In Senegal zijn we erachter gekomen dat het herdenken van de slavernij daar heel anders aan toegaat dan in het westen. Een land dat op zo'n grote schaal met deze gruwelijke praktijken te maken heeft gehad als Senegal, gaat op (voor ons) heel vreemde wijze om met dit fenomeen.
Eigenlijk is het ook niet zo vreemd. Bij ons moet alles altijd onder het vloerkleed gestopt worden en dus is herdenken vaak de gruwelijkheden verstoppen achter bloemenkransen en stemmige muziekjes op daarvoor vastgestelde dagen. Het is niet voor niets dat Zwarte Piet tegenwoordig schandelijk wordt bevonden. In Senegal waar ze het grootste slavenmonument ter wereld hebben (Gorée), staan door het hele land houten slaven op denigrerende wijze, bloot en bezig met vernederende taken, tentoongesteld.
Het gekke is dat het geen herinneringsbeelden leken, maar eerder decoratiestukken. Zo stonden er in ons hotel verschillende houten slaven, in blote kont, prominent in de lobby van ons hotel. De houten beelden hadden ook nog eens karikaturale trekken, die in de verste verte niet leken op de Senegalezen.
Je kon niet in de lobby gaan zitten (de enige plaats met een redelijke internetverbinding) zonder dat je met plaatsvervangende schaamte naar de beelden moest kijken. In het midden van de lobby stond een grote waterput, waar de beelden her en der omheen stonden. Maar misschien is dat nu juist ook wel weer heel sterk, dat je schaamte krijgt door de tastbare herinnering. Is dat niet beter dan Zwarte Piet verstoppen onder een paarse of groene ontkenningslaag?
Hoewel een gids ons vertelde dat niet de blanken de oorzaak van de slavernij waren, maar de lokale koningen, omdat die bijvoorbeeld luxe producten als sigaren en dure drank ruilden voor sterke mannen uit hun eigen stam. Tja voor elke gruweldaad zijn natuurlijk altijd meerdere schuldigen aan te wijzen. Dan krijgen we de aloude vraag, wie is schuldiger, de dader of de meeloper?
Posts tonen met het label Senegal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Senegal. Alle posts tonen
vrijdag, april 12, 2019
zondag, februari 17, 2019
Dakar-rally Senegal
De Dakar-rally wordt jaarlijks in januari gehouden. Vroeger heette het Parijs-Dakar. Eigenlijk kan Dakar ook wel uit de naam, want tegenwoordig (sinds 2009) wordt de rally in Zuid-Amerika gereden, vanwege terreurdreiging.
Wij hebben in Senegal een stukje van de rally gereden (met chauffeur). Tenminste een stukje van het vroegere parcours en de finish.
Oprichter Thierry Sabine (overleden in 1986 bij een helikoptercrash) had best veel op met de arme plaatselijke bevolking. Hij richtte een school en een ziekenhuis op en heeft heel wat mensen aan werk geholpen. Ook nu nog is de finishplaats een druk bezochte (toeristische) plaats. De oude jeeps gebruikt men om met toeristen een stukje door de duinen te racen. Toeristen komen er veel, ook om het roze meer te komen bekijken.
De jeeps zijn oud, heel oud. We moesten vaak stoppen vanwege oververhitting van de motor. Verder rammelde er van alles en natuurlijk kregen we ook nog een lekke band. Onze chauffeur was echter onvermoeibaar vrolijk. Het meest indrukwekkend was het enorme, lege strand, waar vroeger de finish was. De zee is hier prachtig ruig. Helaas zo ruig dat hier jaarlijks zo'n 70 vissers om het leven komen. Je ziet heier helemaal niemand, tot de jeep even stopt, dan komen er plotseling overal verkopers aanrennen.
Wij hebben in Senegal een stukje van de rally gereden (met chauffeur). Tenminste een stukje van het vroegere parcours en de finish.
Oprichter Thierry Sabine (overleden in 1986 bij een helikoptercrash) had best veel op met de arme plaatselijke bevolking. Hij richtte een school en een ziekenhuis op en heeft heel wat mensen aan werk geholpen. Ook nu nog is de finishplaats een druk bezochte (toeristische) plaats. De oude jeeps gebruikt men om met toeristen een stukje door de duinen te racen. Toeristen komen er veel, ook om het roze meer te komen bekijken.
De jeeps zijn oud, heel oud. We moesten vaak stoppen vanwege oververhitting van de motor. Verder rammelde er van alles en natuurlijk kregen we ook nog een lekke band. Onze chauffeur was echter onvermoeibaar vrolijk. Het meest indrukwekkend was het enorme, lege strand, waar vroeger de finish was. De zee is hier prachtig ruig. Helaas zo ruig dat hier jaarlijks zo'n 70 vissers om het leven komen. Je ziet heier helemaal niemand, tot de jeep even stopt, dan komen er plotseling overal verkopers aanrennen.
dinsdag, januari 19, 2016
Kaapverdië - Boa Vista
Wil je een winterzon, uitstekende temperaturen (27 graden in januari) en daarvoor niet te lang vliegen? Dan is Kaapverdië zeker een aanrader. Wel is het zaak niet te lang te wachten, het toerisme staat nu nog in de kinderschoenen, maar je kunt erop wachten tot de massa's uit Egypte, Turkije en Tunesië hier neerstrijken.
In totaal heeft Kaapverdië 10 eilanden, waarvan Sal en Boa Vista nu nog het populairste zijn. Wij kozen voor Boa Vista, het eiland dat het dichtste bij de kust van Senegal ligt. Er wonen zo'n 12.000 mensen, die als levensmotto " no stress" aanhangen. Vrijwel alle inwoners leven in de plaats Sal Rei, de hoofdstad van het eiland. Hierdoor is de rest van het eiland, op wat zand en steppestruiken na, leeg. Weinig te doen? Dat valt wel mee, je moet het alleen wel zelf zoeken. Een groot deel van de toeristen komen hun resort niet af. Dat is erg jammer, want wij hebben wel degelijk leuke dingen
gezien.
Ook hoorde ik mensen klagen dat er geen cultuur is en dat de mensen daar zelfs helemaal geen cultuur zouden hebben. Grote onzin natuurlijk; overal is cultuur. In Kaapverdië weliswaar niet met een grote C, er is geen Louvre, etc. Wel hebben de mensen een geheel eigen volkscultuur met een eigen levensvisie, eigen muziek (Morna en Funana) en eigen beeldende kunst. Je moet het willen zien, maar dan ben je ook een ervaring rijker.
Wordt vervolgd.
In totaal heeft Kaapverdië 10 eilanden, waarvan Sal en Boa Vista nu nog het populairste zijn. Wij kozen voor Boa Vista, het eiland dat het dichtste bij de kust van Senegal ligt. Er wonen zo'n 12.000 mensen, die als levensmotto " no stress" aanhangen. Vrijwel alle inwoners leven in de plaats Sal Rei, de hoofdstad van het eiland. Hierdoor is de rest van het eiland, op wat zand en steppestruiken na, leeg. Weinig te doen? Dat valt wel mee, je moet het alleen wel zelf zoeken. Een groot deel van de toeristen komen hun resort niet af. Dat is erg jammer, want wij hebben wel degelijk leuke dingen
gezien. Ook hoorde ik mensen klagen dat er geen cultuur is en dat de mensen daar zelfs helemaal geen cultuur zouden hebben. Grote onzin natuurlijk; overal is cultuur. In Kaapverdië weliswaar niet met een grote C, er is geen Louvre, etc. Wel hebben de mensen een geheel eigen volkscultuur met een eigen levensvisie, eigen muziek (Morna en Funana) en eigen beeldende kunst. Je moet het willen zien, maar dan ben je ook een ervaring rijker.
Wordt vervolgd.
Abonneren op:
Posts (Atom)











