dinsdag, maart 24, 2026

Welkom aan boord van de vaagtaalmaatschappij, waar iedereen incheckt en niemand nog iets te zeggen heeft

Er is iets vreemds aan de hand met taal en niemand lijkt het door te hebben. Opeens “checken” we niet meer gewoon hoe het met iemand gaat, nee, we “checken even in bij elkaar”. Alsof elk gesprek een soort vlucht is en we allemaal met handbagage door het leven lopen. “Hoe gaat het met je?” - “Moment, ik moet eerst even inchecken.”

Het klinkt modern, professioneel, een tikje therapeutisch misschien zelfs, maar eigenlijk is het gewoon opgeblazen lucht. Want wat bedoel je nu echt? Dat je even belt? Even vraagt hoe het gaat? Waarom moet daar ineens een Engelse luchthavenmetafoor overheen gegoten worden?

Het grappige is: in België zeggen ze dat je “vliegt” als je niet helemaal spoort. En bij ons: “die ziet ze vliegen.” Dat komt verdacht dicht in de buurt. Want als iedereen voortdurend aan het “inchecken” is, dan zijn we collectief blijkbaar al opgestegen. Bestemming: vaagtaal.

Er zit ook iets ontwijkends in. “Inchecken” klinkt veiliger dan gewoon zeggen: “Hoe gaat het echt met je?” Het haalt de scherpte eruit, maakt het afstandelijker. Alsof je niet meer echt contact maakt, maar een soort procedure doorloopt. Gesprek als ritueel, niet als ontmoeting.

Misschien moeten we het gewoon weer simpel maken. Niet inchecken, maar praten of nog beter: luisteren. Als iemand zegt: “Zullen we even inchecken?”, dan weet ik één ding zeker: dit gesprek is al geland voordat het begonnen is.

Geen opmerkingen: