Posts tonen met het label #geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #geschiedenis. Alle posts tonen

zaterdag, april 25, 2026

Vila Galé Albacora (Arraial Ferreira Neto): verborgen parel bij Tavira, Algarve Portugal

Ik had eerlijk gezegd altijd het beeld dat de Algarve in Portugal synoniem stond voor beton, hoogbouw en massatoerisme, een plek waar ik nog niet dood gevonden wilde worden. De westkant van de regio deed ook weinig om dat vooroordeel weg te nemen. Maar in het oosten ontdekte ik, bijna per ongeluk, een zeldzame parel zo dicht bij huis. Dit stukje Algarve in Portugal voelt totaal anders dan het beeld dat ik had. Het is een plek die zich niet aan je opdringt, maar zich langzaam prijsgeeft en juist daardoor iets in je losmaakt. In dit oude tonijnvissersdorp is de tijd niet verdwenen, maar als een zachte deken over het verleden heen gaan liggen. Je voelt dat bij Hotel VilaGalé Albacora. Eigenlijk moet ik zeggen Arraial Ferreira Neto, zoals het dorp oorspronkelijk heette.

Dit was nooit zomaar een dorp. Het werd in 1943 in één keer gebouwd, speciaal voor de tonijnvisserij. Geen plek die langzaam groeide, maar een gemeenschap die doelgericht werd neergezet rond één ding: tonijnvissen. Er waren woningen voor vissers en hun gezinnen, een school, een kapel, opslagruimtes en werkplaatsen. Alles stond in het teken van de Armação, de traditionele manier van tonijn vangen met vaste netten. In het seizoen kwam het dorp tot leven, daarna viel het weer stil. Een ritme dat bepaald werd door de zee.

Totdat dat ritme stopte. In de jaren 60 begon de neergang en in 1972 werd het dorp definitief verlaten. En dat is misschien wel het meest voelbare hier: dat dit geen plek is die langzaam leegliep, maar een plek die zijn reden van bestaan verloor. De huizen bleven staan, maar zonder stemmen. De straten zonder voetstappen. Jarenlang was dit een verlaten dorp, een plek waar alleen de wind en het zout nog hun werk deden. Je kunt je bijna voorstellen dat het hier ’s avonds niet alleen stil was, maar ook geladen. Niet eng, maar vol herinnering. 

Pas in 1999 kwam er weer leven in deze plaats, toen het werd gerestaureerd en heropend als Hotel Vila Galé Albacora. Maar ze hebben hier iets zeldzaams gedaan: ze hebben het dorp niet veranderd in een decor, maar het gelaten zoals het was. De structuur bleef, de gebouwen bleven, en daarmee ook het gevoel dat je hier niet in een hotel bent, maar op een plek met een verleden dat nog niet verdwenen is. En dat voel je. De lage huisjes, de smalle straatjes met kinderkopjes, de muren in zachte okertinten, alles ademt een leven dat hier ooit echt was. Als je er doorheen loopt, voelt het niet alsof je ergens logeert, maar alsof je ergens te gast bent, waar de tijd een beetje stil is blijven staan.

In het kleine museum komen die mensen van weleer ineens dichtbij. Mannen die met enorme tonijnen poseren, gezinnen die hier woonden, werkten, leefden. Dan kijk je naar je eigen kamer, die eerlijk gezegd vrij klein is, en dan vraag je je af: hoe leefden zij hier met een heel gezin? Hoe klonk dat, hoe rook dat, hoeveel ruimte had je om even alleen te zijn? Waar sliep het hele gezin? Het maakt iets los. Het haalt het hotel als decor weg en laat het menselijke weer zichtbaar worden.

Er is hier een rust die moeilijk uit te leggen is. Geen opgelegde stilte, maar een soort vanzelfsprekende kalmte. Alsof de plek zelf geen haast kent. Overdag is het al voelbaar, maar ’s avonds wordt het bijna tastbaar. Dan valt er iets over het terrein heen wat je alleen maar kunt ervaren. Geen lawaai, geen drukte, alleen vogelgekwetter en, minder romantisch, het gezoem van muggen. En toch dat stille besef dat alles klopt, alsof het leven hier even precies is zoals het bedoeld is. Dan zit je daar, in je kleine tuintje bij je kamer. Je eigen stukje, omsloten door groen, met uitzicht op die eenvoudige huizen die ooit vol leven zaten. En gek genoeg voelt het niet als een hotelkamer, maar als iets dat dichter bij thuis ligt. Alsof je er even bij hoort.

Wat het misschien nog bijzonderder maakt, is dat het oude leven hier niet alleen zichtbaar is, maar nog steeds een plek heeft. De school, de kerk en het museum zijn geen decorstukken, maar ankers van wat hier was. Je loopt een kapel binnen en het licht valt door een gekleurd raam precies op het altaar en je beseft dat dit ooit het centrum van een gemeenschap was.

En dan is er kat Shiva. Ze gedraagt zich alsof ze de leiding heeft over het hotel en misschien is dat ook wel zo. Ze verwelkomt de gasten, loopt met je mee om de weg naar het ontbijt te wijzen. Ze weet precies waar je moet zijn. En tussendoor ligt ze op een bank in de lobby te slapen, alsof alles onder controle is.

En alsof dat nog niet genoeg is, ligt deze plek ook nog eens midden in het natuurgebied Ria Formosa, een eindje buiten Tavira. Dat contrast is misschien wel het mooiste van alles. Overdag of ’s avonds in Tavira, overigens een prachtige stad, maar daarover later meer, en dan terug. Met een Uber die eerst nog door de drukte van de stad rijdt en dan ineens de weg opgaat door het natuurgebied. Donkerder, stiller, opener. En dan kom je hier weer aan en stap je opnieuw die andere wereld binnen. Alsof je niet alleen een afstand hebt afgelegd, maar ook een laag van de werkelijkheid achter je laat.

Misschien is dat wel de kern van deze plek. Dat niets hier hard roept om aandacht, maar alles wel iets zegt. In de geschiedenis die nog in de muren zit, in de stilte van de avond, in de foto’s van de vissers, in de kleine kamers die je dwingen na te denken over hoe anders het leven kan zijn.

Ik had dit nooit verwacht van de Algarve. Maar misschien zit het geheim juist daarin. Dat je soms, op een plek die je al denkt te kennen, ineens een wereld binnenstapt die daar al die tijd gewoon was. Verlaten, bewaard en uiteindelijk opnieuw tot leven gekomen, zonder zijn ziel te verliezen.


zondag, februari 08, 2026

Van visionair tot verdachte: het tragische lot van Alan Turing

Zonder Alan Turing geen computer, geen software en geen kunstmatige intelligentie. Alles wat vandaag vanzelfsprekend is in de digitale wereld, van algoritmes tot chatbots, rust op ideeën die hij bijna een eeuw geleden al formuleerde. En tegelijk is zijn levensverhaal tragisch en vol uitsluiting, met een nog triester einde.

Turing werd geboren op 23 juni 1912 in Londen. Al jong blonk hij uit in wiskunde en logica, maar sociaal was hij een buitenstaander. De dood van zijn jeugdvriend Christopher Morcom in 1930 had een grote invloed op hem en versterkte zijn interesse in vragen over denken, bewustzijn en natuurwetten (Hodges, 1983).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Turing in Bletchley Park aan het breken van de Duitse Enigma-codes. Hij speelde een sleutelrol bij de ontwikkeling van de Bombe, een machine die hielp om versleutelde berichten te ontcijferen. Historici gaan ervan uit dat dit werk de oorlog met een tot twee jaar heeft verkort en miljoenen levens heeft gered (Copeland, 2012).

Na de oorlog werkte Turing aan vroege computers zoals de Automatic Computing Engine en de Manchester Mark I, een van de eerste elektronische computers met een opgeslagen programma. In 1950 publiceerde hij Computing Machinery and Intelligence, waarin hij de beroemde vraag stelde: kunnen machines denken? Zijn voorstel, de Turingtest, is nog altijd het vertrekpunt voor discussies over AI en chatbots die menselijk taalgebruik nadoen (Turing, 1950).

In 1950 publiceerde hij Computing Machinery and Intelligence, waarin hij de beroemde vraag stelde: kunnen machines denken? Zijn voorstel, de Turingtest, is nog altijd het vertrekpunt voor discussies over AI. Moderne chatbots zoals ChatGPT werken weliswaar heel anders dan Turing zich voorstelde, via statistische berekeningen op enorme hoeveelheden tekst, maar bouwen voort op zijn fundamentele vraag: wanneer gedraagt een machine zich menselijk genoeg om intelligent genoemd te worden? (Turing, 1950).

In 1952 werd Turing veroordeeld, omdat hij homoseksueel was, in die tijd nog strafbaar in het Verenigd Koninkrijk. Hij kreeg de keuze tussen gevangenisstraf of chemische castratie en verloor zijn veiligheidsmachtiging. De hormonale behandeling had zware lichamelijke en psychische gevolgen. Op 7 juni 1954 werd hij dood aangetroffen in zijn huis in Wilmslow, waarschijnlijk door zelfmoord met cyanide (Hodges, 1983).

Pas veel later kwam eerherstel. In 2009 bood de Britse regering excuses aan, in 2013 kreeg hij postuum pardon en sinds 2021 siert zijn portret het Britse vijftigpondsbiljet. Inmiddels zijn er ook standbeelden van Alan Turing, onder meer in Manchester. En is zijn oude werkplek in Bletchley Park uitgegroeid tot een museum waar zijn rol in de geschiedenis van computers centraal staat. Wat ooit werd verzwegen, wordt nu zichtbaar herdacht.

Elke keer dat je een CAPTCHA invult of een gesprek voert met ChatGPT, werk je met ideeën die ooit begonnen bij een uitzonderlijk genie. We danken onze digitale wereld aan een denker die zijn eigen samenleving liever kwijt dan rijk was.

Bronnen: A.M. Turing, On Computable Numbers, 1936; A.M. Turing, Computing Machinery and Intelligence, 1950; A.M. Turing, The Chemical Basis of Morphogenesis, 1952; Andrew Hodges, Alan Turing: The Enigma, 1983; B.J. Copeland, Turing: Pioneer of the Information Age, 2012.