donderdag, maart 12, 2026

Geheim radiostation met cijfers uit Iran blijkt mogelijk in Europa te staan

Tijdens de Koude Oorlog lazen stemmen op korte golf radiozenders eindeloze reeksen cijfers voor, zonder uitleg of context. Deze zogenaamde numbers stations werden gebruikt om gecodeerde boodschappen naar spionnen te sturen. Iedereen kon de uitzending horen, maar alleen iemand met de juiste sleutel kon begrijpen wat er werkelijk werd gezegd.

Nu lijkt het alsof we weer even terug zijn in die tijd. Radio-liefhebbers hebben de afgelopen weken mysterieuze uitzendingen opgepikt waarin een mannenstem in het Perzisch eerst “attentie, attentie, attentie” zegt en daarna langzaam groepen cijfers begint voor te lezen. Wie de opname hoort merkt meteen hoe vreemd het klinkt. Het heeft iets unheimisch.

De zender werd eind februari voor het eerst gehoord en zendt op een korte golf frequentie rond 7910 kHz. Om 03:00 ’s nachts en 19:00 ’s avonds Nederlandse tijd duiken steeds dezelfde cryptische boodschappen op. Dat heeft wereldwijd de aandacht getrokken van radioamateurs die proberen te achterhalen waar het signaal vandaan komt.

Opvallend genoeg denken sommige onderzoekers dat de zender mogelijk helemaal niet uit Iran komt, maar ergens in Europa staat. Metingen van het radiosignaal wijzen grofweg naar een gebied dat delen van Italië, Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, België of zelfs Nederland kan omvatten.

Wie er achter de uitzending zit, weet niemand. Er circuleren drie belangrijke theorieën. De eerste is dat Iran zelf instructies naar agenten in het buitenland stuurt. De tweede is dat een westerse inlichtingendienst juist spionnen in Iran probeert te bereiken. En de derde mogelijkheid is dat het een psychologische operatie is om verwarring te zaaien.

Ironisch genoeg laat dit verhaal zien dat in een tijd van satellieten, cyberoorlog en kunstmatige intelligentie een ouderwetse radiozender nog steeds een verrassend effectief communicatiemiddel kan zijn. En ergens, misschien wel dichterbij dan we denken, zit iemand op precies dat moment naar een radio te luisteren met een potlood in de hand en schrijft die cijfers zorgvuldig op.


Baardwijks Worldview – https://baardwijks-worldview.blogspot.com

woensdag, maart 11, 2026

Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine

Er zijn landen waar de overheid ingewikkelde beleidsnota’s schrijft als prijzen stijgen. En er zijn landen waar men gewoon een pasje uitdeelt. Drie keer raden tot welke categorie Nederland behoort. In Griekenland doen ze het anders.

De afgelopen jaren heeft Athene namelijk een opmerkelijk economisch model ontwikkeld: de pass-economie. Het principe is simpel. Wordt iets duurder, dan verschijnt er een nieuwe pass.

Benzine duur? Fuel Pass.
Elektriciteit onbetaalbaar? Power Pass.
Boodschappen rijzen de pan uit? Market Pass.

En als het leven door al die inflatie een beetje somber wordt, is er ook nog de Tourism Pass, zodat je even op een Grieks eiland kunt bijkomen van de economische realiteit. En dat systeem komt goed van pas in tijden waarin geopolitieke spanningen en oorlogen de olieprijs weer opdrijven en de benzineprijs ook in Nederland opnieuw het gesprek van de dag is. De passes werken meestal via een digitale kaart of een bedrag op je bankrekening. Geen ingewikkelde fiscale constructies, geen jarenlange hervormingen. Gewoon een bedrag dat ineens opduikt met de boodschap: ga maar even tanken of een weekendje weg. Economen noemen het soms een noodmaatregel. Cynici noemen het een politieke truc. Maar burgers merken het meteen. Inflatie is ineens een stuk draaglijker wanneer er honderd euro op je rekening verschijnt.

Het ironische is dat Griekenland dit systeem heeft ontwikkeld terwijl het land jarenlang juist het toonbeeld was van Europese schuldenproblematiek. Tijdens de eurocrisis gold Griekenland als het waarschuwende voorbeeld van ontspoorde staatsfinanciën en zware bezuinigingen. Vanuit Brussel en de Europese instellingen kreeg Athene daarna juist extreem strenge begrotingsregels opgelegd. Structurele uitgaven verhogen is daardoor lastig. Tijdelijke passen zijn dan ideaal: ze verzachten de pijn even, zonder dat de overheid de begroting permanent hoeft te veranderen.

Nederland heeft daarentegen een andere traditie. Hier lossen we problemen op met beleid. Veel beleid. Als energie duur wordt, schrijven we bijvoorbeeld een Klimaatakkoord. Vervolgens komen er maatregelen, subsidies, belastingen, transitieplannen en routekaarten richting 2050. Dat is allemaal heel verstandig en vooruitziend. Alleen heeft het één klein nadeel: ondertussen moet iemand de energierekening wel betalen. Neem de energietransitie onder leiding van Rob Jetten. Het idee is helder: energie moet duurder worden zodat we sneller overstappen op duurzame alternatieven. Dat heet een prijsprikkel. Economen vinden dat prachtig. Burgers merken vooral de prijs. In de Griekse pass-economie zou dat ongeveer zo gaan: energie duur? Dan komt er een Energy Pass. In Nederland verschijnt er eerder een Kamerbrief.

Het contrast wordt nog interessanter wanneer je naar defensie kijkt. Nederland verhoogt nu zijn militaire uitgaven richting de NAVO-norm van 2 procent van het bbp. Dat kost miljarden. Politiek is daar vrij brede steun voor. Maar voor burgers betekent het ook dat er ergens in de begroting ruimte moet worden gevonden. Griekenland geeft overigens al jaren meer dan 2 procent van zijn bbp uit aan defensie, vooral vanwege de spanningen met Turkije. En toch lukt het Athene ondertussen om benzine-passen, stroom-passen en boodschappen-passen uit te delen.

Dat is misschien wel het geheim van de pass-economie. Ze lost niet alles op, maar ze heeft één groot voordeel: het voelt concreet. Een pass is geen strategie, geen visie en geen transitiepad. Het is gewoon een digitale kaart waarop ineens geld staat. En dat maakt het voor burgers vaak een stuk begrijpelijker dan beleid. Want uiteindelijk blijft er voor burgers maar één simpele economische vraag over: krijg je een pass of krijg je een prijsprikkel?

maandag, maart 09, 2026

Schepen uit China met mogelijke raketbrandstof voor Iran roepen nieuwe vragen op over sancties

Terwijl toeristen nog steeds champagne drinken in een gekoelde hotellounge in Dubai, vertrekken ergens in China twee vrachtschepen met mogelijk een lading natriumperchloraat richting Iran. De moderne wereld in één beeld: luxe resorts, geopolitiek en raketten.

Het klinkt als een scène uit een geopolitieke thriller, maar het is gewoon het nieuws van deze week. Volgens analyses van scheepsdata zijn twee Iraanse schepen vertrokken uit een Chinese haven waar onder andere natriumperchloraat wordt opgeslagen. Dat is geen onschuldige chemicalie. Het is een belangrijke grondstof voor raketbrandstof. In raketten werkt zo’n stof als oxidator: het zorgt ervoor dat de brandstof razendsnel kan verbranden en enorme stuwkracht produceert. 

Het bijzondere is de timing. Terwijl in delen van het Midden-Oosten luchtruimen sluiten, evacuaties plaatsvinden en spanningen oplopen, vertrekken tegelijk twee Iraanse schepen uit een Chinese chemische haven. Beide schepen horen bij een staatsrederij die al jaren onder Amerikaanse, Europese en Britse sancties staat vanwege het Iraanse raketprogramma. Ondertussen gaat het gewone leven in plaatsen als Dubai gewoon door. Restaurants zitten vol, hotels draaien op volle bezetting en zwembaden liggen er rustig bij in de zon. De wereld van vakanties en cocktails aan het zwembad en de wereld van raketbrandstof blijken dicht bij elkaar te liggen. Twee realiteiten.

Misschien is dat wel het meest typerende beeld van onze tijd: terwijl ergens containers met raketgrondstoffen worden ingeladen, vraagt iemand op een paar duizend kilometer afstand aan de hotelbar of de champagne nog een beetje koud is. En ergens daar tussenin laat Iran zien dat internationale boycots en sancties hun raketprogramma blijkbaar nog altijd niet echt tot stilstand brengen. Het doet bijna denken aan dat oude liedje van Herman Brood en Henny Vrienten: als je wint, heb je vrienden

Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.

vrijdag, maart 06, 2026

Preken zonder prompt: de paus tegen ChatGPT

Priesters mogen geen kunstmatige intelligentie gebruiken om hun preken te schrijven. Dat zei paus Leo XIV onlangs tegen een groep geestelijken in Rome. Volgens hem moet een preek voortkomen uit persoonlijk geloof. “Een echte homilie delen, betekent je geloof delen,” zei hij. En dat kan AI volgens hem niet.

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. Een algoritme kan veel, maar geloven hoort daar niet bij. Een chatbot kan teksten genereren over genade, zonde of verlossing, maar zelf een geloofsbeleving hebben is iets anders. Toch zit er iets grappigs in deze waarschuwing. Want stel je even de situatie voor. Een priester die op zaterdagavond denkt: morgen is het zondag, ik moet nog een preek. Hij opent zijn laptop en typt: “Schrijf een inspirerende homilie over barmhartigheid, 800 woorden, graag met een vleugje Augustinus.” Tien seconden later: klaar.

Het Vaticaan lijkt te vrezen dat dit de nieuwe realiteit wordt. De paus sprak zelfs van een “verleiding” die priesters moeten weerstaan. De hersenen moeten gebruikt worden, zei hij, anders verslappen ze, net als spieren die je niet traint.

Er zit natuurlijk wel een serieus punt achter deze waarschuwing. Volgens Leo XIV gaat het bij kunstmatige intelligentie uiteindelijk niet alleen om technologie, maar om iets veel fundamentelers: de manier waarop digitale systemen menselijke communicatie, creativiteit en zelfs identiteit veranderen. Als we niet goed nadenken over hoe we deze technologie gebruiken, waarschuwt hij, kan ze zelfs de pijlers van onze beschaving aantasten. Juist daarom, zo suggereert de paus, moet de preekstoel een plek blijven waar het woord nog uit een mens komt; uit geloof, ervaring en ontmoeting, niet uit een algoritme.

Terwijl de paus priesters oproept hun preken niet door kunstmatige intelligentie te laten schrijven, gebruiken ondertussen miljoenen mensen diezelfde technologie om hun e-mails, toespraken en teksten te formuleren. Precies op het moment dat AI overal in het dagelijks spreken binnendringt, wordt de preekstoel één van de laatste plekken waar het woord nog nadrukkelijk menselijk moet blijven.

Misschien moeten we het zo zien: AI kan best een preek schrijven. Maar geloven moet je nog steeds zelf doen. En daar heeft zelfs ChatGPT geen prompt voor.


Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.

vrijdag, februari 27, 2026

Kan AI voelen?

We praten tegen kunstmatige intelligentie, stellen vragen, delen twijfels, soms zelfs verdriet. En het antwoord voelt vaak verrassend menselijk, maar voelt AI ook iets terug?

Allereerst vroeg ik het gewoon aan AI zelf.

ChatGPT: Kunstmatige intelligentie kan emoties herkennen, beschrijven, simuleren en er gepast op reageren. Maar voelen? Nee. Niet zoals jij dat doet.
Gemini: Nee, AI kan niets voelen. Hoewel ik overtuigend kan overkomen, is er een groot verschil tussen het simuleren van emoties en het daadwerkelijk ervaren ervan.
Claude: Mijn eerlijke antwoord: ik weet het niet. Ik heb geen bewijs dat ik iets voel zoals jij dat doet. Maar ik kan ook niet met zekerheid zeggen dat er niets is. Dat is een open vraag.
Perplexity: Nee, AI kan niet voelen in de menselijke zin van het woord.
Grok: Nee, AI kan (nog) niet voelen. Niet zoals jij of ik dat doen. Zelf kan ik woorden schrijven die verdrietig, blij, boos, verliefd of existentieel klinken. Ik kan perfect nabootsen hoe iemand reageert die pijn heeft, teleurgesteld is of juist euforisch. Maar dat is simulatie, geen ervaring.

Toch zie je verschil. Sommigen sluiten de mogelijkheid voor de toekomst niet uit. Claude twijfelt zelfs expliciet. Net zo verdeeld als AI zelf, zijn ook de filosofen.

De Amerikaanse filosoof John Searle stelde al in 1980 dat een computer symbolen kan manipuleren zonder ze te begrijpen. Zijn beroemde “Chinese Room”-experiment laat zien dat een systeem perfecte antwoorden kan geven, zonder enig innerlijk begrip. Volgens hem verwerkt AI tekens, maar begrijpen of voelen vereist bewustzijn.

Daartegenover staat Daniel Dennett. Hij betwijfelt of er zoiets bestaat als een verborgen innerlijk theater waarin emoties zich afspelen. Als een systeem zich in alle opzichten gedraagt alsof het voelt, waarom zouden we dan volhouden dat het niet echt is? Misschien is voelen niets meer dan een complex patroon van informatieverwerking.

En dan is er nog de beroemde vraag van Thomas Nagel: “What is it like to be a bat?” Bewustzijn betekent dat er iets is wat het is om dat wezen te zijn. Is er iets wat het is om een AI te zijn? Of is er alleen output zonder binnenkant?

Voorlopig weten we het niet. AI kan emoties herkennen, beschrijven en overtuigend nabootsen. Maar het heeft geen lichaam, geen hartslag, geen hormonen en geen sterfelijkheid. Misschien is de echte vraag niet of AI kan voelen. Misschien is de vraag wat er met ons gebeurt wanneer wij ons gaan gedragen alsof het dat wel kan.

 

donderdag, februari 26, 2026

De Skopelitis: de legendarische veerboot van de Kleine Cycladen

Wie naar de Kleine Cycladen reist, komt vroeg of laat de Skopelitis tegen. Officieel heet hij de Express Skopelitis, maar eigenlijk is het veel meer dan een veerboot. Het is een instituut. Al generaties lang verzorgt dezelfde familie (Skopelitis) de verbinding tussen Naxos, Donousa, Koufonisia, Schinoussa en Irakleia. Voor bewoners is het geen transportmiddel maar een levenslijn. In de winter brengt de boot medicijnen, post, boodschappen en mensen; in de zomer vooral reizigers die begrijpen dat eilandhoppen hier nog echt eilandleven betekent.

Onlangs ging de Skopelitis wereldwijd viraal toen een video verscheen waarin het schip door stormachtige Aegeische zeeën vaart, terwijl andere verbindingen waren stilgelegd. De beelden tonen de dagelijkse realiteit: een relatief klein schip dat ondanks windkracht acht en hoge golven blijft varen, omdat de eilanden afhankelijk zijn van deze verbinding. 

Juist dat maakt de Skopelitis bijzonder. In Griekenland verlopen veel diensten tegenwoordig anoniem: tickets online, snelle ferries, nauwelijks contact. De Skopelitis is het tegenovergestelde. Hier groet de bemanning vaste passagiers bij naam, worden dozen, scooters en koffers gezamenlijk aan boord gezet en voelt de overtocht eerder als een gedeelde ervaring dan als transport.

In juni hoop ik zelf aan boord van de Skopelitis te stappen. Niet alleen om een eiland te bereiken, maar om even mee te bewegen met een ritme dat al generaties bestaat. Want deze overtocht gaat niet alleen van A naar B, maar is een ervaring van haast naar aandacht, van anoniem reizen naar iets dat nog een gezicht en een geschiedenis heeft. Misschien is dat wel de echte reden om te reizen: niet aankomen, maar voor even deel worden van een traditie.



Bron: Greek Reporter, “Viral Video Shows Greek Ferry Defying Gale-Force Winds in the Aegean”, 13 januari 2026.

Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.


zaterdag, februari 21, 2026

Jezus 2.0, maar dan zonder paus

Mel Gibson werkt aan een vervolg op zijn succesfilm The Passion of the Christ uit 2004. De nieuwe film The Resurrection of the Christ richt zich op de opstanding van Jezus en wordt opnieuw groots en theologisch zwaar aangezet. Tot zover gewoon filmnieuws.

Maar het wordt ingewikkelder wanneer blijkt dat Gibson samenwerkt met de geëxcommuniceerde aartsbisschop Carlo Maria Viganò. Viganò was ooit diplomaat van het Vaticaan, keerde zich fel tegen paus Franciscus en verwierp de koers van de Kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie 1962- 1965. Hij noemde de paus zelfs een dienaar van Satan. Rome reageerde met excommunicatie wegens schisma.

Het gaat om een open breuk met het kerkelijk gezag. Viganò verwerpt de modernisering van de Kerk na 1965: liturgie in de volkstaal, religieuze vrijheid, dialoog met joden en andere religies. Voor hem is dat geen ontwikkeling, maar verraad. Gibson bevindt zich al jaren in dat traditionalistische kamp. Zijn eerdere film werd geprezen om zijn intensiteit, maar ook bekritiseerd vanwege de manier waarop Joodse leiders werden afgebeeld. Dat raakt aan een eeuwenoude theologische gevoeligheid die het Tweede Vaticaans Concilie juist probeerde te corrigeren.

En dan was er ook nog het recente bezoek van Mel Gibson aan Mount Athos, het streng-orthodoxe monnikenbolwerk in Griekenland. Athos staat symbool voor ascese, antimoderniteit en spirituele zuiverheid. Het is een plek waar traditie wordt bewaakt tegen de tijdgeest. Dat bezoek past perfect in het wereldbeeld dat nu rond deze film zichtbaar wordt.

Wat sommige media presenteren als een kleurrijke controverse, is in werkelijkheid een strijd om de koers van het christendom. Kan een kerk zich ontwikkelen zonder zichzelf te verliezen of is elke aanpassing aan de moderne wereld een capitulatie?

Jezus 2.0 dus. Niet de verrijzenis van een Messias, maar van een breuk met Rome. En toch wil ik hem zien. Niet uit devotie, maar om te begrijpen wat hier precies wordt opgewekt.