zondag, augustus 02, 2026

Chora op Naxos, laag voor laag

Sommige bestemmingen lijken op een ui. Je moet ze laag voor laag afpellen voordat je een plaats begrijpt. Chora op Naxos is zo’n plaats.

De eerste laag

Wanneer je met de boot aankomt, zie je eerst de Portara. De grote marmeren poort staat op een klein schiereiland naast de haven en is het boegbeeld van Naxos geworden. Vrijwel iedereen die het eiland binnenvaart, maakt er een foto van. De poort hoorde bij een tempel voor Apollo die nooit is afgemaakt. Dat laatste is eigenlijk het interessantste aspect. Een voltooid gebouw vertelt wat het geworden is. Een onvoltooid gebouw blijft ook vertellen wat het had kunnen worden.

Maar wanneer je eenmaal van de boot bent gestapt, kom je eerst in een heel andere wereld terecht. Langs de boulevard staan restaurants, terrassen, souvenirwinkels en reisbureaus dicht op elkaar. Alles probeert je aandacht te trekken. Het is een grote toeristenkermis die weinig verraadt van wat erachter ligt. Je zou de neiging kunnen krijgen om rechtsomkeert te maken en de eerste de beste boot naar een ander eiland te nemen.

Dat zou jammer zijn.

Verder Chora in

Je moet verder Chora in gaan. Niet alleen rechtdoor lopen, maar ook afslaan waar je niet weet waar je uitkomt. Je moet steegjes in, trappen op en doorgangen onder huizen door. Soms daal je weer af en kom je uit waar je een uur eerder ook al was. Chora laat zich niet in één wandeling begrijpen.

Na de boulevard komt de oude stad. De straten worden smaller en mooier, maar ook steiler. Hoe hoger je klimt, hoe minder mensen je tegenkomt. Veel bezoekers blijven beneden, waar de winkels zijn en waar je zonder veel inspanning weer bij de haven kunt komen. Rust moet je in Chora blijkbaar verdienen door omhoog te lopen.

Toch is ook de oude stad nog maar een laag. De fraaiste steegjes en witte huizen zijn inmiddels net zo goed onderdeel van het beeld dat bezoekers van de Cycladen verwachten. Ze zijn echt, maar worden tegelijkertijd bekeken, gefotografeerd en verhuurd. Het wordt pas werkelijk interessant wanneer je de laag bereikt waar de bewoners leven.

Waar de bewoners leven

Die zie je beter wanneer je zelf een huisje huurt. Veel woningen hebben een kleine verdieping of een huisje op het dak dat aan toeristen wordt verhuurd. Vanaf zo’n dakterras kijk je niet alleen uit over zee en witte kubusvormige huizen. Je kijkt ook neer op binnenplaatsen, keukens, waslijnen en buren die elkaar vanaf hun balkons iets toeroepen. Daar begint een ander Naxos.

In een van de huizen in onze buurt woonde een vrouw die iedere dag tientallen katten te eten gaf. Sommige katten zaten al uren op haar te wachten. Ze wisten precies waar en wanneer ze moesten verschijnen. Daarna kwam de vrouw naar buiten en serveerde ze hun iets wat meer op een driegangendiner leek dan op kattenvoer. De katten schoven aan in groepjes, alsof er een onzichtbare tafelschikking bestond. Het was geen attractie. Juist daardoor bleef ik ernaar kijken.

Een bed en een rolkoffer

Ook achter het drukke St. George Beach wonen mensen tussen de appartementen, hotels en verhuuraccommodaties. Overdag lopen toeristen er met strandtassen, luchtbedden en koffers. Daartussen staat soms ineens een gewoon huis met een openstaande deur. Iedere dag kwamen wij langs zo’n huisje. Binnen lag iemand op een bed, vermoedelijk op sterven. Het bed stond vlak bij de open deur. Het voelde ongemakkelijk om erlangs te lopen, maar wegkijken voelde minstens zo ongemakkelijk. De volgende dag was het bed leeg. Dat beeld bleef bij me. Een paar uur later stond er een rolkoffer naast het bed en liep er een toerist door het huisje. Eerst een mens, daarna een leeg bed en vervolgens een koffer. Het leven van de bewoner en het verblijf van de bezoeker leken elkaar zonder tussenruimte af te wisselen.

Toeristische plaatsen wekken gemakkelijk de indruk dat alles er voor de bezoeker bestaat. De kamer is schoongemaakt, het bed is opgemaakt en de sleutel ligt klaar. Wat eraan voorafging, blijft meestal buiten beeld. Toch hebben die kamers een geschiedenis, zelfs als wij daar niets van weten. Misschien is dat de diepste laag van Chora: het besef dat je tijdelijk verblijft op een plaats waar anderen niet op vakantie zijn.

Op St. George Beach zag ik ook iets wat ik nog nooit eerder had gezien. Er stond een installatie die Seatrac heette. Via een soort rails of kabelsysteem konden mensen met een rolstoel de zee in. Ik heb er lang naar gekeken en kreeg er allerlei merkwaardige visioenen bij. Vooral de vraag hoe iemand daarna weer uit zee kwam, hield me bezig. Helaas heb ik niemand het systeem zien gebruiken, dus ik weet nog steeds niet precies hoe het werkt. De meeste mensen lopen er voorbij, zonder er echt naar te kijken.

Lopen doen de Grieken zelf overigens niet altijd graag. Wij hadden een buurman die iedere ochtend op zijn scooter naar de bakker ging. Die bakker zat letterlijk twee huizen verderop. Tegen de tijd dat hij zijn scooter had gestart en de straat op was gereden, had hij er lopend al kunnen staan. De bakkers op Naxos zijn in ieder geval de moeite waard. Ze zijn overal en verkopen brood, taartjes en allerlei gevulde en ongevulde broodjes waarvan je jezelf iedere ochtend kunt wijsmaken dat je ze nodig hebt voor de wandeling naar boven.

Chora openbaart zich niet in de juiste volgorde. Eerst zie je het monument dat nooit werd voltooid. Daarna de toeristenwereld die geheel op bezoekers lijkt te zijn ingericht. Vervolgens kom je in de oude stad, waar de straten stiller worden. Pas daarna zie je de kattenvrouw, de buurman op zijn scooter, de open deuren en de kamers waarin geleefd, gestorven en opnieuw ingecheckt wordt.

Een bestemming is nooit alleen wat er voor ons wordt klaargezet. Ze bestaat ook uit alles wat gewoon doorgaat wanneer wij weer op de boot stappen. Misschien is reizen niet het verzamelen van zoveel mogelijk mooie plaatsen, maar het langzaam afleren van de gedachte dat een plaats er is omdat wij haar bezoeken.

De Portara staat bij vertrek nog altijd op dezelfde plek. Een poort zonder tempel, die nergens meer naartoe leidt. Of misschien juist wel. Niet naar het Naxos van de reisgidsen, maar naar de lagen die daarachter liggen. Je moet alleen de moeite nemen om erdoorheen te kijken.

zaterdag, juli 25, 2026

Van, naar en tussen de Cycladen: een cultuurshock op 30.000 voet en op zee

Ik ben al op behoorlijk wat Griekse eilanden geweest. Genoeg om te denken dat ik het reispatroon wel doorhad: een vlucht, een veerboot, wat wachten in een taverna, klaar. Maar niets bereidde me voor op de manier waarop je van, naar en binnen de Cycladen reist en vooral niet op hoe anders dat voelde dan al die andere keren.

Transavia naar Mykonos: welkom in een andere wereld

Het begint al aan boord. Het publiek op een Transavia-vlucht naar Mykonos was compleet anders dan wat ik gewend was en het personeel leek er zelfs op ingericht: stewardessen van een zekere, laten we zeggen pensioengerechtigde leeftijd en stewards die stuk voor stuk uit een nerdcasting leken te komen. Vriendelijk, maar kordaat, dat laatste bleek geen overbodige luxe.

Er leken zich geen doorsnee reizigers aan boord te bevinden, die voor de Griekse cultuur naar Griekenland kwamen, maar mensen die vooral naar Mykonos gingen om te zien en gezien te worden. Opgespoten lippen alom, weinig mooie merkkleding, maar des te meer blingbling. Ik had verwacht meer eilandhoppers zoals wijzelf tegen te komen, op weg naar de kleine Cycladen, maar zowel heen als terug leek dat nauwelijks het geval.

Het meest opvallende: zonder uitzondering zat iedereen de hele vlucht naar filmpjes van zichzelf te kijken. Op de terugvlucht zag ik dezelfde types terug en keken ze naar filmpjes in clubs, waar ze ook vooral naar zichzelf leken te kijken en nauwelijks naar iemand anders.

En dan die terugvlucht. Om onduidelijke redenen (besmettelijke ziektes op Mykonos ken ik niet, maar blijkbaar was er reden genoeg) hield het personeel het voorste toilet dicht. Passagiers moesten allemaal naar achteren, terwijl bemanning en piloten wel op het voorste toilet gingen, op een compleet volle vlucht. Vreemd en eerlijk gezegd nogal schandalig. Het spectaculaire hoogtepunt kwam tijdens de landing op Schiphol: terwijl de stewards en stewardessen al vastgesnoerd zaten voor de final approach, vond een van de blingbling-passagiers het nodig om zijn riem los te maken, op te staan en zijn koffertje te grijpen. Het leverde de meest directe zin op die ik ooit door een boordtelefoon heb horen klinken, met een woord erin (sodemieter) dat je normaal niet van een steward hoort.

De boten: chaos met een eigen logica

Was de vlucht al een cultuurshock, de veerboten op de Cycladen zijn nog een klasse apart, zelfs voor Griekse begrippen.

Neem Tourlos, de ferryhaven van Mykonos. Honderden mensen dringen daar door elkaar voor de hekken, veel internationaler dan waar dan ook: Koreanen, massa's Amerikanen, de hele wereld lijkt er samen te komen. Boven dat gekrioel uit klinkt onafgebroken een ritmisch fluitgeluid, afkomstig van de Trochaia, de politieagenten die tussen de hekken en de kade staan waar de boten aanmeren. Het klinkt chaotisch, maar er zit een systeem in: een lange, harde fluit betekent stop, korte snelle fluitjes betekenen doorlopen of doorrijden en een korte fluit betekent "ik zie je". Het probleem is alleen dat vrijwel niemand die code kent, waardoor het weinig bijdraagt aan het beheersen van de wanorde.

Zodra er een boot kan laden, gaat er een hek open en persen honderden passagiers, tientallen auto's en vrachtwagens zich tegelijk naar binnen. Logisch eigenlijk, want vanuit Tourlos vertrekken boten naar alle Cycladische eilanden en zelfs tot aan Athene, met capaciteiten tot 1.600 passagiers per boot.

De boten zelf verschillen enorm. De snelle catamarans lijken eerder op vliegtuigen dan op schepen, compleet met een veiligheidsinstructie die niet zou misstaan in de lucht, plus cafés, restaurants en winkels, kleine cruiseschepen eigenlijk. Compleet anders is de Skopelitis, die tussen Naxos en de kleine Cycladen vaart. Minder mensen aan boord, dat wel, maar ook minder comfort: nauwelijks zitplaatsen, je wordt vaak nat, de stroom valt weleens uit en onze koffer die in het ruim stond leek na afloop wel gebakken te zijn.

Op Chora, Naxos, is de kade een fractie van die in Mykonos, terwijl er alsnog duizenden passagiers in en uit moeten stappen, vaak van meerdere boten tegelijk. Het gekrioel is er zo mogelijk nog erger en de Trochaia fluit dan ook hysterisch en onophoudelijk. Vertrekken is een hele toer: je moet je een weg wringen naar de juiste boot, terwijl volstrekt onduidelijk is welke rij bij welke boot hoort. Er hangen weliswaar bordjes, bedoeld als hulp van de Trochaia, maar die kloppen nooit.

Onze oplossing werd al snel: wachten op de boulevard tot je de boot daadwerkelijk op zee ziet aankomen en pas dan naar het juiste gat tussen de mensenmassa bewegen. Want eenmaal in de verkeerde rij van de wachtruimte beland, kom je er niet meer uit, het hekje gaat pas open als jouw boot er is en van rij wisselen is geen optie.

Wat je moet weten voor je zelf gaat

Zelfs in juni zitten de boten al overvol, dus boek ruim van tevoren online een plek. Op de kleine Cycladen is het gelukkig een stuk rustiger. Eén ding blijft echter een constante op de Cycladen: door de Meltemi, de karakteristieke noordenwind, heb je er bijna nooit rustig vaarwater.

Kortom: reizen van, naar en binnen de Cycladen is een ervaring op zich, nog voordat je op je eiland van bestemming bent aangekomen.

donderdag, juli 16, 2026

Van Telendos naar Schinoussa

Jarenlang kwam ik op Telendos, meerdere keren per jaar. Ik kende alle inwoners, elke steen en zelfs alle honden bij naam. Het eiland was een soort thuis geworden. Ik heb er een hele generatie zien opgroeien en was aanwezig bij bruiloften en begrafenissen. Ook de weinige bezoekers van het eiland kenden elkaar. In de winter bezochten we elkaar in binnen- en buitenland.

Toen Telendos veranderde

Totdat het veranderde. Internet deed zijn intrede en langzaam kwamen er steeds meer bezoekers. De bootjes brachten hen onafgebroken vanaf Kalymnos naar Telendos. De terrassen stroomden vol en de stilte verdween. Tegelijkertijd verdwenen de mensen bij wie het oude Telendos hoorde. Ze werden ouder, stopten met hun taverna of overleden. Met iedere bekende eilandbewoner verdween er een stukje Telendos dat nooit meer terugkwam. Een eiland gaat niet op één dag verloren. Het blijft gewoon op dezelfde plaats liggen. De berg staat er nog, de zee heeft nog dezelfde kleur en vanaf de haven lijkt alles vertrouwd, maar ondertussen verandert het karakter. Wat ooit een leefgemeenschap was waar toevallig ook reizigers kwamen, wordt langzaam een bestemming die vooral voor bezoekers bestaat.

De Duitse filosoof Oswald Spengler beschreef culturen als levende organismen. Volgens hem kennen zij een jeugd, een periode van bloei, een fase van verstarring en uiteindelijk een einde. Ook een Grieks eiland kan groeien, bloeien en vervolgens iets wezenlijks verliezen, doordat het oude ritme wordt vervangen door iets nieuws. Misschien was alleen het Telendos verdwenen waarnaar ik altijd terugkeerde. Voor nieuwe bezoekers was het nog steeds een ontdekking. Voor mij werd het steeds meer een herinnering.

Op zoek naar een nieuw eiland

Daarna bezocht ik vele plaatsen op de wereld en ook vele andere Griekse eilanden, maar ik was niet op zoek naar een nieuw eiland. De geschiedenis die ik met Telendos had, is immers onvervangbaar. Totdat ik op Instagram Sto Chorio zag. Daar dansten een man en een vrouw op een geweldig nummer. Het filmpje had iets magisch. Na een lange zoektocht bleek het nummer Okeanos te heten en het eiland Schinoussa te zijn. En ik voelde dat het goed was.

Schinoussa

Schinoussa, een eiland met een ziel

Nu ik er onlangs ben geweest, kan ik zeggen dat mijn gevoel klopte. Schinoussa is een eiland met een ziel. Een andere, magische wereld. Het eiland is bovendien niet gemakkelijk te bereiken: vanuit Nederland reis je via minstens twee andere eilanden en twee boten, eerst ongeveer een uur varen en daarna nog eens twee uur of met een binnenlandse vlucht en vervolgens een boot. Die omslachtige reis maakt de kans klein dat hier ooit grote drommen toeristen zullen komen. Een eiland zonder toeristen bestaat bijna niet meer, maar Schinoussa is een plaats waar het dagelijks leven nog niet door bezoekers wordt bepaald. Waar de boot, de Skopelitis, geen toeristische attractie is, maar een levenslijn. Waar families nog deel uitmaken van het verhaal van het eiland. De vrouw uit het filmpje, Pothiti, ontmoette ik overigens al op de eerste dag.

Zo kwam ik op Schinoussa terecht. En één ding weet ik zeker: het zal niet de laatste keer zijn. Dit is het begin van mijn verhalen over de Cycladen: over Naxos, Mykonos en Schinoussa, over veerboten, havens, eilandbewoners en het leven op de eilanden.

dinsdag, mei 26, 2026

AI is gevaarlijk (volgens de paus)

Als er één signaal is dat de mensheid collectief de mist in gaat, dan is het dit wel: het Vaticaan heeft een mening over AI. Op 15 mei 2026 publiceerde paus Leo XIV de encycliek Magnifica Humanitas. Een pauselijk document van honderden pagina's over kunstmatige intelligentie. Want als er iemand is die we om technologisch advies vragen, dan is het natuurlijk een instituut dat zijn gezag baseert op een boek van vóór de uitvinding van de stoommachine, bewoond door mannen in jurken die vergaderen in paleizen gebouwd op renaissancistische slavenarbeid. Logisch dat zij zich zorgen maken over algoritmes. En toch, als de paus er een encycliek aan wijdt, moet er iets aan de hand zijn.

De timing van de Kerk

De Kerk heeft een indrukwekkende staat van dienst in het net iets te laat reageren op maatschappelijke veranderingen. De paus vergelijkt AI met de Industriële Revolutie. Dat deed paus Leo XIII in 1891 ook al met de encycliek Rerum Novarum, een tekst die destijds arriveerde nadat kinderen al decennialang in kolenmijnen zwoegden. Timing is alles. Galileo? Wachtten ze een paar eeuwen mee. Vrouwenrechten? Nog mee bezig. De Inquisitie? Officieel afgeschaft in 1908.

De kern van de pauselijke boodschap is pijnlijk herkenbaar: de mens mag geen bijzaak worden in zijn eigen beschaving. Technologie is niet neutraal; het heeft richting nodig. Je bent meer dan je data. Het is natuurlijk hypocriet om dit te horen van een organisatie die vrouwen uitsluit van leiderschap, homoseksualiteit heeft gecriminaliseerd en geregeerd wordt door grijze mannen die in een gesloten conclaaf worden gekozen, zonder enige democratische inbreng van de 1,3 miljard mensen namens wie ze spreken. Als we het hebben over "menselijke waardigheid", mag het Vaticaan best eerst in de spiegel kijken voor het techbedrijven de les leest.

De nieuwe fabrieksarbeider

Maar de analogie klopt wel. Net als de fabrieksarbeider in 1850 wordt de moderne internetgebruiker keurig uitgekleed. Niet voor zijn spierkracht, maar voor zijn aandacht, data en verlangens. Facebook weet eerder dan jij dat je relatie op springen staat. TikTok weet welk type zonsondergang jou drie seconden langer op je scherm houdt. En die data wordt netjes omgezet in miljarden voor een handjevol aandeelhouders.

De paus noemt AI de nieuwe Toren van Babel: indrukwekkend, hoog en gebouwd op zelfoverschatting. Wat hij er uit beleefdheid niet bij zegt, is dat de Sint-Pieter destijds met exact dezelfde motivatie (en publiek geld) is neergezet, maar dat is een detail.

Waar het om gaat is dat achter elk algoritme een politieke en morele keuze zit:

  • Wiens taal is dominant?
  • Wiens gezicht wordt herkend, en wiens gezicht wordt een veiligheidsrisico?
  • Wiens geschiedenis zit in de trainingsdata, en wiens verhaal is actief gewist?

Magnifica Humanitas 2.0

In Nederland kunnen (of konden, er mag immers niet meer zo veel gelachen worden) we gelukkig om de paus lachen. Toen Johannes Paulus II ons in 1985 bezocht, scoorden Henk Spaan en Harry Vermeegen een Top 40-hit met Popie Jopie. Iedereen zong mee, niemand stak iets in de fik. Paussatire is een nationale traditie. Maar tussen het lachen door moeten we de echte boodschap niet uit het oog verliezen. De techreuzen beloven dat ze de wereld verbeteren, terwijl ze hun winst maximaliseren. De Kerk spreekt over waardigheid terwijl ze haar eigen schandalen wegmoffelt. Eigenlijk is het Vaticaan zelf net een AI: een zelfverzekerd antwoord geven terwijl je de context niet helemaal snapt, de output er zo overtuigend laten uitzien dat niemand er meteen vraagtekens bij zet en de echte verantwoording doorschuiven naar de volgende versie. Magnifica Humanitas 2.0 komt er vast aan. Met betere reasoning en minder hallucinaties.


woensdag, mei 20, 2026

Turks brood met tonijnsalade, spekjes en sponsdoekjes: Albert Heijns meest absorberende recept

"Koken met dit product”, zegt Albert Heijn. Ik ben benieuwd of je ze moet bakken, stomen of gewoon laten sudderen tot ze lekker absorberend zijn.



 

dinsdag, mei 19, 2026

Jaanchi van Westpunt, een stukje Curaçao met karakter

Lang geleden kwam ik voor het eerst op Curaçao. Zoals dat soms gaat met reizen, weet je achteraf niet meer precies wat je allemaal die keer hebt gezien, maar je weet nog wel wat je voelde. Bij mij was dat vooral Bandabou. Daar zat voor mij het Curaçao dat ik wilde onthouden. Ruiger, oorspronkelijker, vriendelijker en mooier. Bandariba had voor mij meer van hetzelfde, een eenheidsworst in tropische verpakking. Maar Bandabou had (en heeft), warmte en karakter.

En in Westpunt had je Jaanchi. Het restaurant was niet alleen een plek waar eten op tafel kwam, het was meer een belevenis. De man zelf, Jan Christiaan, beter bekend als Jaanchi of The Walking Menu, kwam aan tafel en vertelde wat er die dag te eten was. Terwijl Jaanchi dat vertelde, beeldde hij de menukaart uit met gebaren, humor en mimiek. Kip, geit, vis, leguaan.

Jaanchi is onlangs overleden, op 77-jarige leeftijd. Daarmee is Curaçao niet zomaar een restauranteigenaar kwijt, maar een icoon. Zijn restaurant wordt beschreven als het oudste restaurant van Curaçao; volgens zijn nicht Jo-Anne Bakhuis-Da Costa Gomez begon zijn grootvader het restaurant in 1936 en zou de familie dit jaar het 90-jarig bestaan vieren. Jaanchi zelf droeg het restaurant 58 jaar lang.

Wat Jaanchi bijzonder maakte, was niet alleen dat hij eten serveerde. Hij serveerde aandacht. En dat is zeldzamer dan geit, vis of leguaan. Hij liep niet langs de tafels, omdat dat nu eenmaal bij zijn werk hoorde. Hij maakte van elke tafel even een ontmoeting. Dat is een vorm van gastvrijheid die je niet kunt aanleren in een hospitalitytraining. Je hebt het, of je hebt het niet. Jaanchi had het.

Zijn nicht schreef een prachtig stuk over hem. Daaruit spreekt iets wat je tegenwoordig bijna ouderwets zou noemen, maar wat eigenlijk tijdloos is: hard werken, niet stilzitten, dienstbaarheid, familie, trouw aan een plek en echte aandacht voor mensen. Dat voelde je ook als bezoeker. Jaanchi’s was geen decor dat voor toeristen was neergezet. Het was gegroeid, verzameld, geleefd. Een plek met een ziel.

Ik weet nog goed dat ik er voor het eerst kwam. Ik vond het meteen gezellig. Niet gestileerd gezellig, maar echt gezellig. Alles klopte gewoon. Curaçao heeft daarna nooit meer dezelfde overweldigende indruk op mij gemaakt als die eerste keer. En Jaanchi hoorde bij die eerste indruk. Michael heeft er zelfs voor het eerst leguaan gegeten. Ik niet. Ik had thuis namelijk zelf een leguaan als huisdier, Rabin. En hoe enthousiast Jaanchi het menu ook uitbeeldde, bij leguaan zag ik toch vooral mijn eigen huisgenoot voor me.

Curaçao is een icoon armer. Westpunt is stiller geworden. Maar wie ooit bij Jaanchi heeft gegeten, vergeet hem nooit meer. Een man die van eten een ontmoeting maakte en van een restaurant een begrip.


maandag, mei 18, 2026

Schipper, mag ik overvaren? Ja, want Europa betaalt

Toen wij nog vaak naar Telendos gingen, zagen wij soms vreemde taferelen. Niet alleen op het eiland zelf, maar ook op zee, tussen de eilanden in. Wat we in 2015 zagen, krijgt nu, jaren later, alsnog een staartje.

Telendos is zo’n plek waar je makkelijk vergeet dat de wereld bestaat. Een klein eiland tegenover Kalymnos, met terrassen aan het water, rotsen in de zon en dat typische Griekse gevoel. Maar in 2015 was de wereld daar ineens heel dichtbij. Vanaf een idyllisch terras zagen wij dagelijks open boten voorbijkomen met vluchtelingen. Honderden mensen, meerdere keren per dag. Ze werden van het eiland Leros richting Kalymnos vervoerd. In de haven van Kalymnos was een tentenkamp ingericht. Veel mensen bleven daar niet lang, want de meeste vluchtelingen wilden verder: naar Athene, het vasteland en de rest van Europa.

Het terras was daardoor al snel niet meer idyllisch. Eerst kijk je nog naar zee. Daarna kijk je naar mensen. En dan begint het praten. Zoals dat nu op sociale media gebeurt, gebeurde het toen gewoon aan tafeltjes met ouzo, koffie en Mythos. Binnen de kortste keren was het hele terras verdeeld. De een vond dat vluchtelingen geholpen moesten worden. De ander vond dat het eiland overspoeld werd. Soms leek het alsof wie kritiek had, moreel geen recht meer had om nog op het eiland te komen.

Ook onder eilandbewoners zelf hing spanning. Er werd met afgunst gekeken naar de plaatselijke schippers, die volgens sommigen veel geld verdienden aan het vervoer van vluchtelingen. Of dat werkelijk om enorme bedragen ging, viel voor ons natuurlijk niet te controleren. Op kleine eilanden groeit een verhaal snel uit tot een waarheid. Zeker op eilanden waar vetes, roddel en achterklap soms net zo hard waaien als de Meltemi.

Jaren later duikt nu op sociale media opnieuw zo’n verhaal op. De schippers zouden nu worden aangesproken op hun rol, omdat zij destijds ook mensen zouden hebben vervoerd die later betrokken waren bij terroristische aanslagen in Europa. Vooral de aanslagen in Parijs in 2015 worden daarbij genoemd. Dat maakt zo’n verhaal meteen explosief. Vluchtelingen, Griekenland, Europees geld, terrorisme: alles zit erin. Maar de werkelijkheid is ingewikkelder.

Wat wel vaststaat, is dat Griekenland in die jaren veel Europees geld kreeg voor de opvang en verplaatsing van vluchtelingen en asielzoekers. In Europese overzichten wordt expliciet gesproken over financiering voor onder meer opvang, voeding, gezondheidszorg en vervoer naar het vasteland. Ook klopt het dat enkele daders van de aanslagen in Parijs via Griekenland Europa zijn binnengekomen. Griekse media schreven destijds over mannen die via Leros waren geregistreerd en daarna verder reisden. Proto Thema beschreef bijvoorbeeld hoe twee latere zelfmoordterroristen op 3 oktober 2015 bij Farmakonisi aankwamen, samen met anderen, waarna zij via Leros in het registratiesysteem terechtkwamen en later verder reisden.

Daar houdt de harde zekerheid grotendeels op. Ik heb geen betrouwbare Griekse nieuwsbron gevonden waarin lokale schippers officieel worden beschuldigd, omdat zij terroristen zouden hebben vervoerd. Iemand vervoeren in een chaotische vluchtelingencrisis is niet hetzelfde als weten wie iemand is. Een schipper controleert geen paspoorten. Een eilandbewoner voert geen veiligheidsanalyse uit. En in 2015 was de situatie op de Griekse eilanden vaak zo chaotisch dat zelfs officiële instanties moeite hadden om iedereen goed te registreren.

Wat wij op Telendos zagen, was in ieder geval echt, net als de boten, de mensen, de spanning op het terras en de jaloezie op het eiland. De waarheid van 2015 ligt ergens tussen zee, geld, noodhulp, mensensmokkel, Europees beleid en eilandroddel in. En misschien is dat wel het wrange: op een klein Grieks eiland zag je toen al waar Europa op uit zou draaien. Niet als ideaal, maar als crisis die langzaam langs je terras voer.