zaterdag, maart 07, 2026

De plaag van de farao op vakantie in Lanzarote

Lanzarote is tegenwoordig een van de weinige vakantieplekken waar je nog redelijk zorgeloos naartoe kunt. Terwijl in veel delen van de wereld oorlog of politieke spanning speelt en mensen in het Midden-Oosten momenteel zelfs moeite hebben om überhaupt het land uit te komen door chaotische evacuaties en gesloten luchtruimen, lijkt het Canarische eiland nog gewoon een rustige plek voor zon, zee en een wandeling langs de kust. 

Vorige week kreeg het eiland wel een wat ongebruikelijke gast: sprinkhanen uit de Sahara. Door sterke woestijnwinden en calima, de warme, stoffige luchtstroom uit Afrika, waaiden duizenden insecten richting Lanzarote, vooral bij Famara. Inmiddels zijn het alleen nog maar losse exemplaren en is er geen sprake meer van zwermen of schade. Toch roept zo’n wolk sprinkhanen meteen een oud bijbels beeld op. Alleen is de moderne conclusie een stuk praktischer: beter een sprinkhaan op je hoofd dan een raket of drone.




vrijdag, maart 06, 2026

Preken zonder prompt: de paus tegen ChatGPT

Priesters mogen geen kunstmatige intelligentie gebruiken om hun preken te schrijven. Dat zei paus Leo XIV onlangs tegen een groep geestelijken in Rome. Volgens hem moet een preek voortkomen uit persoonlijk geloof. “Een echte homilie delen, betekent je geloof delen,” zei hij. En dat kan AI volgens hem niet.

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. Een algoritme kan veel, maar geloven hoort daar niet bij. Een chatbot kan teksten genereren over genade, zonde of verlossing, maar zelf een geloofsbeleving hebben is iets anders. Toch zit er iets grappigs in deze waarschuwing. Want stel je even de situatie voor. Een priester die op zaterdagavond denkt: morgen is het zondag, ik moet nog een preek. Hij opent zijn laptop en typt: “Schrijf een inspirerende homilie over barmhartigheid, 800 woorden, graag met een vleugje Augustinus.” Tien seconden later: klaar.

Het Vaticaan lijkt te vrezen dat dit de nieuwe realiteit wordt. De paus sprak zelfs van een “verleiding” die priesters moeten weerstaan. De hersenen moeten gebruikt worden, zei hij, anders verslappen ze, net als spieren die je niet traint.

Er zit natuurlijk wel een serieus punt achter deze waarschuwing. Volgens Leo XIV gaat het bij kunstmatige intelligentie uiteindelijk niet alleen om technologie, maar om iets veel fundamentelers: de manier waarop digitale systemen menselijke communicatie, creativiteit en zelfs identiteit veranderen. Als we niet goed nadenken over hoe we deze technologie gebruiken, waarschuwt hij, kan ze zelfs de pijlers van onze beschaving aantasten. Juist daarom, zo suggereert de paus, moet de preekstoel een plek blijven waar het woord nog uit een mens komt; uit geloof, ervaring en ontmoeting, niet uit een algoritme.

Terwijl de paus priesters oproept hun preken niet door kunstmatige intelligentie te laten schrijven, gebruiken ondertussen miljoenen mensen diezelfde technologie om hun e-mails, toespraken en teksten te formuleren. Precies op het moment dat AI overal in het dagelijks spreken binnendringt, wordt de preekstoel één van de laatste plekken waar het woord nog nadrukkelijk menselijk moet blijven.

Misschien moeten we het zo zien: AI kan best een preek schrijven. Maar geloven moet je nog steeds zelf doen. En daar heeft zelfs ChatGPT geen prompt voor.

vrijdag, februari 27, 2026

Kan AI voelen?

We praten tegen kunstmatige intelligentie, stellen vragen, delen twijfels, soms zelfs verdriet. En het antwoord voelt vaak verrassend menselijk, maar voelt AI ook iets terug?

Allereerst vroeg ik het gewoon aan AI zelf.

ChatGPT: Kunstmatige intelligentie kan emoties herkennen, beschrijven, simuleren en er gepast op reageren. Maar voelen? Nee. Niet zoals jij dat doet.
Gemini: Nee, AI kan niets voelen. Hoewel ik overtuigend kan overkomen, is er een groot verschil tussen het simuleren van emoties en het daadwerkelijk ervaren ervan.
Claude: Mijn eerlijke antwoord: ik weet het niet. Ik heb geen bewijs dat ik iets voel zoals jij dat doet. Maar ik kan ook niet met zekerheid zeggen dat er niets is. Dat is een open vraag.
Perplexity: Nee, AI kan niet voelen in de menselijke zin van het woord.
Grok: Nee, AI kan (nog) niet voelen. Niet zoals jij of ik dat doen. Zelf kan ik woorden schrijven die verdrietig, blij, boos, verliefd of existentieel klinken. Ik kan perfect nabootsen hoe iemand reageert die pijn heeft, teleurgesteld is of juist euforisch. Maar dat is simulatie, geen ervaring.

Toch zie je verschil. Sommigen sluiten de mogelijkheid voor de toekomst niet uit. Claude twijfelt zelfs expliciet. Net zo verdeeld als AI zelf, zijn ook de filosofen.

De Amerikaanse filosoof John Searle stelde al in 1980 dat een computer symbolen kan manipuleren zonder ze te begrijpen. Zijn beroemde “Chinese Room”-experiment laat zien dat een systeem perfecte antwoorden kan geven, zonder enig innerlijk begrip. Volgens hem verwerkt AI tekens, maar begrijpen of voelen vereist bewustzijn.

Daartegenover staat Daniel Dennett. Hij betwijfelt of er zoiets bestaat als een verborgen innerlijk theater waarin emoties zich afspelen. Als een systeem zich in alle opzichten gedraagt alsof het voelt, waarom zouden we dan volhouden dat het niet echt is? Misschien is voelen niets meer dan een complex patroon van informatieverwerking.

En dan is er nog de beroemde vraag van Thomas Nagel: “What is it like to be a bat?” Bewustzijn betekent dat er iets is wat het is om dat wezen te zijn. Is er iets wat het is om een AI te zijn? Of is er alleen output zonder binnenkant?

Voorlopig weten we het niet. AI kan emoties herkennen, beschrijven en overtuigend nabootsen. Maar het heeft geen lichaam, geen hartslag, geen hormonen en geen sterfelijkheid. Misschien is de echte vraag niet of AI kan voelen. Misschien is de vraag wat er met ons gebeurt wanneer wij ons gaan gedragen alsof het dat wel kan.

 

donderdag, februari 26, 2026

De Skopelitis: de legendarische veerboot van de Kleine Cycladen

Wie naar de Kleine Cycladen reist, komt vroeg of laat de Skopelitis tegen. Officieel heet hij de Express Skopelitis, maar eigenlijk is het veel meer dan een veerboot. Het is een instituut. Al generaties lang verzorgt dezelfde familie (Skopelitis) de verbinding tussen Naxos, Donousa, Koufonisia, Schinoussa en Irakleia. Voor bewoners is het geen transportmiddel maar een levenslijn. In de winter brengt de boot medicijnen, post, boodschappen en mensen; in de zomer vooral reizigers die begrijpen dat eilandhoppen hier nog echt eilandleven betekent.

Onlangs ging de Skopelitis wereldwijd viraal toen een video verscheen waarin het schip door stormachtige Aegeische zeeën vaart, terwijl andere verbindingen waren stilgelegd. De beelden tonen de dagelijkse realiteit: een relatief klein schip dat ondanks windkracht acht en hoge golven blijft varen, omdat de eilanden afhankelijk zijn van deze verbinding. 

Juist dat maakt de Skopelitis bijzonder. In Griekenland verlopen veel diensten tegenwoordig anoniem: tickets online, snelle ferries, nauwelijks contact. De Skopelitis is het tegenovergestelde. Hier groet de bemanning vaste passagiers bij naam, worden dozen, scooters en koffers gezamenlijk aan boord gezet en voelt de overtocht eerder als een gedeelde ervaring dan als transport.

In juni hoop ik zelf aan boord van de Skopelitis te stappen. Niet alleen om een eiland te bereiken, maar om even mee te bewegen met een ritme dat al generaties bestaat. Want deze overtocht gaat niet alleen van A naar B, maar is een ervaring van haast naar aandacht, van anoniem reizen naar iets dat nog een gezicht en een geschiedenis heeft. Misschien is dat wel de echte reden om te reizen: niet aankomen, maar voor even deel worden van een traditie.



Bron: Greek Reporter, “Viral Video Shows Greek Ferry Defying Gale-Force Winds in the Aegean”, 13 januari 2026.


zaterdag, februari 21, 2026

Jezus 2.0, maar dan zonder paus

Mel Gibson werkt aan een vervolg op zijn succesfilm The Passion of the Christ uit 2004. De nieuwe film The Resurrection of the Christ richt zich op de opstanding van Jezus en wordt opnieuw groots en theologisch zwaar aangezet. Tot zover gewoon filmnieuws.

Maar het wordt ingewikkelder wanneer blijkt dat Gibson samenwerkt met de geëxcommuniceerde aartsbisschop Carlo Maria Viganò. Viganò was ooit diplomaat van het Vaticaan, keerde zich fel tegen paus Franciscus en verwierp de koers van de Kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie 1962- 1965. Hij noemde de paus zelfs een dienaar van Satan. Rome reageerde met excommunicatie wegens schisma.

Het gaat om een open breuk met het kerkelijk gezag. Viganò verwerpt de modernisering van de Kerk na 1965: liturgie in de volkstaal, religieuze vrijheid, dialoog met joden en andere religies. Voor hem is dat geen ontwikkeling, maar verraad. Gibson bevindt zich al jaren in dat traditionalistische kamp. Zijn eerdere film werd geprezen om zijn intensiteit, maar ook bekritiseerd vanwege de manier waarop Joodse leiders werden afgebeeld. Dat raakt aan een eeuwenoude theologische gevoeligheid die het Tweede Vaticaans Concilie juist probeerde te corrigeren.

En dan was er ook nog het recente bezoek van Mel Gibson aan Mount Athos, het streng-orthodoxe monnikenbolwerk in Griekenland. Athos staat symbool voor ascese, antimoderniteit en spirituele zuiverheid. Het is een plek waar traditie wordt bewaakt tegen de tijdgeest. Dat bezoek past perfect in het wereldbeeld dat nu rond deze film zichtbaar wordt.

Wat sommige media presenteren als een kleurrijke controverse, is in werkelijkheid een strijd om de koers van het christendom. Kan een kerk zich ontwikkelen zonder zichzelf te verliezen of is elke aanpassing aan de moderne wereld een capitulatie?

Jezus 2.0 dus. Niet de verrijzenis van een Messias, maar van een breuk met Rome. En toch wil ik hem zien. Niet uit devotie, maar om te begrijpen wat hier precies wordt opgewekt.

zaterdag, februari 14, 2026

Van Buenos Aires tot Griekenland: wat Maxima allang wist

Griekenland is een fantastisch land. Ik kom er al jaren. Toch is er één ding waar ik maar niet aan kan wennen, het bakje naast het toilet voor het wc-papier. Voor wie het niet weet: in veel delen van Griekenland mag wc-papier niet door het toilet worden gespoeld vanwege de smalle riolering. Dus gaat het gebruikte papier in een prullenbakje ernaast.

Onlangs keek ik oude afleveringen terug van B&B zoekt Lief, de Belgische variant van B&B Vol Liefde. Daar zag ik Karin in Buenos Aires met hetzelfde probleem worstelen. De heren die zij op bezoek kreeg, bleken niet allemaal enthousiast over het emmertje naast het toilet.

Zeg je Buenos Aires, dan denk je natuurlijk aan Maxima. Hoe was dat toen zij voor het eerst op bezoek kwam op De Eikenhors? Bij Karin zagen we dat ook in Argentinie het wc-papier niet altijd door het toilet kan worden gespoeld. Stel je voor dat je net in een koninklijke relatie bent beland en in de badkamer alleen een open prullenbak aantreft op het toilet. Romantiek krijgt ineens een heel praktische dimensie. En hoe zou dat nu zijn in Kranidi, in hun villa in Griekenland? Doet zij daar weer braaf mee aan de lokale gewoonte of hebben ze daar een riolering die wel alles aankan?

Tijdens de coronacrisis troffen wij op Corfu een nog ernstiger scenario aan. In ons appartement hadden we  een toilet dat niet doortrok. Bij elke poging om door te spoelen kwamen er kilo’s wc-papier weer omhoog. Op tafel lag een brief: alle reparatiekosten zijn voor eigen rekening. En vanwege corona kon er geen monteur komen zolang je er logeerde. Waarschijnlijk was dat de reden dat niemand het had gemeld. Er hing bovendien een briefje in de badkamer dat wc-papier in het bakje moest. Wat te doen? De enige optie was: zelf ingrijpen. Het enige gereedschap dat wij konden vinden voor deze missie was een soeplepel uit de keuken. Ik heb zelden zo intens nagedacht over hygiëne en verantwoordelijkheid.

En dan nog iets: ze legen die bakjes niet altijd even consequent. Je komt je kamer binnen en daar ligt het bespeurde papier van een vorige bezoeker nog rustig te stinken. Eén keer klaagde ik daarover. Even later verscheen de kokkin des huizes boven met een grote vuilniszak. Met blote handen pakte ze de inhoud uit het bakje en gooide die in de zak. Met een tevreden “ziezo” nam ze afscheid. Tijdens het eten dacht ik nog regelmatig aan dat moment. Zou ze haar handen goed hebben gewassen? Zou er ontsmettingsmiddel aan te pas zijn gekomen?

Misschien is dit wel de echte inburgeringstest van de mediterrane liefde: niet of je ouzo kunt drinken of Grieks kunt praten, maar of je zonder morren het bakje naast het toilet accepteert. Zelfs iemand die haar weg vond in een nieuw land, een nieuwe taal en een koninklijk leven heeft ooit last gehad van deze kleine ongemakken. Dan kan ik dat ook. Liefde voor een land zit soms niet in grootse gebaren, maar in het stilzwijgend omarmen van zijn eigenaardigheden. Soms zelfs in een prullenbakje naast het toilet.

 

donderdag, februari 12, 2026

Jutta, Jake en de lege kassa van Shri

Tussen lava en lobby zat een Indiër op een krukje. Zijn winkeltje in Hotel Seaside Jameos op Lanzarote was klein, maar tegelijk oneindig. Alles lag er. Slippers, zonnebrand in elke denkbare factor, magneten, armbandjes, speelgoed, tassen, zonnebrillen, sieraden, tandpasta, opladers, flessen water, tassen, nog meer zonnebrand. Je kon er nauwelijks lopen zo vol was het winkeltje.

Je zag het zo voor je: de vertegenwoordigers die ooit binnenstapten met hun koffers vol troep en hun zinnen vol beloften. “Dit verkoopt zichzelf.” “In zo’n hotel loopt dat als een trein.” “Goudmijn.” Ze moeten de man een toekomst met gouden bergen hebben beloofd, waarin toeristen elkaar verdringen om zonnebrand en sleutelhangers. Hij had alles wat iemand maar kon vragen, alleen geen klanten.

Ik was mijn slippers vergeten. Dat werd zijn hoogtepunt van de week. Hij leefde op, vertelde dat Nederlanders twee maten groter moeten nemen, omdat Nederlanders grote voeten hebben. Hij zei het met de ernst van een podoloog. En het klopte nog ook. Hij had hele volkeren gereduceerd tot schoenmaten. Duitsers zus, Engelsen zo, Nederlanders standaard twee maten groter. Het was zijn eigen wereldatlas in rubber en plastic. Alsof landen zich laten samenvatten in schoenmaten.

Op mijn bankapp zag ik dat de winkel Shri Ganesh heette. We noemden hem daarom Shri. Vast niet zijn echte naam. Ganesha, de hindoegod van voorspoed en het wegnemen van obstakels. Veel Indiase families op de Canarische Eilanden zijn ooit gekomen om handel te drijven. Ondernemersbloed, doorzetters, familiebanden en een verhaal van kansen en succes.

Maar Shri zat daar meestal alleen, op zijn krukje. Achter hem een klein altaar met een beeldje van Ganesh en een stokje wierook. Voor hem schappen vol producten die zichzelf volgens de vertegenwoordigers zouden verkopen. Omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor religies, vroeg ik hem naar het altaar achter hem. Zijn reactie verraste me. Hij was afwijzend, bijna chagrijnig. Hij ging demonstratief rechtop en wat breder zitten, precies voor het altaar, zodat ik het niet meer kon zien. Alsof ik de duivel was en zijn altaar met een blik kon ontwijden. Misschien is geloof iets wat je niet tussen zonnebrandfactor 50 en opblaasflamingo’s wilt uitleggen.

De hele week zagen wij nauwelijks iemand iets kopen. En wij liepen er vaak langs; om op onze kamer te komen, moesten we steeds langs zijn winkel. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zat Shri op zijn krukje. Elke dag iets stiller. Ik moest steeds denken aan wat hij na een lange dag thuis aan zijn familie zou vertellen. “Nee, vandaag ook niet.” “Ja, het hotel zit vol.” ”Nee, ze kopen niets.” “Ja, ik heb alles.” En dan waarschijnlijk de vraag uit India of hij nog geld kan overmaken. Want in India klinkt Lanzarote als voorspoed, niet als een man op een krukje met een lege kassa.

Een keer was de winkel dicht. Toen wij langsliepen, kwam hij luid roepend uit het toilet gerend, broek nog half op de enkels, bang een klant te missen. We hadden niets nodig. Het was tegelijk komisch en pijnlijk. Soms lag hij naast zijn winkel op een oude katholieke kerkbank die in de hal stond, moedeloos voor zich uit te kijken. Het contrast kon niet groter zijn: een Indiase ondernemer onder het toeziend oog van Ganesh, uitgestrekt op een afgedankt katholiek bankje in een Canarisch hotel, wachtend op een klant die niet kwam.

Uit medelijden kocht Michael later nog een pet bij hem. Weer was hij door het dolle heen. Al zijn levenslust kwam terug. Hij gaf advies alsof het om haute couture ging, maakte het riempje millimeter voor millimeter op maat. Ik kocht ook nog een tasje. Even voelde hij zich weer ondernemer. Maar we konden moeilijk de hele winkel leegkopen. Een paar aankopen veranderen niets aan een week zonder klanten. Soms denk ik: als Jutta Leerdam en Jake Paul hier eens binnen zouden stappen. Voor het bedrag van één peperdure tas hadden ze waarschijnlijk zijn complete voorraad kunnen overnemen, inclusief de zonnebrand die “zichzelf verkoopt”. Maar zulke mensen kopen geen petjes in hotelgangen. Geld cirkelt graag rond geld en Shri zat niet in die baan.

Misschien is dat ook het verhaal over de Indiase gemeenschap op Lanzarote. Niet alleen succesverhalen. Soms ook een man in een hotelgang, met een winkel die volgens de vertegenwoordigers een goudmijn moest zijn, wachtend tot iemand zijn slippers vergeet.