donderdag, augustus 13, 2026

Sfeereclipsen

Heel Nederland leek op 12 augustus even last te hebben van eclipskoorts. Op verschillende plekken verzamelden zich honderden mensen met eclipsbrillen om de gedeeltelijke zonsverduistering te bekijken. Er stonden zelfs files. Ook wij wilden de eclips meemaken, maar niet door op zoek te gaan naar een plek waar we de zon konden zien. We bleven bewust op ons eigen terras, waar de zon achter de bebouwing uit zicht bleef. Niet kijken naar de eclips, maar ervaren wat er tijdens een eclips gebeurt. We gingen sfeereclipsen.

Twee Boeddha's als ijkpunt

Op ons terras aan het water staan twee Boeddha's. Ze staan er altijd, dus ze waren bij uitstek geschikt als vast ijkpunt. Vlak voordat de eclips begon, maakte ik de eerste foto. Daarna fotografeerde ik ze regelmatig opnieuw, steeds ongeveer vanuit dezelfde positie. Het plan was eenvoudig: verandert het licht werkelijk zo sterk dat je het terugziet op een plek die je iedere dag ziet?

Om 19.16 uur begon de maan voor de zon te schuiven. In het begin gebeurde er weinig spectaculairs. De lucht was blauw, de zon scheen en de vogels deden wat vogels op een zomeravond altijd doen. Maar langzaam veranderde er iets.

Een ander soort donker

Het eerste wat opviel, was het licht. De warme gloed verdween steeds verder uit de omgeving. Het groen werd matter, het water verloor zijn glans en de vlonder en de Boeddha's kregen een zachter, grijzer licht.

Op de foto's is dat te zien, maar in werkelijkheid was het verschil groter. Mijn telefoon deed namelijk precies waarvoor hij gemaakt is: zodra het donkerder werd, probeerde hij dat te compenseren. Op het scherm zag de wereld er daardoor lichter uit dan voor onze ogen. Dat was een onverwacht onderdeel van het sfeereclipsen: de camera beleefde een andere eclips dan wij.

Ook de wind nam toe. We luisterden naar de vogels. Op een gegeven moment leek het even alsof ze stil waren geworden. Zou dit dan de beroemde schemerstilte zijn? Nee, even later hoorden we ze alweer en zelfs rond het hoogtepunt van de eclips waren de vogels nog gewoon te horen. De natuur hield zich niet aan ons zorgvuldig bedachte eclipsdraaiboek.

De hemel werd zachter

Het vreemdste gebeurde boven ons. De omgeving werd steeds donkerder, maar de hemel gedroeg zich niet zoals bij een gewone zonsondergang. Die bleef opvallend licht en blauw. Alleen veranderde het blauw. Het werd minder fel, minder hard. De hemel werd zachter. Dat contrast was misschien wel het bijzonderste van de hele ervaring: donkere bomen en een donkere omgeving onder een hemel die nog altijd lichtblauw was. Het voelde niet als avond en ook niet als dag. Er leek even een soort tussentijd te ontstaan.

Om 20.10 uur bereikte de eclips bij ons zijn hoogtepunt. Er viel een vreemde kalmte over de omgeving. Niet omdat alles plotseling stil was – de vogels waren nog steeds te horen – maar de wereld leek even tot rust te komen. Het licht was zachter, de omgeving donkerder en boven ons bleef die lichte blauwe hemel. Het was geen gewone avondschemering. Alles was er nog, maar het voelde even anders. We konden de verduisterde zon nog steeds niet zien. En inmiddels vonden we dat eigenlijk helemaal niet erg.

Draken, wolven en een hoofd zonder lichaam

Dat vreemde licht moet vroeger nog veel indrukwekkender zijn geweest, toen niemand wist dat een eclips simpelweg ontstaat doordat de maan tussen de aarde en de zon schuift.

Over de hele wereld ontstonden verhalen om de zonverdwazing te verklaren. In oude Chinese verhalen kon een draak de zon verslinden en maakten mensen lawaai om hem te verjagen. In de Noordse mythologie wordt de zon achtervolgd door de wolf Sköll. En in de hindoeïstische mythologie speelt Rahu een prachtige rol. Rahu is alleen een hoofd. Volgens de mythe dronk hij stiekem van de nectar die hem onsterfelijk zou maken. Zon en maan verraadden hem, waarna Vishnu zijn hoofd van zijn lichaam scheidde. Maar omdat Rahu inmiddels onsterfelijk was, bleef zijn hoofd bestaan. Uit wraak probeert hij sindsdien zon en maan te verslinden. Zonder lichaam kan hij ze alleen nooit vasthouden. En dus komt het licht altijd terug.

Wie tijdens een eclips het vreemde licht om zich heen ziet, begrijpt ineens iets beter waarom mensen daar ooit draken, wolven en goden voor nodig hadden.

De schaduwdoop

Toen we begonnen, bestond sfeereclipsen nog niet. Aan het einde van de avond wisten we precies wat het betekende.

Sfeereclipsen is niet proberen de beste foto van een verduisterde zon te maken. Het is kijken naar een plek die je goed kent en merken dat die langzaam verandert. Luisteren of de vogels anders klinken. Voelen dat de wind opsteekt. Zien dat je camera iets anders registreert dan je ogen. En ontdekken dat een blauwe hemel zachter kan worden.

Terwijl elders mensen in de file stonden om de eclips te kunnen zien, zaten wij gewoon op ons terras. We zagen de zon niet één keer. Maar misschien hebben we de eclips juist daardoor wel echt ervaren. En daarmee kreeg het woord sfeereclipsen zijn eerste officiële schaduwdoop.

zondag, augustus 02, 2026

Chora (Naxos), laag voor laag

Sommige bestemmingen lijken op een ui. Je moet ze laag voor laag afpellen voordat je een plaats begrijpt. Chora op Naxos is zo’n plaats.

De eerste laag

Wanneer je met de boot aankomt, zie je eerst de Portara. De grote marmeren poort staat op een klein schiereiland naast de haven en is het boegbeeld van Naxos geworden. Vrijwel iedereen die het eiland binnenvaart, maakt er een foto van. De poort hoorde bij een tempel voor Apollo die nooit is afgemaakt. Dat laatste is eigenlijk het interessantste aspect. Een voltooid gebouw vertelt wat het geworden is. Een onvoltooid gebouw blijft ook vertellen wat het had kunnen worden.

Maar wanneer je eenmaal van de boot bent gestapt, kom je eerst in een heel andere wereld terecht. Langs de boulevard staan restaurants, terrassen, souvenirwinkels en reisbureaus dicht op elkaar. Alles probeert je aandacht te trekken. Het is een grote toeristenkermis die weinig verraadt van wat erachter ligt. Je zou de neiging kunnen krijgen om rechtsomkeert te maken en de eerste de beste boot naar een ander eiland te nemen.

Dat zou jammer zijn.

Verder Chora in

Je moet verder Chora in gaan. Niet alleen rechtdoor lopen, maar ook afslaan waar je niet weet waar je uitkomt. Je moet steegjes in, trappen op en doorgangen onder huizen door. Soms daal je weer af en kom je uit waar je een uur eerder ook al was. Chora laat zich niet in één wandeling begrijpen.

Na de boulevard komt de oude stad. De straten worden smaller en mooier, maar ook steiler. Hoe hoger je klimt, hoe minder mensen je tegenkomt. Veel bezoekers blijven beneden, waar de winkels zijn en waar je zonder veel inspanning weer bij de haven kunt komen. Rust moet je in Chora blijkbaar verdienen door omhoog te lopen.

Toch is ook de oude stad nog maar een laag. De fraaiste steegjes en witte huizen zijn inmiddels net zo goed onderdeel van het beeld dat bezoekers van de Cycladen verwachten. Ze zijn echt, maar worden tegelijkertijd bekeken, gefotografeerd en verhuurd. Het wordt pas werkelijk interessant wanneer je de laag bereikt waar de bewoners leven.

Waar de bewoners leven

Die zie je beter wanneer je zelf een huisje huurt. Veel woningen hebben een kleine verdieping of een huisje op het dak dat aan toeristen wordt verhuurd. Vanaf zo’n dakterras kijk je niet alleen uit over zee en witte kubusvormige huizen. Je kijkt ook neer op binnenplaatsen, keukens, waslijnen en buren die elkaar vanaf hun balkons iets toeroepen. Daar begint een ander Naxos.

In een van de huizen in onze buurt woonde een vrouw die iedere dag tientallen katten te eten gaf. Sommige katten zaten al uren op haar te wachten. Ze wisten precies waar en wanneer ze moesten verschijnen. Daarna kwam de vrouw naar buiten en serveerde ze hun iets wat meer op een driegangendiner leek dan op kattenvoer. De katten schoven aan in groepjes, alsof er een onzichtbare tafelschikking bestond. Het was geen attractie. Juist daardoor bleef ik ernaar kijken.

Een bed en een rolkoffer

Ook achter het drukke St. George Beach wonen mensen tussen de appartementen, hotels en verhuuraccommodaties. Overdag lopen toeristen er met strandtassen, luchtbedden en koffers. Daartussen staat soms ineens een gewoon huis met een openstaande deur. Iedere dag kwamen wij langs zo’n huisje. Binnen lag iemand op een bed, vermoedelijk op sterven. Het bed stond vlak bij de open deur. Het voelde ongemakkelijk om erlangs te lopen, maar wegkijken voelde minstens zo ongemakkelijk. De volgende dag was het bed leeg. Dat beeld bleef bij me. Een paar uur later stond er een rolkoffer naast het bed en liep er een toerist door het huisje. Eerst een mens, daarna een leeg bed en vervolgens een koffer. Het leven van de bewoner en het verblijf van de bezoeker leken elkaar zonder tussenruimte af te wisselen.

Toeristische plaatsen wekken gemakkelijk de indruk dat alles er voor de bezoeker bestaat. De kamer is schoongemaakt, het bed is opgemaakt en de sleutel ligt klaar. Wat eraan voorafging, blijft meestal buiten beeld. Toch hebben die kamers een geschiedenis, zelfs als wij daar niets van weten. Misschien is dat de diepste laag van Chora: het besef dat je tijdelijk verblijft op een plaats waar anderen niet op vakantie zijn.

Op St. George Beach zag ik ook iets wat ik nog nooit eerder had gezien. Er stond een installatie die Seatrac heette. Via een soort rails of kabelsysteem konden mensen met een rolstoel de zee in. Ik heb er lang naar gekeken en kreeg er allerlei merkwaardige visioenen bij. Vooral de vraag hoe iemand daarna weer uit zee kwam, hield me bezig. Helaas heb ik niemand het systeem zien gebruiken, dus ik weet nog steeds niet precies hoe het werkt. De meeste mensen lopen er voorbij, zonder er echt naar te kijken.

Lopen doen de Grieken zelf overigens niet altijd graag. Wij hadden een buurman die iedere ochtend op zijn scooter naar de bakker ging. Die bakker zat letterlijk twee huizen verderop. Tegen de tijd dat hij zijn scooter had gestart en de straat op was gereden, had hij er lopend al kunnen staan. De bakkers op Naxos zijn in ieder geval de moeite waard. Ze zijn overal en verkopen brood, taartjes en allerlei gevulde en ongevulde broodjes waarvan je jezelf iedere ochtend kunt wijsmaken dat je ze nodig hebt voor de wandeling naar boven.

Chora openbaart zich niet in de juiste volgorde. Eerst zie je het monument dat nooit werd voltooid. Daarna de toeristenwereld die geheel op bezoekers lijkt te zijn ingericht. Vervolgens kom je in de oude stad, waar de straten stiller worden. Pas daarna zie je de kattenvrouw, de buurman op zijn scooter, de open deuren en de kamers waarin geleefd, gestorven en opnieuw ingecheckt wordt.

Een bestemming is nooit alleen wat er voor ons wordt klaargezet. Ze bestaat ook uit alles wat gewoon doorgaat wanneer wij weer op de boot stappen. Misschien is reizen niet het verzamelen van zoveel mogelijk mooie plaatsen, maar het langzaam afleren van de gedachte dat een plaats er is omdat wij haar bezoeken.

De Portara staat bij vertrek nog altijd op dezelfde plek. Een poort zonder tempel, die nergens meer naartoe leidt. Of misschien juist wel. Niet naar het Naxos van de reisgidsen, maar naar de lagen die daarachter liggen. Je moet alleen de moeite nemen om erdoorheen te kijken.