Posts tonen met het label #reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #reizen. Alle posts tonen

dinsdag, mei 19, 2026

Jaanchi van Westpunt, een stukje Curaçao met karakter

Lang geleden kwam ik voor het eerst op Curaçao. Zoals dat soms gaat met reizen, weet je achteraf niet meer precies wat je allemaal die keer hebt gezien, maar je weet nog wel wat je voelde. Bij mij was dat vooral Bandabou. Daar zat voor mij het Curaçao dat ik wilde onthouden. Ruiger, oorspronkelijker, vriendelijker en mooier. Bandariba had voor mij meer van hetzelfde, een eenheidsworst in tropische verpakking. Maar Bandabou had (en heeft), warmte en karakter.

En in Westpunt had je Jaanchi. Het restaurant was niet alleen een plek waar eten op tafel kwam, het was meer een belevenis. De man zelf, Jan Christiaan, beter bekend als Jaanchi of The Walking Menu, kwam aan tafel en vertelde wat er die dag te eten was. Terwijl Jaanchi dat vertelde, beeldde hij de menukaart uit met gebaren, humor en mimiek. Kip, geit, vis, leguaan.

Jaanchi is onlangs overleden, op 77-jarige leeftijd. Daarmee is Curaçao niet zomaar een restauranteigenaar kwijt, maar een icoon. Zijn restaurant wordt beschreven als het oudste restaurant van Curaçao; volgens zijn nicht Jo-Anne Bakhuis-Da Costa Gomez begon zijn grootvader het restaurant in 1936 en zou de familie dit jaar het 90-jarig bestaan vieren. Jaanchi zelf droeg het restaurant 58 jaar lang.

Wat Jaanchi bijzonder maakte, was niet alleen dat hij eten serveerde. Hij serveerde aandacht. En dat is zeldzamer dan geit, vis of leguaan. Hij liep niet langs de tafels, omdat dat nu eenmaal bij zijn werk hoorde. Hij maakte van elke tafel even een ontmoeting. Dat is een vorm van gastvrijheid die je niet kunt aanleren in een hospitalitytraining. Je hebt het, of je hebt het niet. Jaanchi had het.

Zijn nicht schreef een prachtig stuk over hem. Daaruit spreekt iets wat je tegenwoordig bijna ouderwets zou noemen, maar wat eigenlijk tijdloos is: hard werken, niet stilzitten, dienstbaarheid, familie, trouw aan een plek en echte aandacht voor mensen. Dat voelde je ook als bezoeker. Jaanchi’s was geen decor dat voor toeristen was neergezet. Het was gegroeid, verzameld, geleefd. Een plek met een ziel.

Ik weet nog goed dat ik er voor het eerst kwam. Ik vond het meteen gezellig. Niet gestileerd gezellig, maar echt gezellig. Alles klopte gewoon. Curaçao heeft daarna nooit meer dezelfde overweldigende indruk op mij gemaakt als die eerste keer. En Jaanchi hoorde bij die eerste indruk. Michael heeft er zelfs voor het eerst leguaan gegeten. Ik niet. Ik had thuis namelijk zelf een leguaan als huisdier, Rabin. En hoe enthousiast Jaanchi het menu ook uitbeeldde, bij leguaan zag ik toch vooral mijn eigen huisgenoot voor me.

Curaçao is een icoon armer. Westpunt is stiller geworden. Maar wie ooit bij Jaanchi heeft gegeten, vergeet hem nooit meer. Een man die van eten een ontmoeting maakte en van een restaurant een begrip.


zaterdag, april 25, 2026

Vila Galé Albacora (Arraial Ferreira Neto): verborgen parel bij Tavira, Algarve Portugal

Ik had eerlijk gezegd altijd het beeld dat de Algarve in Portugal synoniem stond voor beton, hoogbouw en massatoerisme, een plek waar ik nog niet dood gevonden wilde worden. De westkant van de regio deed ook weinig om dat vooroordeel weg te nemen. Maar in het oosten ontdekte ik, bijna per ongeluk, een zeldzame parel zo dicht bij huis. Dit stukje Algarve in Portugal voelt totaal anders dan het beeld dat ik had. Het is een plek die zich niet aan je opdringt, maar zich langzaam prijsgeeft en juist daardoor iets in je losmaakt. In dit oude tonijnvissersdorp is de tijd niet verdwenen, maar als een zachte deken over het verleden heen gaan liggen. Je voelt dat bij Hotel VilaGalé Albacora. Eigenlijk moet ik zeggen Arraial Ferreira Neto, zoals het dorp oorspronkelijk heette.

Dit was nooit zomaar een dorp. Het werd in 1943 in één keer gebouwd, speciaal voor de tonijnvisserij. Geen plek die langzaam groeide, maar een gemeenschap die doelgericht werd neergezet rond één ding: tonijnvissen. Er waren woningen voor vissers en hun gezinnen, een school, een kapel, opslagruimtes en werkplaatsen. Alles stond in het teken van de Armação, de traditionele manier van tonijn vangen met vaste netten. In het seizoen kwam het dorp tot leven, daarna viel het weer stil. Een ritme dat bepaald werd door de zee.

Totdat dat ritme stopte. In de jaren 60 begon de neergang en in 1972 werd het dorp definitief verlaten. En dat is misschien wel het meest voelbare hier: dat dit geen plek is die langzaam leegliep, maar een plek die zijn reden van bestaan verloor. De huizen bleven staan, maar zonder stemmen. De straten zonder voetstappen. Jarenlang was dit een verlaten dorp, een plek waar alleen de wind en het zout nog hun werk deden. Je kunt je bijna voorstellen dat het hier ’s avonds niet alleen stil was, maar ook geladen. Niet eng, maar vol herinnering. 

Pas in 1999 kwam er weer leven in deze plaats, toen het werd gerestaureerd en heropend als Hotel Vila Galé Albacora. Maar ze hebben hier iets zeldzaams gedaan: ze hebben het dorp niet veranderd in een decor, maar het gelaten zoals het was. De structuur bleef, de gebouwen bleven, en daarmee ook het gevoel dat je hier niet in een hotel bent, maar op een plek met een verleden dat nog niet verdwenen is. En dat voel je. De lage huisjes, de smalle straatjes met kinderkopjes, de muren in zachte okertinten, alles ademt een leven dat hier ooit echt was. Als je er doorheen loopt, voelt het niet alsof je ergens logeert, maar alsof je ergens te gast bent, waar de tijd een beetje stil is blijven staan.

In het kleine museum komen die mensen van weleer ineens dichtbij. Mannen die met enorme tonijnen poseren, gezinnen die hier woonden, werkten, leefden. Dan kijk je naar je eigen kamer, die eerlijk gezegd vrij klein is, en dan vraag je je af: hoe leefden zij hier met een heel gezin? Hoe klonk dat, hoe rook dat, hoeveel ruimte had je om even alleen te zijn? Waar sliep het hele gezin? Het maakt iets los. Het haalt het hotel als decor weg en laat het menselijke weer zichtbaar worden.

Er is hier een rust die moeilijk uit te leggen is. Geen opgelegde stilte, maar een soort vanzelfsprekende kalmte. Alsof de plek zelf geen haast kent. Overdag is het al voelbaar, maar ’s avonds wordt het bijna tastbaar. Dan valt er iets over het terrein heen wat je alleen maar kunt ervaren. Geen lawaai, geen drukte, alleen vogelgekwetter en, minder romantisch, het gezoem van muggen. En toch dat stille besef dat alles klopt, alsof het leven hier even precies is zoals het bedoeld is. Dan zit je daar, in je kleine tuintje bij je kamer. Je eigen stukje, omsloten door groen, met uitzicht op die eenvoudige huizen die ooit vol leven zaten. En gek genoeg voelt het niet als een hotelkamer, maar als iets dat dichter bij thuis ligt. Alsof je er even bij hoort.

Wat het misschien nog bijzonderder maakt, is dat het oude leven hier niet alleen zichtbaar is, maar nog steeds een plek heeft. De school, de kerk en het museum zijn geen decorstukken, maar ankers van wat hier was. Je loopt een kapel binnen en het licht valt door een gekleurd raam precies op het altaar en je beseft dat dit ooit het centrum van een gemeenschap was.

En dan is er kat Shiva. Ze gedraagt zich alsof ze de leiding heeft over het hotel en misschien is dat ook wel zo. Ze verwelkomt de gasten, loopt met je mee om de weg naar het ontbijt te wijzen. Ze weet precies waar je moet zijn. En tussendoor ligt ze op een bank in de lobby te slapen, alsof alles onder controle is.

En alsof dat nog niet genoeg is, ligt deze plek ook nog eens midden in het natuurgebied Ria Formosa, een eindje buiten Tavira. Dat contrast is misschien wel het mooiste van alles. Overdag of ’s avonds in Tavira, overigens een prachtige stad, maar daarover later meer, en dan terug. Met een Uber die eerst nog door de drukte van de stad rijdt en dan ineens de weg opgaat door het natuurgebied. Donkerder, stiller, opener. En dan kom je hier weer aan en stap je opnieuw die andere wereld binnen. Alsof je niet alleen een afstand hebt afgelegd, maar ook een laag van de werkelijkheid achter je laat.

Misschien is dat wel de kern van deze plek. Dat niets hier hard roept om aandacht, maar alles wel iets zegt. In de geschiedenis die nog in de muren zit, in de stilte van de avond, in de foto’s van de vissers, in de kleine kamers die je dwingen na te denken over hoe anders het leven kan zijn.

Ik had dit nooit verwacht van de Algarve. Maar misschien zit het geheim juist daarin. Dat je soms, op een plek die je al denkt te kennen, ineens een wereld binnenstapt die daar al die tijd gewoon was. Verlaten, bewaard en uiteindelijk opnieuw tot leven gekomen, zonder zijn ziel te verliezen.


dinsdag, januari 20, 2026

Hoe slecht is onze topografische kennis eigenlijk? Zelfs TUI raakt de weg kwijt in Griekenland

Het is niet best gesteld met de topografische kennis van jongeren in Nederland. Uit een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs in 2022-2023 blijkt dat er sprake is van een middelgrote tot grote daling in de topografische kennis. Dat is op zich al zorgelijk, maar het wordt pas echt spannend als zo iemand later bij TUI gaat werken. 

Een van deze leerlingen, waarschijnlijk die met de grote daling in kennis, kreeg bij TUI de opdracht om de Griekenlandvakanties samen te stellen en op de TUI-website te plaatsen. Het gevolg is dat als je naar Panormos op Kalymnos wilt, je naar Heraklion (Kreta) vliegt. Dat is maar liefst 535 kilometer en 17 uur varen op een veerboot verder. Gelukkig kun je een transfer bijboeken.Wie bij TUI boekt, krijgt er soms gratis een cursus eilandhoppen bij. Vakantiegevoel gegarandeerd, maar niet helemaal volgens plan.

Toevallig ben ik vaak op Kalymnos geweest en dan vlieg je naar Kos, dat praktich om de hoek ligt. Toch is de verwarring bij de TUI-medewerker een klein beetje te begrijpen. Het gaat hier om Kastelli Studios en Apartments in Panormos. En ja, Panormos en Kastelli bestaan allebei zowel op Kalymnos als op Kreta. Dat gebeurt in Griekenland voortdurend. Kijk maar eens hoeveel eilanden een plaats hebben die Chora heet. Niet zo vreemd, want Chora betekent simpelweg ‘dorp’.

Als je vakanties samenstelt voor duizenden reizigers, mag je hopen dat iemand even op de kaart kijkt. Moraal van het verhaal: vertrouw niet blind op TUI, maar check altijd of je accommodatie echt op het eiland ligt waar je heen wilt. Anders begint je Griekse eilanddroom heel avontuurlijk… op het verkeerde eiland.