woensdag, maart 11, 2026

Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine

Er zijn landen waar de overheid ingewikkelde beleidsnota’s schrijft als prijzen stijgen. En er zijn landen waar men gewoon een pasje uitdeelt. Drie keer raden tot welke categorie Nederland behoort. In Griekenland doen ze het anders.

De afgelopen jaren heeft Athene namelijk een opmerkelijk economisch model ontwikkeld: de pass-economie. Het principe is simpel. Wordt iets duurder, dan verschijnt er een nieuwe pass.

Benzine duur? Fuel Pass.
Elektriciteit onbetaalbaar? Power Pass.
Boodschappen rijzen de pan uit? Market Pass.

En als het leven door al die inflatie een beetje somber wordt, is er ook nog de Tourism Pass, zodat je even op een Grieks eiland kunt bijkomen van de economische realiteit. En dat systeem komt goed van pas in tijden waarin geopolitieke spanningen en oorlogen de olieprijs weer opdrijven en de benzineprijs ook in Nederland opnieuw het gesprek van de dag is. De passes werken meestal via een digitale kaart of een bedrag op je bankrekening. Geen ingewikkelde fiscale constructies, geen jarenlange hervormingen. Gewoon een bedrag dat ineens opduikt met de boodschap: ga maar even tanken of een weekendje weg. Economen noemen het soms een noodmaatregel. Cynici noemen het een politieke truc. Maar burgers merken het meteen. Inflatie is ineens een stuk draaglijker wanneer er honderd euro op je rekening verschijnt.

Het ironische is dat Griekenland dit systeem heeft ontwikkeld terwijl het land jarenlang juist het toonbeeld was van Europese schuldenproblematiek. Tijdens de eurocrisis gold Griekenland als het waarschuwende voorbeeld van ontspoorde staatsfinanciën en zware bezuinigingen. Vanuit Brussel en de Europese instellingen kreeg Athene daarna juist extreem strenge begrotingsregels opgelegd. Structurele uitgaven verhogen is daardoor lastig. Tijdelijke passen zijn dan ideaal: ze verzachten de pijn even, zonder dat de overheid de begroting permanent hoeft te veranderen.

Nederland heeft daarentegen een andere traditie. Hier lossen we problemen op met beleid. Veel beleid. Als energie duur wordt, schrijven we bijvoorbeeld een Klimaatakkoord. Vervolgens komen er maatregelen, subsidies, belastingen, transitieplannen en routekaarten richting 2050. Dat is allemaal heel verstandig en vooruitziend. Alleen heeft het één klein nadeel: ondertussen moet iemand de energierekening wel betalen. Neem de energietransitie onder leiding van Rob Jetten. Het idee is helder: energie moet duurder worden zodat we sneller overstappen op duurzame alternatieven. Dat heet een prijsprikkel. Economen vinden dat prachtig. Burgers merken vooral de prijs. In de Griekse pass-economie zou dat ongeveer zo gaan: energie duur? Dan komt er een Energy Pass. In Nederland verschijnt er eerder een Kamerbrief.

Het contrast wordt nog interessanter wanneer je naar defensie kijkt. Nederland verhoogt nu zijn militaire uitgaven richting de NAVO-norm van 2 procent van het bbp. Dat kost miljarden. Politiek is daar vrij brede steun voor. Maar voor burgers betekent het ook dat er ergens in de begroting ruimte moet worden gevonden. Griekenland geeft overigens al jaren meer dan 2 procent van zijn bbp uit aan defensie, vooral vanwege de spanningen met Turkije. En toch lukt het Athene ondertussen om benzine-passen, stroom-passen en boodschappen-passen uit te delen.

Dat is misschien wel het geheim van de pass-economie. Ze lost niet alles op, maar ze heeft één groot voordeel: het voelt concreet. Een pass is geen strategie, geen visie en geen transitiepad. Het is gewoon een digitale kaart waarop ineens geld staat. En dat maakt het voor burgers vaak een stuk begrijpelijker dan beleid. Want uiteindelijk blijft er voor burgers maar één simpele economische vraag over: krijg je een pass of krijg je een prijsprikkel?

Geen opmerkingen: