
In het klooster wonen nog zo'n 60 missiezusters en het klooster is tevens opleidingshuis voor vrouwen die missiezuster willen worden. Dit alles is ooit gesticht door pater Franz Pfanner, die moedige jonge vrouwen nodig had bij zijn missie in Zuid-Afrika. Dit resulteerde in 1885 in de stichting van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed. Aanvankelijk gingen de zusters gelijk naar Zuid-Afrika, dit bleek niet handig te zijn; de zusters moesten eerst intreden in een huis in Europa, om zo beter op de reis voorbereid te zijn, en zo kwamen zij uiteindelijk in Aarle-Rixtel terecht.
Naast het klooster bevindt zich een tot hotel omgebouwde boerderij, Herberg de Brabantse Kluis. En dat is wat wij bij aankomst direct zagen, alles nodigt uit om koeien en biggen te gaan kijken. Tot mijn grote teleurstelling bleek het klooster hermetisch te zijn afgesloten. En nu laat ik mij niet snel uit het kloosterveld slaan, maar overal stonden bordjes met "Privé voor de zusters", en zelfs "Alleen toegang voor koeien". Het kloostergebouw bleef ons onbereikbaar, in de verte, aanstaren. Als alternatief stonden er bordjes met routes die wel waren toegestaan: de biggetjesroute en naar de Lourdesgrot. De grot leek mij ook wel aardig, en Michael had inmiddels wel zin in een overheerlijk, mals biggetje.

Met de biggetjes waren we snel klaar, die bleken van metaal te zijn. Alhoewel de tuin waarin zij staan wel mooi is, maar dat is eigenlijk met het hele gebied wel het geval. Gelukkig was daar nog de Lourdesgrot.In 1907 hebben de zusters deze grot gebouwd, naar het voorbeeld van de echte Lourdesgrot. Je kunt er een kaarsje opsteken, wat wij dan maar hebben gedaan.

Achteraf blijkt dat je het klooster wel kunt bezoeken, maar daar eerst een afspraak voor moet maken. We zullen dus nog eens terug moeten komen, om de geheimen achter de muren te kunnen ontrafelen. Deze keer hebben we ons bezoek maar afgesloten bij de koeien van de Brabantse kluis, en ach die kalfjes zijn toch ook best leuk.



