zaterdag, februari 14, 2026

Van Buenos Aires tot Griekenland: wat Maxima allang wist

Griekenland is een fantastisch land. Ik kom er al jaren. Toch is er één ding waar ik maar niet aan kan wennen, het bakje naast het toilet voor het wc-papier. Voor wie het niet weet: in veel delen van Griekenland mag wc-papier niet door het toilet worden gespoeld vanwege de smalle riolering. Dus gaat het gebruikte papier in een prullenbakje ernaast.

Onlangs keek ik oude afleveringen terug van B&B zoekt Lief, de Belgische variant van B&B Vol Liefde. Daar zag ik Karin in Buenos Aires met hetzelfde probleem worstelen. De heren die zij op bezoek kreeg, bleken niet allemaal enthousiast over het emmertje naast het toilet.

Zeg je Buenos Aires, dan denk je natuurlijk aan Maxima. Hoe was dat toen zij voor het eerst op bezoek kwam op De Eikenhors? Bij Karin zagen we dat ook in Argentinie het wc-papier niet altijd door het toilet kan worden gespoeld. Stel je voor dat je net in een koninklijke relatie bent beland en in de badkamer alleen een open prullenbak aantreft op het toilet. Romantiek krijgt ineens een heel praktische dimensie. En hoe zou dat nu zijn in Kranidi, in hun villa in Griekenland? Doet zij daar weer braaf mee aan de lokale gewoonte of hebben ze daar een riolering die wel alles aankan?

Tijdens de coronacrisis troffen wij op Corfu een nog ernstiger scenario aan. In ons appartement hadden we  een toilet dat niet doortrok. Bij elke poging om door te spoelen kwamen er kilo’s wc-papier weer omhoog. Op tafel lag een brief: alle reparatiekosten zijn voor eigen rekening. En vanwege corona kon er geen monteur komen zolang je er logeerde. Waarschijnlijk was dat de reden dat niemand het had gemeld. Er hing bovendien een briefje in de badkamer dat wc-papier in het bakje moest. Wat te doen? De enige optie was: zelf ingrijpen. Het enige gereedschap dat wij konden vinden voor deze missie was een soeplepel uit de keuken. Ik heb zelden zo intens nagedacht over hygiëne en verantwoordelijkheid.

En dan nog iets: ze legen die bakjes niet altijd even consequent. Je komt je kamer binnen en daar ligt het bespeurde papier van een vorige bezoeker nog rustig te stinken. Eén keer klaagde ik daarover. Even later verscheen de kokkin des huizes boven met een grote vuilniszak. Met blote handen pakte ze de inhoud uit het bakje en gooide die in de zak. Met een tevreden “ziezo” nam ze afscheid. Tijdens het eten dacht ik nog regelmatig aan dat moment. Zou ze haar handen goed hebben gewassen? Zou er ontsmettingsmiddel aan te pas zijn gekomen?

Misschien is dit wel de echte inburgeringstest van de mediterrane liefde: niet of je ouzo kunt drinken of Grieks kunt praten, maar of je zonder morren het bakje naast het toilet accepteert. Zelfs iemand die haar weg vond in een nieuw land, een nieuwe taal en een koninklijk leven heeft ooit last gehad van deze kleine ongemakken. Dan kan ik dat ook. Liefde voor een land zit soms niet in grootse gebaren, maar in het stilzwijgend omarmen van zijn eigenaardigheden. Soms zelfs in een prullenbakje naast het toilet.

 

donderdag, februari 12, 2026

Jutta, Jake en de lege kassa van Shri

Tussen lava en lobby zat een Indiër op een krukje. Zijn winkeltje in Hotel Seaside Jameos op Lanzarote was klein, maar tegelijk oneindig. Alles lag er. Slippers, zonnebrand in elke denkbare factor, magneten, armbandjes, speelgoed, tassen, zonnebrillen, sieraden, tandpasta, opladers, flessen water, tassen, nog meer zonnebrand. Je kon er nauwelijks lopen zo vol was het winkeltje.

Je zag het zo voor je: de vertegenwoordigers die ooit binnenstapten met hun koffers vol troep en hun zinnen vol beloften. “Dit verkoopt zichzelf.” “In zo’n hotel loopt dat als een trein.” “Goudmijn.” Ze moeten de man een toekomst met gouden bergen hebben beloofd, waarin toeristen elkaar verdringen om zonnebrand en sleutelhangers. Hij had alles wat iemand maar kon vragen, alleen geen klanten.

Ik was mijn slippers vergeten. Dat werd zijn hoogtepunt van de week. Hij leefde op, vertelde dat Nederlanders twee maten groter moeten nemen, omdat Nederlanders grote voeten hebben. Hij zei het met de ernst van een podoloog. En het klopte nog ook. Hij had hele volkeren gereduceerd tot schoenmaten. Duitsers zus, Engelsen zo, Nederlanders standaard twee maten groter. Het was zijn eigen wereldatlas in rubber en plastic. Alsof landen zich laten samenvatten in schoenmaten.

Op mijn bankapp zag ik dat de winkel Shri Ganesh heette. We noemden hem daarom Shri. Vast niet zijn echte naam. Ganesha, de hindoegod van voorspoed en het wegnemen van obstakels. Veel Indiase families op de Canarische Eilanden zijn ooit gekomen om handel te drijven. Ondernemersbloed, doorzetters, familiebanden en een verhaal van kansen en succes.

Maar Shri zat daar meestal alleen, op zijn krukje. Achter hem een klein altaar met een beeldje van Ganesh en een stokje wierook. Voor hem schappen vol producten die zichzelf volgens de vertegenwoordigers zouden verkopen. Omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor religies, vroeg ik hem naar het altaar achter hem. Zijn reactie verraste me. Hij was afwijzend, bijna chagrijnig. Hij ging demonstratief rechtop en wat breder zitten, precies voor het altaar, zodat ik het niet meer kon zien. Alsof ik de duivel was en zijn altaar met een blik kon ontwijden. Misschien is geloof iets wat je niet tussen zonnebrandfactor 50 en opblaasflamingo’s wilt uitleggen.

De hele week zagen wij nauwelijks iemand iets kopen. En wij liepen er vaak langs; om op onze kamer te komen, moesten we steeds langs zijn winkel. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zat Shri op zijn krukje. Elke dag iets stiller. Ik moest steeds denken aan wat hij na een lange dag thuis aan zijn familie zou vertellen. “Nee, vandaag ook niet.” “Ja, het hotel zit vol.” ”Nee, ze kopen niets.” “Ja, ik heb alles.” En dan waarschijnlijk de vraag uit India of hij nog geld kan overmaken. Want in India klinkt Lanzarote als voorspoed, niet als een man op een krukje met een lege kassa.

Een keer was de winkel dicht. Toen wij langsliepen, kwam hij luid roepend uit het toilet gerend, broek nog half op de enkels, bang een klant te missen. We hadden niets nodig. Het was tegelijk komisch en pijnlijk. Soms lag hij naast zijn winkel op een oude katholieke kerkbank die in de hal stond, moedeloos voor zich uit te kijken. Het contrast kon niet groter zijn: een Indiase ondernemer onder het toeziend oog van Ganesh, uitgestrekt op een afgedankt katholiek bankje in een Canarisch hotel, wachtend op een klant die niet kwam.

Uit medelijden kocht Michael later nog een pet bij hem. Weer was hij door het dolle heen. Al zijn levenslust kwam terug. Hij gaf advies alsof het om haute couture ging, maakte het riempje millimeter voor millimeter op maat. Ik kocht ook nog een tasje. Even voelde hij zich weer ondernemer. Maar we konden moeilijk de hele winkel leegkopen. Een paar aankopen veranderen niets aan een week zonder klanten. Soms denk ik: als Jutta Leerdam en Jake Paul hier eens binnen zouden stappen. Voor het bedrag van één peperdure tas hadden ze waarschijnlijk zijn complete voorraad kunnen overnemen, inclusief de zonnebrand die “zichzelf verkoopt”. Maar zulke mensen kopen geen petjes in hotelgangen. Geld cirkelt graag rond geld en Shri zat niet in die baan.

Misschien is dat ook het verhaal over de Indiase gemeenschap op Lanzarote. Niet alleen succesverhalen. Soms ook een man in een hotelgang, met een winkel die volgens de vertegenwoordigers een goudmijn moest zijn, wachtend tot iemand zijn slippers vergeet.

 

zondag, februari 08, 2026

Van visionair tot verdachte: het tragische lot van Alan Turing

Zonder Alan Turing geen computer, geen software en geen kunstmatige intelligentie. Alles wat vandaag vanzelfsprekend is in de digitale wereld, van algoritmes tot chatbots, rust op ideeën die hij bijna een eeuw geleden al formuleerde. En tegelijk is zijn levensverhaal tragisch en vol uitsluiting, met een nog triester einde.

Turing werd geboren op 23 juni 1912 in Londen. Al jong blonk hij uit in wiskunde en logica, maar sociaal was hij een buitenstaander. De dood van zijn jeugdvriend Christopher Morcom in 1930 had een grote invloed op hem en versterkte zijn interesse in vragen over denken, bewustzijn en natuurwetten (Hodges, 1983).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Turing in Bletchley Park aan het breken van de Duitse Enigma-codes. Hij speelde een sleutelrol bij de ontwikkeling van de Bombe, een machine die hielp om versleutelde berichten te ontcijferen. Historici gaan ervan uit dat dit werk de oorlog met een tot twee jaar heeft verkort en miljoenen levens heeft gered (Copeland, 2012).

Na de oorlog werkte Turing aan vroege computers zoals de Automatic Computing Engine en de Manchester Mark I, een van de eerste elektronische computers met een opgeslagen programma. In 1950 publiceerde hij Computing Machinery and Intelligence, waarin hij de beroemde vraag stelde: kunnen machines denken? Zijn voorstel, de Turingtest, is nog altijd het vertrekpunt voor discussies over AI en chatbots die menselijk taalgebruik nadoen (Turing, 1950).

In 1950 publiceerde hij Computing Machinery and Intelligence, waarin hij de beroemde vraag stelde: kunnen machines denken? Zijn voorstel, de Turingtest, is nog altijd het vertrekpunt voor discussies over AI. Moderne chatbots zoals ChatGPT werken weliswaar heel anders dan Turing zich voorstelde, via statistische berekeningen op enorme hoeveelheden tekst, maar bouwen voort op zijn fundamentele vraag: wanneer gedraagt een machine zich menselijk genoeg om intelligent genoemd te worden? (Turing, 1950).

In 1952 werd Turing veroordeeld, omdat hij homoseksueel was, in die tijd nog strafbaar in het Verenigd Koninkrijk. Hij kreeg de keuze tussen gevangenisstraf of chemische castratie en verloor zijn veiligheidsmachtiging. De hormonale behandeling had zware lichamelijke en psychische gevolgen. Op 7 juni 1954 werd hij dood aangetroffen in zijn huis in Wilmslow, waarschijnlijk door zelfmoord met cyanide (Hodges, 1983).

Pas veel later kwam eerherstel. In 2009 bood de Britse regering excuses aan, in 2013 kreeg hij postuum pardon en sinds 2021 siert zijn portret het Britse vijftigpondsbiljet. Inmiddels zijn er ook standbeelden van Alan Turing, onder meer in Manchester. En is zijn oude werkplek in Bletchley Park uitgegroeid tot een museum waar zijn rol in de geschiedenis van computers centraal staat. Wat ooit werd verzwegen, wordt nu zichtbaar herdacht.

Elke keer dat je een CAPTCHA invult of een gesprek voert met ChatGPT, werk je met ideeën die ooit begonnen bij een uitzonderlijk genie. We danken onze digitale wereld aan een denker die zijn eigen samenleving liever kwijt dan rijk was.

Bronnen: A.M. Turing, On Computable Numbers, 1936; A.M. Turing, Computing Machinery and Intelligence, 1950; A.M. Turing, The Chemical Basis of Morphogenesis, 1952; Andrew Hodges, Alan Turing: The Enigma, 1983; B.J. Copeland, Turing: Pioneer of the Information Age, 2012.

woensdag, februari 04, 2026

De verplichte bijbaan van Telegraaf-journalisten


De Telegraaf Webshop heeft soms leuke dingen. Alleen de service laat te wensen over. Inmiddels heeft die service een echt dieptepunt bereikt. Ik heb 30 euro betaald en er is niet geleverd. Na herhaaldelijk mailen heb ik geen enkele reactie gekregen. 

Maar ik begrijp het wel. De Telegraaf Webshop is natuurlijk een verplichte bijbaan voor Telegraaf-journalisten. Dan heb je de hele dag berichten gefabriceerd met AI, de grammatica vervolgens foutief 'verbeterd' en het nieuws is nog deprimerend ook. Na zo'n dag wil je nog maar een ding: naar de kroeg om voor (mijn) 30 euro aan bier achterover te slaan, je tanden flossen met de Telegraaf-waterflosser en diep onder je Telegraaf-dekbed kruipen. Helaas kan ik dat niet doen, want ik heb het dekbed niet geleverd gekregen. 

zaterdag, januari 31, 2026

De middenklasse krijgt van Jetje

Wat was de slogan van D66 ook alweer? ‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen.’ Het klonk warm, sociaal en geruststellend. Maar wie het nieuwe coalitieakkoord leest, ziet iets anders gebeuren. Het is een akkoord van drie partijen, maar D66 tekende er zonder veel aarzeling voor.

De pensioen-/ AOW-leeftijd gaat verder omhoog. Het eigen risico wordt verhoogd. Benzine wordt steeds duurder. Dat zijn ingrepen die  vooral het dagelijks leven van mensen met een modaal inkomen raken. Daar komt bij dat koopkrachtverlies, woonlasten en transitiebeleid via hogere energie- en mobiliteitskosten ook vooral worden afgewenteld op mensen die net te veel verdienen om geholpen te worden. De middenklasse, die werkt, belasting betaalt en zelden ergens voor in aanmerking komt, krijgt de rekening gepresenteerd.

Blijkbaar geldt ‘niemand laten vallen’ alleen voor wie officieel als zielig genoeg wordt aangemerkt. Wie gewoon zijn best doet en net boven alle grenzen uitkomt, mag het opvangen. Onder Rob Jetten krijgt de middenklasse van Jetje, letterlijk en figuurlijk.


 

Afbeelding: gegenereerd door AI

vrijdag, januari 30, 2026

Ammouliani: een kattenhel waar niemand welkom is

Ammouliani, het kleine eiland tegenover Ouranoupolis aan de rand van Athos (Chalkidiki), maakte op mij geen mooie indruk. Het was kaal, rommelig, onaf. Zelfs de weg ernaartoe bevestigde dat gevoel. De boot die je naar het eiland brengt, is eenvoudig, zo’n boot waarbij je het gevoel krijgt dat je zelf matroos bent. Vanaf Tripiti, een kale aanlegplek waar niets is behalve asfalt en een gammele taverna, vaar je in ongeveer tien minuten naar de overkant. Geen havenstad, geen dorp, geen welkom. Je staat daar te wachten in de hitte, tussen beton en leegte, alsof je per ongeluk op de verkeerde plek bent beland. Dat gevoel verdween niet bij aankomst.

Eeuwenlang was Ammouliani bezit van het klooster Vatopedi. Het eiland diende als landbouwgebied. In 1925 veranderde dat abrupt. Het eiland werd afgestaan aan de Griekse staat en toegewezen aan orthodoxe vluchtelingen uit Klein-Azië (Turkije). Mensen die alles waren kwijtgeraakt, moesten hier opnieuw beginnen, op een plek zonder voorzieningen. Die geschiedenis van ontworteling en improvisatie is nooit echt verdwenen; ze zit nog altijd in de structuur van het eiland. Vandaag wonen er ongeveer vijfhonderd tot zeshonderd mensen permanent op Ammouliani. In de zomer groeit dat aantal door toeristen en dagjesmensen.

Wat me al snel bevreemdde, was een ervaring in de plaatselijke kerk. In Griekenland ben ik gewend dat je een kerkdienst altijd kunt binnenlopen. Je komt wanneer je wilt, steekt een kaarsje aan, schuift ergens aan. Je bent welkom. Op Ammouliani gebeurde het tegenovergestelde. We liepen een kerk binnen terwijl er een dienst gaande was en alle hoofden draaiden tegelijk onze kant op. De blikken waren vijandig, gesloten. Het was druk en de deuropening werd letterlijk geblokkeerd door mensen die geen centimeter opzij gingen. We stonden daar, zichtbaar ongewenst. Het voelde als een vijandige, gesloten gemeenschap, iets wat ik nooit eerder heb meegemaakt in Griekenland.

Wat zich in de kerk aftekende, bleek geen losstaand moment. In Griekenland zijn overal zwerfkatten. Meestal hebben ze het niet heel goed, maar ook niet uitzichtloos. Wat ik op Ammouliani zag, was echter geen idyllische kattenkolonie en ook geen tijdelijk probleem. Het was een kattenhel. Ziekte, honger en misvormingen waren geen uitzonderingen, maar onderdeel van het straatbeeld. Katten met ontstoken ogen, vergroeide lichamen, dieren die nauwelijks konden lopen of eten. Het was schokkend. Ik probeerde een van hen een kattensnoepje te geven. Het dier stikte bijna. Niet uit gulzigheid, maar omdat het nauwelijks nog een slokdarm leek te hebben. Dat moment staat in mijn geheugen gegrift. Dit was systemisch lijden. Het deed me vermoeden dat er meer speelde dan alleen verwaarlozing. Op eilanden wordt vaak rattengif gebruikt tegen ongedierte en katten worden daar onbedoeld (of bedoeld?) slachtoffer van. Dat zou kunnen verklaren waarom de katten er op Ammouliani zo gruwelijk aan toe waren.

Tegen die achtergrond kreeg ook die kerkervaring betekenis. De gesloten houding, het blokkeren van de deur, het niet-wijken voor iemand die binnen wil komen. Ik begon me af te vragen of het hier niet alleen ging om katten, maar om een bredere houding tegenover wat lastig is, wat zorg vraagt, wat niet in het gewenste beeld past. Wie te veel is. Wie niet welkom is. Ik heb daar geen sluitend antwoord op.

Juist daarom viel één plek mij in het bijzonder op. Direct naast de aanlegplaats van de veerboot, bij het eerste restaurant aan de kade, liepen twee katten rond. Gezond, rustig, goed verzorgd. Ze hoorden bij het terras, bij de (vriendelijke) mensen. Het contrast met de rest van het eiland had niet groter kunnen zijn. 

Ammouliani is voor mij geen vakantie-eiland geworden en ook geen plek waar ik graag naar terug zou gaan. Het is een plek waar lagen over elkaar heen liggen: een monastiek verleden, een vluchtelingenverleden, een kleine vaste (vijandige) gemeenschap, seizoensgebonden toerisme en een schrijnend kattenprobleem. De katten zijn daarin geen detail, maar een symptoom.

Wat Ammouliani nodig heeft, is een stukje medemenselijkheid en vooral dierenartsen. Daar hoort ook iets fundamentelers bij: stoppen met het gebruik van rattengif of andere middelen die katten langzaam en onzichtbaar vergiftigen en het besef dat deze katten geen overlast vormen, maar levende wezens zijn die lijden. Zolang vergiftiging wordt getolereerd en weggekeken van de zielige hoopjes ellende die je in elke straat tegenkomt, blijven misvormingen en sterfte onderdeel van het straatbeeld. 

Op het dorpsplein staat in grote letters “I am Ammouliani”, bedoeld om je even onderdeel te laten voelen van deze plek. Maar na wat ik hier heb gezien, kan ik dat niet zeggen. Ik bén Ammouliani niet en wil het ook niet zijn. 


Vind je dit interessant? Je kunt je rechtsboven abonneren op nieuwe blogposts.

dinsdag, januari 20, 2026

Hoe slecht is onze topografische kennis eigenlijk? Zelfs TUI raakt de weg kwijt in Griekenland

Het is niet best gesteld met de topografische kennis van jongeren in Nederland. Uit een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs in 2022-2023 blijkt dat er sprake is van een middelgrote tot grote daling in de topografische kennis. Dat is op zich al zorgelijk, maar het wordt pas echt spannend als zo iemand later bij TUI gaat werken. 

Een van deze leerlingen, waarschijnlijk die met de grote daling in kennis, kreeg bij TUI de opdracht om de Griekenlandvakanties samen te stellen en op de TUI-website te plaatsen. Het gevolg is dat als je naar Panormos op Kalymnos wilt, je naar Heraklion (Kreta) vliegt. Dat is maar liefst 535 kilometer en 17 uur varen op een veerboot verder. Gelukkig kun je een transfer bijboeken.Wie bij TUI boekt, krijgt er soms gratis een cursus eilandhoppen bij. Vakantiegevoel gegarandeerd, maar niet helemaal volgens plan.

Toevallig ben ik vaak op Kalymnos geweest en dan vlieg je naar Kos, dat praktich om de hoek ligt. Toch is de verwarring bij de TUI-medewerker een klein beetje te begrijpen. Het gaat hier om Kastelli Studios en Apartments in Panormos. En ja, Panormos en Kastelli bestaan allebei zowel op Kalymnos als op Kreta. Dat gebeurt in Griekenland voortdurend. Kijk maar eens hoeveel eilanden een plaats hebben die Chora heet. Niet zo vreemd, want Chora betekent simpelweg ‘dorp’.

Als je vakanties samenstelt voor duizenden reizigers, mag je hopen dat iemand even op de kaart kijkt. Moraal van het verhaal: vertrouw niet blind op TUI, maar check altijd of je accommodatie echt op het eiland ligt waar je heen wilt. Anders begint je Griekse eilanddroom heel avontuurlijk… op het verkeerde eiland.


Vind je dit interessant? Je kunt je rechtsboven abonneren op nieuwe blogposts.