Mel Gibson werkt aan een vervolg op zijn succesfilm The Passion of the Christ uit 2004. De nieuwe film The Resurrection of the Christ richt zich op de opstanding van Jezus en wordt opnieuw groots en theologisch zwaar aangezet. Tot zover gewoon filmnieuws.
Maar
het wordt ingewikkelder wanneer blijkt dat Gibson samenwerkt met de
geëxcommuniceerde aartsbisschop Carlo Maria Viganò. Viganò was ooit diplomaat
van het Vaticaan, keerde zich fel tegen paus Franciscus en verwierp de koers
van de Kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie 1962- 1965. Hij noemde de paus zelfs een
dienaar van Satan. Rome reageerde met excommunicatie wegens schisma.
Het gaat om een open breuk met het kerkelijk gezag. Viganò verwerpt de modernisering van de Kerk na 1965: liturgie in de volkstaal, religieuze vrijheid, dialoog met joden en andere religies. Voor hem is dat geen ontwikkeling, maar verraad. Gibson bevindt zich al jaren in dat traditionalistische kamp. Zijn eerdere film werd geprezen om zijn intensiteit, maar ook bekritiseerd vanwege de manier waarop Joodse leiders werden afgebeeld. Dat raakt aan een eeuwenoude theologische gevoeligheid die het Tweede Vaticaans Concilie juist probeerde te corrigeren.
En dan was er ook nog het recente bezoek van Mel Gibson aan Mount Athos, het streng-orthodoxe monnikenbolwerk in Griekenland. Athos staat
symbool voor ascese, antimoderniteit en spirituele zuiverheid. Het is een plek
waar traditie wordt bewaakt tegen de tijdgeest. Dat bezoek past perfect in het
wereldbeeld dat nu rond deze film zichtbaar wordt.
Wat sommige media presenteren als een kleurrijke
controverse, is in werkelijkheid een strijd om de koers van het christendom.
Kan een kerk zich ontwikkelen zonder zichzelf te verliezen of is elke
aanpassing aan de moderne wereld een capitulatie?
Jezus 2.0 dus. Niet de verrijzenis van een Messias, maar
van een breuk met Rome. En toch wil ik hem zien. Niet uit devotie,
maar om te begrijpen wat hier precies wordt opgewekt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten