Nabestaanden kunnen daardoor via een chatbot, ook wel deathbot of griefbot genoemd, berichten sturen naar een digitale versie van een overleden partner, vriend of familielid. Soms blijft de simulatie beperkt tot tekst, maar er bestaan ook toepassingen met avatars, deepfake-video’s en virtual reality.
Wat nog als sciencefiction klinkt, krijgt onder andere in Azië al concreet vorm. In Zuid-Korea trok de televisieserie Meeting You veel aandacht: daarin konden nabestaanden via virtual reality hun overleden dierbaren digitaal ontmoeten. Ook in Japan bestaan inmiddels AI-diensten die overledenen op basis van foto’s, stemmen en andere gegevens reconstrueren en soms zelfs gesprekken mogelijk maken. Toch is deze technologie ook daar nog geen alledaagse, algemeen geaccepteerde praktijk.
Maar met wie of wat praten we eigenlijk? Is de digitale overledene een kopie, een voortzetting van de oorspronkelijke persoon of ontstaat er iets geheel nieuws?
Een digitale overledene: werkelijkheid of illusie?
In de documentaire Eternal You van Hans Block en Moritz Riesewieck (2024) worden verschillende toepassingen van deze technologie getoond. De documentaire laat zowel troostende als beangstigende ervaringen zien.
Een AI-simulatie van een overledene is geen levend mens, maar ook geen gewoon object. Zij is geen afbeelding, maar evenmin vanzelfsprekend een voortzetting van de oorspronkelijke persoon.
De Franse filosoof Jean Baudrillard biedt een interessante manier om dit verschijnsel te begrijpen. Volgens Baudrillard kunnen representaties een eigen werkelijkheid gaan vormen. Hij noemt dit een simulacrum.
Een AI-simulatie van een overledene is gebaseerd op iemand die daadwerkelijk heeft geleefd. In het begin lijkt het systeem daarom een representatie: het bootst taalgebruik, stem, uiterlijk of gedrag na. Zodra de simulatie nieuwe antwoorden formuleert die de oorspronkelijke persoon nooit heeft gegeven, produceert zij echter nieuwe uitingen. De digitale overledene herhaalt dan niet alleen bestaande gegevens, maar verschijnt als een actuele gesprekspartner. Daarmee ontstaat een werkelijkheid die niet meer volledig kan worden teruggebracht tot de oorspronkelijke data.
Tussen leven en dood
Ook het begrip liminaliteit van antropoloog Victor Turner helpt om deze bijzondere situatie te begrijpen. Liminaliteit verwijst naar een drempeltoestand, waarin iemand zich tussen twee situaties bevindt.
Bij de dood vindt de afscheiding onmiskenbaar plaats, maar AI-simulaties van overledenen maken van liminaliteit een permanente toestand. De biologische persoon is overleden, terwijl een digitale versie aanspreekbaar en zichtbaar blijft. De overledene is daardoor niet volledig aanwezig, maar ook niet volledig afwezig. De simulatie bevindt zich tussen leven en dood, mens en machine, werkelijkheid en fictie.
Een nieuwe hybride werkelijkheid
Een AI-simulatie ontstaat uit een combinatie van menselijke gegevens, technologie en de interactie met een gebruiker. De overleden persoon levert digitale sporen, de technologie verwerkt deze tot nieuwe uitingen en de nabestaande brengt herinneringen, verwachtingen, vragen en interpretaties in.
Hierdoor ontstaat een nieuwe, hybride entiteit die niet volledig tot één van deze onderdelen kan worden herleid. Deze hybriditeit is bovendien dynamisch. Een interactieve AI-simulatie reageert op nieuwe vragen, waardoor de gebruiker medeproducent wordt van de vorm die de digitale overledene aanneemt. Iedere interactie creëert een specifieke gespreksgeschiedenis en kan, afhankelijk van de technische inrichting, ook latere reacties beïnvloeden.
De digitale overledene is daardoor geen afgerond digitaal object, maar een aanwezigheid die in de interactie voortdurend opnieuw wordt gevormd.
Conclusie: wat leeft er digitaal voort?
Leven de doden digitaal voort? Een AI-overledene is geen teruggekeerde of voortgezette persoon, maar ook geen passief digitaal object. Het systeem is gebaseerd op gegevens van iemand die werkelijk heeft geleefd, maar genereert ook nieuwe uitingen die die persoon nooit heeft gedaan.
De AI-overledene kan daarom het best worden begrepen als een hybride, relationele en veranderlijke entiteit: een nieuwe verschijningsvorm die ontstaat uit menselijke data, technische infrastructuur en de interactie met nabestaanden. Binnen die relatie kan de aanwezigheid werkelijk worden ervaren, zonder dat er sprake is van een voortgezet bewustzijn of dezelfde persoonlijke identiteit.
Niet de overleden persoon leeft dus digitaal voort, maar een technologisch gecreëerde aanwezigheid die telkens opnieuw vorm krijgt. De dood wordt niet ongedaan gemaakt; wel verandert deze technologie wat het betekent om na de dood nog ‘aanwezig’ te zijn.
Dit artikel is gebaseerd op mijn onderzoek ‘De ontologische status van AI-simulaties van overledenen’, wat ik heb geschreven voor de master Digitale Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit (2026).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten