstaat. Een soldaat die weet dat zijn video viraal kan gaan, kiest bewust voor schokkende beelden. Een algoritme dat vooral emotionele content toont, vergroot polarisatie. In dit netwerk is macht verdeeld tussen mensen en technologie: een individuele burger kan met één smartphone-video meer impact hebben dan een traditioneel nieuwsmedium.

Deze mediatisering verklaart waarom het conflict wereldwijd zoveel emoties oproept. Sociale media brengen oorlog in de woonkamer, maar niet objectief, ze tonen vooral wat emotioneel raakt. Algoritmen zijn ontworpen om betrokkenheid te maximaliseren, niet om context of nuance te bieden. Hierdoor ontstaat een versimpeld, gepolariseerd beeld waarin ruimte voor twijfel of grijstinten verdwijnt. Beelden circuleren sneller dan verificatie mogelijk is.

De Actor-Network Theory heeft beperkingen: het verklaart goed hoe alles samenhangt, maar zegt weinig over wie verantwoordelijk is. Wie controleert de algoritmen? Wie verdient aan polarisatie? In een conflict waarin platformbedrijven geld verdienen aan beelden van dode kinderen, zijn dat cruciale vragen die het model niet beantwoordt.

De oorlog tussen Israël en Gaza toont hoe diep mediatisering is doorgedrongen: emoties worden gemobiliseerd door netwerken van mensen en machines. De Actor-Network Theory maakt zichtbaar dat deze emotionele impact geen toeval is, maar het resultaat van hoe algoritmen werken. In digitale oorlog zijn gevoelens wapens geworden en technologie bepaalt welke emoties het hardst raken.


Vind je dit interessant? Je kunt je rechtsboven abonneren op nieuwe blogposts.



[1] Bruno Latour, Reassembling the Social: An Introduction to Actor-Network Theory (Oxford 2005) 63-86.

[2] Seth Lewis en Oscar Westlund, 'Actors, Actants, Audiences, and Activities in Cross-Media News Work', Digital Journalism 3 (2015) 19-37.