Posts tonen met het label #migratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #migratie. Alle posts tonen

maandag, mei 18, 2026

Schipper, mag ik overvaren? Ja, want Europa betaalt

Toen wij nog vaak naar Telendos gingen, zagen wij soms vreemde taferelen. Niet alleen op het eiland zelf, maar ook op zee, tussen de eilanden in. Wat we in 2015 zagen, krijgt nu, jaren later, alsnog een staartje.

Telendos is zo’n plek waar je makkelijk vergeet dat de wereld bestaat. Een klein eiland tegenover Kalymnos, met terrassen aan het water, rotsen in de zon en dat typische Griekse gevoel. Maar in 2015 was de wereld daar ineens heel dichtbij. Vanaf een idyllisch terras zagen wij dagelijks open boten voorbijkomen met vluchtelingen. Honderden mensen, meerdere keren per dag. Ze werden van het eiland Leros richting Kalymnos vervoerd. In de haven van Kalymnos was een tentenkamp ingericht. Veel mensen bleven daar niet lang, want de meeste vluchtelingen wilden verder: naar Athene, het vasteland en de rest van Europa.

Het terras was daardoor al snel niet meer idyllisch. Eerst kijk je nog naar zee. Daarna kijk je naar mensen. En dan begint het praten. Zoals dat nu op sociale media gebeurt, gebeurde het toen gewoon aan tafeltjes met ouzo, koffie en Mythos. Binnen de kortste keren was het hele terras verdeeld. De een vond dat vluchtelingen geholpen moesten worden. De ander vond dat het eiland overspoeld werd. Soms leek het alsof wie kritiek had, moreel geen recht meer had om nog op het eiland te komen.

Ook onder eilandbewoners zelf hing spanning. Er werd met afgunst gekeken naar de plaatselijke schippers, die volgens sommigen veel geld verdienden aan het vervoer van vluchtelingen. Of dat werkelijk om enorme bedragen ging, viel voor ons natuurlijk niet te controleren. Op kleine eilanden groeit een verhaal snel uit tot een waarheid. Zeker op eilanden waar vetes, roddel en achterklap soms net zo hard waaien als de Meltemi.

Jaren later duikt nu op sociale media opnieuw zo’n verhaal op. De schippers zouden nu worden aangesproken op hun rol, omdat zij destijds ook mensen zouden hebben vervoerd die later betrokken waren bij terroristische aanslagen in Europa. Vooral de aanslagen in Parijs in 2015 worden daarbij genoemd. Dat maakt zo’n verhaal meteen explosief. Vluchtelingen, Griekenland, Europees geld, terrorisme: alles zit erin. Maar de werkelijkheid is ingewikkelder.

Wat wel vaststaat, is dat Griekenland in die jaren veel Europees geld kreeg voor de opvang en verplaatsing van vluchtelingen en asielzoekers. In Europese overzichten wordt expliciet gesproken over financiering voor onder meer opvang, voeding, gezondheidszorg en vervoer naar het vasteland. Ook klopt het dat enkele daders van de aanslagen in Parijs via Griekenland Europa zijn binnengekomen. Griekse media schreven destijds over mannen die via Leros waren geregistreerd en daarna verder reisden. Proto Thema beschreef bijvoorbeeld hoe twee latere zelfmoordterroristen op 3 oktober 2015 bij Farmakonisi aankwamen, samen met anderen, waarna zij via Leros in het registratiesysteem terechtkwamen en later verder reisden.

Daar houdt de harde zekerheid grotendeels op. Ik heb geen betrouwbare Griekse nieuwsbron gevonden waarin lokale schippers officieel worden beschuldigd, omdat zij terroristen zouden hebben vervoerd. Iemand vervoeren in een chaotische vluchtelingencrisis is niet hetzelfde als weten wie iemand is. Een schipper controleert geen paspoorten. Een eilandbewoner voert geen veiligheidsanalyse uit. En in 2015 was de situatie op de Griekse eilanden vaak zo chaotisch dat zelfs officiële instanties moeite hadden om iedereen goed te registreren.

Wat wij op Telendos zagen, was in ieder geval echt, net als de boten, de mensen, de spanning op het terras en de jaloezie op het eiland. De waarheid van 2015 ligt ergens tussen zee, geld, noodhulp, mensensmokkel, Europees beleid en eilandroddel in. En misschien is dat wel het wrange: op een klein Grieks eiland zag je toen al waar Europa op uit zou draaien. Niet als ideaal, maar als crisis die langzaam langs je terras voer.

 

donderdag, februari 12, 2026

Jutta, Jake en de lege kassa van Shri

Tussen lava en lobby zat een Indiër op een krukje. Zijn winkeltje in Hotel Seaside Jameos op Lanzarote was klein, maar tegelijk oneindig. Alles lag er. Slippers, zonnebrand in elke denkbare factor, magneten, armbandjes, speelgoed, tassen, zonnebrillen, sieraden, tandpasta, opladers, flessen water, tassen, nog meer zonnebrand. Je kon er nauwelijks lopen zo vol was het winkeltje.

Je zag het zo voor je: de vertegenwoordigers die ooit binnenstapten met hun koffers vol troep en hun zinnen vol beloften. “Dit verkoopt zichzelf.” “In zo’n hotel loopt dat als een trein.” “Goudmijn.” Ze moeten de man een toekomst met gouden bergen hebben beloofd, waarin toeristen elkaar verdringen om zonnebrand en sleutelhangers. Hij had alles wat iemand maar kon vragen, alleen geen klanten.

Ik was mijn slippers vergeten. Dat werd zijn hoogtepunt van de week. Hij leefde op, vertelde dat Nederlanders twee maten groter moeten nemen, omdat Nederlanders grote voeten hebben. Hij zei het met de ernst van een podoloog. En het klopte nog ook. Hij had hele volkeren gereduceerd tot schoenmaten. Duitsers zus, Engelsen zo, Nederlanders standaard twee maten groter. Het was zijn eigen wereldatlas in rubber en plastic. Alsof landen zich laten samenvatten in schoenmaten.

Op mijn bankapp zag ik dat de winkel Shri Ganesh heette. We noemden hem daarom Shri. Vast niet zijn echte naam. Ganesha, de hindoegod van voorspoed en het wegnemen van obstakels. Veel Indiase families op de Canarische Eilanden zijn ooit gekomen om handel te drijven. Ondernemersbloed, doorzetters, familiebanden en een verhaal van kansen en succes.

Maar Shri zat daar meestal alleen, op zijn krukje. Achter hem een klein altaar met een beeldje van Ganesh en een stokje wierook. Voor hem schappen vol producten die zichzelf volgens de vertegenwoordigers zouden verkopen. Omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor religies, vroeg ik hem naar het altaar achter hem. Zijn reactie verraste me. Hij was afwijzend, bijna chagrijnig. Hij ging demonstratief rechtop en wat breder zitten, precies voor het altaar, zodat ik het niet meer kon zien. Alsof ik de duivel was en zijn altaar met een blik kon ontwijden. Misschien is geloof iets wat je niet tussen zonnebrandfactor 50 en opblaasflamingo’s wilt uitleggen.

De hele week zagen wij nauwelijks iemand iets kopen. En wij liepen er vaak langs; om op onze kamer te komen, moesten we steeds langs zijn winkel. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zat Shri op zijn krukje. Elke dag iets stiller. Ik moest steeds denken aan wat hij na een lange dag thuis aan zijn familie zou vertellen. “Nee, vandaag ook niet.” “Ja, het hotel zit vol.” ”Nee, ze kopen niets.” “Ja, ik heb alles.” En dan waarschijnlijk de vraag uit India of hij nog geld kan overmaken. Want in India klinkt Lanzarote als voorspoed, niet als een man op een krukje met een lege kassa.

Een keer was de winkel dicht. Toen wij langsliepen, kwam hij luid roepend uit het toilet gerend, broek nog half op de enkels, bang een klant te missen. We hadden niets nodig. Het was tegelijk komisch en pijnlijk. Soms lag hij naast zijn winkel op een oude katholieke kerkbank die in de hal stond, moedeloos voor zich uit te kijken. Het contrast kon niet groter zijn: een Indiase ondernemer onder het toeziend oog van Ganesh, uitgestrekt op een afgedankt katholiek bankje in een Canarisch hotel, wachtend op een klant die niet kwam.

Uit medelijden kocht Michael later nog een pet bij hem. Weer was hij door het dolle heen. Al zijn levenslust kwam terug. Hij gaf advies alsof het om haute couture ging, maakte het riempje millimeter voor millimeter op maat. Ik kocht ook nog een tasje. Even voelde hij zich weer ondernemer. Maar we konden moeilijk de hele winkel leegkopen. Een paar aankopen veranderen niets aan een week zonder klanten. Soms denk ik: als Jutta Leerdam en Jake Paul hier eens binnen zouden stappen. Voor het bedrag van één peperdure tas hadden ze waarschijnlijk zijn complete voorraad kunnen overnemen, inclusief de zonnebrand die “zichzelf verkoopt”. Maar zulke mensen kopen geen petjes in hotelgangen. Geld cirkelt graag rond geld en Shri zat niet in die baan.

Misschien is dat ook het verhaal over de Indiase gemeenschap op Lanzarote. Niet alleen succesverhalen. Soms ook een man in een hotelgang, met een winkel die volgens de vertegenwoordigers een goudmijn moest zijn, wachtend tot iemand zijn slippers vergeet.

Update: De slippers van Shri zijn inmiddels kapot. Dat is misschien wel de meest tastbare les van het verhaal: zelfs heilige slippers houden het geen eeuwigheid vol.