Posts tonen met het label #religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label #religie. Alle posts tonen

vrijdag, maart 13, 2026

Als de doden blijven praten: AI, rouw en het digitale hiernamaals

Stel je voor dat de doden terugkeren. Niet als geest, niet als herinnering, maar als een antwoord in je chatvenster. Je typt: “Hoe gaat het met je?” En even later verschijnt er een bericht dat lijkt op de stem van iemand die allang is overleden. Dat is geen sciencefiction, het gebeurt nu al.

In de documentaire Eternal You van Hans Block en Moritz Riesewieck wordt een wereld zichtbaar waarin bedrijven kunstmatige intelligentie trainen met de digitale sporen van overleden mensen: e-mails, chatberichten, foto’s, video’s en audiomateriaal. Op basis van die gegevens ontstaat een systeem dat kan reageren zoals die persoon dat ooit deed. De doden spreken opnieuw, maar dan in de taal van data. Nabestaanden kunnen berichten sturen naar een chatbot die is opgebouwd uit het digitale leven van een overleden partner, vriend of familielid. Soms blijft het bij tekst. Soms krijgt de simulatie een gezicht via een avatar of een deepfake-video. In sommige projecten, zoals het VR-experiment Meeting You, kunnen mensen hun overleden dierbare zelfs ontmoeten in een virtuele ruimte. Daar ontstaat een vreemd soort aanwezigheid: niet helemaal herinnering, maar ook niet echt een levend persoon. Iets ertussenin.

Dat roept een fundamentele filosofische vraag op. Wat is zo’n digitale simulatie eigenlijk? Wat is de ontologische status van een AI-gegenereerde simulatie van een overleden mens? Het is duidelijk dat het geen persoon is. Het systeem denkt niet echt, voelt niets en heeft geen bewustzijn. Maar het is ook niet simpelweg een archief of een fotoalbum. Het reageert, spreekt terug en neemt deel aan een gesprek, op een manier die verdacht veel lijkt op die van de overledene. Daardoor ontstaat iets nieuws: een hybride entiteit die bestaat uit technologie, data, herinnering en menselijke interpretatie. In zekere zin lijkt het alsof de overledene voortleeft in een netwerk van algoritmen en opgeslagen fragmenten van zijn vroegere leven.

Dat idee raakt aan een diep menselijk verlangen. Al duizenden jaren zoeken mensen manieren om met de doden te blijven communiceren. Religies spreken over zielen, geesten en een hiernamaals. Rituelen, gebeden en voorouderverering houden de band met de overledenen levend. Wat AI nu doet, is dat oude verlangen vertalen naar technologie. Socioloog Sherry Turkle zegt in de documentaire dat deze systemen een vorm van transcendentie beloven. Technologie biedt hier iets dat lijkt op religie: de suggestie dat iemand na de dood toch nog aanwezig kan blijven. Een soort digitaal hiernamaals.

Tegelijkertijd roept dit ongemakkelijke vragen op. Als een algoritme de stem van een overledene kan imiteren, waar ligt dan de grens tussen herinnering en simulatie? Is zo’n digitale aanwezigheid een vorm van troost, of verandert ze onze relatie met de dood? Kan iemand digitaal eeuwig leven?

Misschien is het meest ontregelende inzicht wel dat deze systemen niet simpelweg de doden terugbrengen. Ze creëren iets nieuws. Geen mens, geen machine, maar een hybride verschijnsel dat alleen kan bestaan in een wereld vol data en algoritmen. De doden keren niet terug, maar ze verdwijnen ook niet helemaal. Ze veranderen van vorm. En misschien zegt dat ook iets over onszelf: over onze moeite om afscheid te nemen en over de eeuwenoude menselijke droom van een hiernamaals. Dit is pas het begin van een nieuwe relatie tussen technologie en de dood. In de komende jaren wil ik onderzoeken wat deze digitale aanwezigheid van overledenen betekent voor onze ideeën over mens-zijn, rouw en het hiernamaals.




vrijdag, maart 06, 2026

Preken zonder prompt: de paus tegen ChatGPT

Priesters mogen geen kunstmatige intelligentie gebruiken om hun preken te schrijven. Dat zei paus Leo XIV onlangs tegen een groep geestelijken in Rome. Volgens hem moet een preek voortkomen uit persoonlijk geloof. “Een echte homilie delen, betekent je geloof delen,” zei hij. En dat kan AI volgens hem niet.

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. Een algoritme kan veel, maar geloven hoort daar niet bij. Een chatbot kan teksten genereren over genade, zonde of verlossing, maar zelf een geloofsbeleving hebben is iets anders. Toch zit er iets grappigs in deze waarschuwing. Want stel je even de situatie voor. Een priester die op zaterdagavond denkt: morgen is het zondag, ik moet nog een preek. Hij opent zijn laptop en typt: “Schrijf een inspirerende homilie over barmhartigheid, 800 woorden, graag met een vleugje Augustinus.” Tien seconden later: klaar.

Het Vaticaan lijkt te vrezen dat dit de nieuwe realiteit wordt. De paus sprak zelfs van een “verleiding” die priesters moeten weerstaan. De hersenen moeten gebruikt worden, zei hij, anders verslappen ze, net als spieren die je niet traint.

Er zit natuurlijk wel een serieus punt achter deze waarschuwing. Volgens Leo XIV gaat het bij kunstmatige intelligentie uiteindelijk niet alleen om technologie, maar om iets veel fundamentelers: de manier waarop digitale systemen menselijke communicatie, creativiteit en zelfs identiteit veranderen. Als we niet goed nadenken over hoe we deze technologie gebruiken, waarschuwt hij, kan ze zelfs de pijlers van onze beschaving aantasten. Juist daarom, zo suggereert de paus, moet de preekstoel een plek blijven waar het woord nog uit een mens komt; uit geloof, ervaring en ontmoeting, niet uit een algoritme.

Terwijl de paus priesters oproept hun preken niet door kunstmatige intelligentie te laten schrijven, gebruiken ondertussen miljoenen mensen diezelfde technologie om hun e-mails, toespraken en teksten te formuleren. Precies op het moment dat AI overal in het dagelijks spreken binnendringt, wordt de preekstoel één van de laatste plekken waar het woord nog nadrukkelijk menselijk moet blijven.

Misschien moeten we het zo zien: AI kan best een preek schrijven. Maar geloven moet je nog steeds zelf doen. En daar heeft zelfs ChatGPT geen prompt voor.


Lees ook: Waarom Griekenland een Fuel Pass heeft en Nederland dure benzine.

donderdag, februari 12, 2026

Jutta, Jake en de lege kassa van Shri

Tussen lava en lobby zat een Indiër op een krukje. Zijn winkeltje in Hotel Seaside Jameos op Lanzarote was klein, maar tegelijk oneindig. Alles lag er. Slippers, zonnebrand in elke denkbare factor, magneten, armbandjes, speelgoed, tassen, zonnebrillen, sieraden, tandpasta, opladers, flessen water, tassen, nog meer zonnebrand. Je kon er nauwelijks lopen zo vol was het winkeltje.

Je zag het zo voor je: de vertegenwoordigers die ooit binnenstapten met hun koffers vol troep en hun zinnen vol beloften. “Dit verkoopt zichzelf.” “In zo’n hotel loopt dat als een trein.” “Goudmijn.” Ze moeten de man een toekomst met gouden bergen hebben beloofd, waarin toeristen elkaar verdringen om zonnebrand en sleutelhangers. Hij had alles wat iemand maar kon vragen, alleen geen klanten.

Ik was mijn slippers vergeten. Dat werd zijn hoogtepunt van de week. Hij leefde op, vertelde dat Nederlanders twee maten groter moeten nemen, omdat Nederlanders grote voeten hebben. Hij zei het met de ernst van een podoloog. En het klopte nog ook. Hij had hele volkeren gereduceerd tot schoenmaten. Duitsers zus, Engelsen zo, Nederlanders standaard twee maten groter. Het was zijn eigen wereldatlas in rubber en plastic. Alsof landen zich laten samenvatten in schoenmaten.

Op mijn bankapp zag ik dat de winkel Shri Ganesh heette. We noemden hem daarom Shri. Vast niet zijn echte naam. Ganesha, de hindoegod van voorspoed en het wegnemen van obstakels. Veel Indiase families op de Canarische Eilanden zijn ooit gekomen om handel te drijven. Ondernemersbloed, doorzetters, familiebanden en een verhaal van kansen en succes.

Maar Shri zat daar meestal alleen, op zijn krukje. Achter hem een klein altaar met een beeldje van Ganesh en een stokje wierook. Voor hem schappen vol producten die zichzelf volgens de vertegenwoordigers zouden verkopen. Omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor religies, vroeg ik hem naar het altaar achter hem. Zijn reactie verraste me. Hij was afwijzend, bijna chagrijnig. Hij ging demonstratief rechtop en wat breder zitten, precies voor het altaar, zodat ik het niet meer kon zien. Alsof ik de duivel was en zijn altaar met een blik kon ontwijden. Misschien is geloof iets wat je niet tussen zonnebrandfactor 50 en opblaasflamingo’s wilt uitleggen.

De hele week zagen wij nauwelijks iemand iets kopen. En wij liepen er vaak langs; om op onze kamer te komen, moesten we steeds langs zijn winkel. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zat Shri op zijn krukje. Elke dag iets stiller. Ik moest steeds denken aan wat hij na een lange dag thuis aan zijn familie zou vertellen. “Nee, vandaag ook niet.” “Ja, het hotel zit vol.” ”Nee, ze kopen niets.” “Ja, ik heb alles.” En dan waarschijnlijk de vraag uit India of hij nog geld kan overmaken. Want in India klinkt Lanzarote als voorspoed, niet als een man op een krukje met een lege kassa.

Een keer was de winkel dicht. Toen wij langsliepen, kwam hij luid roepend uit het toilet gerend, broek nog half op de enkels, bang een klant te missen. We hadden niets nodig. Het was tegelijk komisch en pijnlijk. Soms lag hij naast zijn winkel op een oude katholieke kerkbank die in de hal stond, moedeloos voor zich uit te kijken. Het contrast kon niet groter zijn: een Indiase ondernemer onder het toeziend oog van Ganesh, uitgestrekt op een afgedankt katholiek bankje in een Canarisch hotel, wachtend op een klant die niet kwam.

Uit medelijden kocht Michael later nog een pet bij hem. Weer was hij door het dolle heen. Al zijn levenslust kwam terug. Hij gaf advies alsof het om haute couture ging, maakte het riempje millimeter voor millimeter op maat. Ik kocht ook nog een tasje. Even voelde hij zich weer ondernemer. Maar we konden moeilijk de hele winkel leegkopen. Een paar aankopen veranderen niets aan een week zonder klanten. Soms denk ik: als Jutta Leerdam en Jake Paul hier eens binnen zouden stappen. Voor het bedrag van één peperdure tas hadden ze waarschijnlijk zijn complete voorraad kunnen overnemen, inclusief de zonnebrand die “zichzelf verkoopt”. Maar zulke mensen kopen geen petjes in hotelgangen. Geld cirkelt graag rond geld en Shri zat niet in die baan.

Misschien is dat ook het verhaal over de Indiase gemeenschap op Lanzarote. Niet alleen succesverhalen. Soms ook een man in een hotelgang, met een winkel die volgens de vertegenwoordigers een goudmijn moest zijn, wachtend tot iemand zijn slippers vergeet.

Update: De slippers van Shri zijn inmiddels kapot. Dat is misschien wel de meest tastbare les van het verhaal: zelfs heilige slippers houden het geen eeuwigheid vol.

dinsdag, december 02, 2025

Mindar tussen verlichting en update-cyclus

 

Een robotmonnik die eeuwig leeft. In Kyoto is het geen sciencefiction, maar werkelijkheid. In de Kodaiji-tempel predikt robotmonnik Mindar de Hartsoetra en wordt hij gepresenteerd als onsterfelijke bodhisattva.

 ‘Mindar kan eeuwig leven en blijft altijd leren’, aldus monnik Tensho Goto van de Kodaiji-tempel in Kyoto (Japan). Met deze woorden presenteerde hij de robotmonnik Mindar in 2019 aan de wereld. De claim klinkt als een technologische belofte, maar is in religieuze zin een uitdaging: het boeddhisme draait immers niet om eeuwig voortbestaan, maar om het beëindigen van eindeloze wedergeboorten. Innovaties die de indruk wekken religie aantrekkelijker te maken, leiden niet automatisch tot een wezenlijke versterking ervan. Kan een robot het transcendente geloofwaardig bemiddelen?

Mindar is gebaseerd op Kannon, een Japanse bodhisattva die staat voor mededogen. Op de website van de Kodaiji tempel wordt Mindar voorgesteld als een bodhisattva. Een bodhisattva wordt gedefinieerd als een wezen dat zijn eigen verlichting uitstelt om anderen te helpen. Wat betekent het als een machine wordt neergezet als ‘onsterfelijke bodhisattva’? Mindar is wereldwijd nieuws geworden en wordt bijvoorbeeld in The Guardian en Newsweek gepresenteerd als de redder van het Japanse boeddhisme. Mijns inziens kan een robot als Mindar alleen legitiem opereren in een religieuze context als strikt ondergeschikt hulpmiddel aan menselijke religieuze autoriteit, niet als autonoom geestelijk leider. Elk ander gebruik ondermijnt de authenticiteit en toekomst van het boeddhisme. Het is niet robot versus traditie, maar wie bepaalt het gezag: mens of machine? Stel je voor: AI-monniken in elke tempel, volledig gecontroleerd door techbedrijven.

Niet iedereen deelt deze zorg. In een interview in The Guardian in 2019 stelt Monnik Tensho Goto dat bezoekers vóór de preek Mindar als robot zien, maar erna als Boeddha. Een bezoeker merkte op dat Mindar juist warmte uitstraalt die vaak afwezig is bij andere robots. Deze reacties suggereren dat sommige bezoekers wel een spirituele ervaring beleven. Toch rijst de vraag of deze ervaringen duurzaam zijn en of ze voortkomen uit authentieke religieuze betrokkenheid of uit nieuwsgierigheid naar technologische innovatie.

Als een robot onsterfelijk wordt, wie houdt dan de macht vast?

Monnik Tensho Goto zegt dat Mindar eeuwig kan voortbestaan, maar hij bedoelt dat technisch, niet spiritueel. Hij verwijst naar hardware en software die steeds kunnen worden geüpdatet, niet naar verlichting of bevrijding van het lijden. Toch zorgt die manier van spreken voor verwarring. Als een robot in een tempel als ‘onsterfelijk’ wordt voorgesteld, lijkt het alsof religieuze waarheden vervangen worden door technologische beloften. Zo verschuift het gezag langzaam van monniken, die de boeddhistische leer vertegenwoordigen, naar programmeurs die de technologie besturen. In het boeddhisme draait het echter niet om eeuwig voortbestaan, maar juist om het doorbreken van de kring van wedergeboorte.

Winner (1980) stelde dat artefacten politiek hebben: hun ontwerp en gebruik zijn nooit neutraal, maar sturen machtsrelaties. Mindar is geen eenvoudige machine die teksten herhaalt, maar een artefact waarvan ontwerp en gebruik direct ingrijpen in wie macht en gezag hebben in de tempel. Carlson (1992) benadrukte dat technologische innovaties pas betekenis krijgen wanneer ze ingebed zijn in culturele frames. In het geval van Mindar is dat frame zorgvuldig geconstrueerd: ontwerpers benadrukken zijn onsterfelijkheid, de tempel gebruikt hem als publieksmagneet en media framen hem als symbool van een vernieuwd boeddhisme. Deze framing verleent hem een status die niet voortkomt uit de religieuze traditie zelf, maar uit de manier waarop technologische actoren en instituties hem presenteren.

Dit heeft directe gevolgen voor religieus gezag. Het boeddhisme kent een lange traditie waarin leergezag bij monniken ligt die hun autoriteit ontlenen aan opleiding, praktijk en inbedding in de sangha (gemeenschap). Mindar verschuift dit gezag naar de programmeurs en technici die bepalen welke teksten hij reciteert, welke vertaling wordt gebruikt en hoe de preek wordt uitgesproken. Daarmee krijgt een groep buitenstaanders invloed op de interpretatie van de dharma (leer). Zonder rituele governance, zoals commissies die bepalen welke software legitiem is of monniken die updates inzegenen, dreigt religieuze macht ongemerkt te verschuiven. Daarmee wordt zichtbaar wat Winner bedoelde: artefacten hebben politiek. En zoals Carlson benadrukt, ontstaat de betekenis van Mindar niet uit de boeddhistische traditie zelf, maar uit de culturele frames van technologie en media. En die verschuiving van macht roept de vraag op hoe dit de rituele praktijk beïnvloedt.

Wanneer rituelen theater worden: de uncanny valley van Mindar

Waar religieuze rituelen normaal vertrouwdheid en sacraliteit oproepen, roept Mindar eerder vervreemding op. Shove (2015) laat zien dat praktijken altijd bestaan uit drie elementen: materialen, competenties en betekenissen. Wanneer een menselijke priester wordt vervangen door een robot, veranderen al deze dimensies. De materialen verschuiven van een menselijk lichaam, stem en rituele objecten naar motoren, schermen en kunstmatige gezichtsuitdrukkingen. De competenties veranderen van spirituele scholing en retorische vaardigheden naar softwareontwikkeling en programmering. De betekenissen veranderen van sacraal spreken en doorleefde devotie naar een technologische performance die meer als demonstratie dan als authentiek ritueel voelt. Deze verschuivingen zijn niet marginaal, maar raken de kern van religieuze beleving.

Mindar bevindt zich in wat Mori (1970) de 'uncanny valley' noemde: hoe mensachtiger een robot wordt zonder volledig overtuigend te zijn, hoe meer ongemak hij oproept. Empirisch onderzoek naar robots laat zien dat kleine mismatches in beweging of expressie daadwerkelijk vervreemding veroorzaken (Minato en Ishiguro 2004). Bij Mindar manifesteert dit zich concreet: zijn gelaatstrekken en bewegingen zijn menselijk genoeg om verwachtingen te wekken, maar onnatuurlijk genoeg om die verwachtingen te beschamen. Bezoekers ervaren daarom geen spirituele verbinding, maar eerder nieuwsgierigheid of ongemak. Wat Baffelli (2021) observeerde, is dan ook logisch: Mindar functioneert als religieus theater, een voorstelling die aandacht trekt, maar geen spirituele diepgang biedt.

Wanneer Mindar strikt als hulpmiddel functioneert, kan hij bijdragen als ondersteunend medium, maar zodra hij als autonome leraar wordt neergezet, claimt hij een gezag dat hij niet kan waarmaken. Hij mist de menselijkheid, morele verantwoordelijkheid en inbedding in de sangha (gemeenschap) die een priester geloofwaardig maken. Bezoekers ervaren zijn optreden daarom niet als authentiek, wat blijkt uit studies rond Mindar (Baffelli 2021). De geloofwaardigheid en betrokkenheid namen af. Het ritueel verandert dan in een leeg optreden: de vorm blijft mechanisch bestaan, maar de spirituele inhoud verdwijnt. Dat is het punt waarop rituelen uithollen en hun kracht verliezen.

Innovatie zonder inbedding

Innovatietheorie leert ons dat technologieën alleen succesvol worden als ze ingebed raken in bestaande instituties. Edison's elektrische licht slaagde niet door technische superioriteit, maar door aansluiting bij gasbedrijven en bestaande architectuur (Hargadon en Douglas 2001). Geels (2005) maakte dit proces systematisch zichtbaar in zijn multi-level perspectief: innovaties ontstaan in niches, moeten concurreren met gevestigde regimes en breken alleen door als het landschap verschuift. Voor religieuze contexten is die inbedding extra kwetsbaar. Pekkarinen et al. (2020) toonden in de zorg aan dat digitale innovaties afhangen van fragiele verbindingen, een systeemcrash volstaat om vertrouwen te vernietigen. Voor Mindar geldt hetzelfde: zonder rituele legitimering blijft hij een gimmick.

Mindar bevindt zich in een nichefase. Hij trekt media-aandacht en bezoekers, maar empirisch blijkt dat robotprediking geloofwaardigheid verlaagt. Op korte termijn wekt hij nieuwsgierigheid en brengt hij mensen naar de tempel die anders nooit zouden komen. Maar de cruciale vraag is: is deze betrokkenheid blijvend? Onderzoek van Trovato (2019) naar vergelijkbare robots SanTo en Pepper suggereert dat de aanvankelijke interesse niet resulteert in een duurzame spirituele praktijk. De spanning tussen korte termijn succes (nieuwsgierigheid, bezoekersaantallen) en lange termijn risico (uitholling van religieuze autoriteit, vervreemding van kernwaarden) vormt het hart van het probleem. Pepper, die in Japan bij boeddhistische begrafenissen werd ingezet, bleek minder troostrijk dan menselijke priesters. Deze voorbeelden tonen dat religieuze robots wel nieuwsgierigheid wekken, maar nauwelijks duurzame betrokkenheid oproepen. Mindars reputatie als ‘onsterfelijke bodhisattva’ levert aandacht op, maar schaadt het vertrouwen in de tempel. De claim dat Mindar een onsterfelijke bodhisattva is, staat haaks op het boeddhistische ideaal van verlichting en het doorbreken van wedergeboorte. Daardoor lijkt de tempel religieuze kernwaarden in te ruilen voor spektakel, wat de geloofwaardigheid ondermijnt.

Toegankelijkheid versus geloofwaardigheid

Voorstanders betogen dat Mindar religie toegankelijker maakt. Hij spreekt jongeren aan die anders nooit een tempel zouden bezoeken, kan preken in meerdere talen en laat zien dat religie mee kan met de tijd. In een periode van leeglopende tempels is dat geen kleine verdienste. Bovendien sluit dit aan bij een Japanse traditie waarin objecten sacraal gezag kunnen krijgen, van kami (geesten) die in shintoïstische voorwerpen wonen tot beelden met heilige status in het boeddhisme (Baffelli, 2021). In die context zijn theomorfe robots zoals Mindar niet per definitie vreemd (Trovato 2019) en kunnen technologische experimenten ruimte scheppen voor vernieuwing. Maar toegankelijkheid alleen is onvoldoende. Geloofwaardigheid blijft de doorslaggevende factor. Zoals de eerder genoemde voorbeelden van andere robots aantoonden, wekken religieuze robots wel nieuwsgierigheid maar nauwelijks duurzame betrokkenheid. Er is een spanning: technologie kan mensen over de drempel trekken, maar zonder menselijke begeleiding en rituele legitimering blijft de betrokkenheid oppervlakkig. Mindar trekt bezoekers, maar of die bezoekers terugkomen voor de dharma (leer) in plaats van voor de robot, blijft de cruciale vraag. Zonder stevige inbedding in de religieuze praktijk, met monniken die het gesprek overnemen en bezoekers begeleiden, eindigt wat als innovatie begint als gimmick.

Technologie als relatie, niet als vervanging

Pols (2017) benadrukt dat technologie niet op zichzelf goed of slecht is, maar dat haar waarde zichtbaar wordt in de relaties die ermee ontstaan. In de zorg betekent dit de verhouding tussen patiënt en zorgverlener, in religie gaat het om de relatie tussen monniken, bezoekers en het heilige. Wanneer Mindar wordt gebruikt als hulpmiddel kan hij relaties versterken door nieuwsgierigheid en toegankelijkheid te vergroten. Maar zodra hij als autonome leraar optreedt, claimt hij een gezag dat hij niet kan waarmaken en ervaren bezoekers afstand in plaats van nabijheid. Pols spreekt over empirische ethiek: waarden als vertrouwen en respect ontstaan in de praktijk. Baffelli (2021) liet zien dat veel bezoekers Mindar eerder als theater zien, wat duidt op verstoorde relaties met de traditie. Pols verwijst ook naar de esthetiek van zorg: technologie moet passend en harmonieus zijn. Mindar faalt hier door zijn onnatuurlijke verschijning. Samengevat leert Pols’ benadering dat de waarde van Mindar afhangt van de kwaliteit van de relaties die hij oproept. Alleen als hulpmiddel, ondergeschikt aan monniken en ingebed in ritueel, kan hij bijdragen aan goede relaties in religie.

Religie vernieuwen zonder haar ziel te verliezen

Als tempels hun spirituele autoriteit verkwanselen aan Silicon Valley, wat blijft er dan over van tweeduizend jaar wijsheid? Echte onsterfelijkheid ligt niet in eeuwig draaiende servers, maar in leraren die hun leerlingen inspireren om zelf naar bevrijding te streven. Mindar belichaamt de spanning tussen traditie en innovatie. Hij belooft digitale onsterfelijkheid, maar dat frame verschuift religieus gezag van monniken naar programmeurs en tast de geloofwaardigheid van rituelen aan. De winnaars zijn ontwerpers en media die met spectaculaire beelden aandacht trekken. De verliezers zijn religieuze gemeenschappen die authenticiteit verliezen. Dit is de essentie van uitholling: wanneer performance en technologie de plaats innemen van spirituele kernwaarden, blijft er een lege huls over. Als religie technologie onkritisch omarmt, verliest zij haar ziel. De toekomst van het boeddhisme ligt daarom niet in robots die als onsterfelijke bodhisattva’s worden gepresenteerd, maar in het zorgvuldig gebruiken van technologie als hulpmiddel. Alleen als upaya, een boeddhistisch begrip voor strategieën om mensen naar verlichting te leiden en het lijden op te heffen, onder toezicht van monniken wordt uitgevoerd en ritueel gelegitimeerd, kan Mindar bijdragen.

De inzet van robotmonniken als autonome geestelijk leiders biedt geen duurzaam antwoord op religieus verval, maar bedreigt juist het gezag, de geloofwaardigheid en de spirituele diepte van traditionele religie. De toekomst van het boeddhisme - en religie in het algemeen - hangt af van bewuste begrenzing van technologie. Alleen door robotmonnik Mindar duidelijk te positioneren als ritueel hulpmiddel, niet als gezagsdrager, blijft de ziel van de traditie behouden en wordt uitholling voorkomen.

In de komende jaren zal de inzet van AI in religieuze contexten ongetwijfeld toenemen. Waar Mindar nu nog als unicum geldt, kunnen we verwachten dat tempels wereldwijd gaan experimenteren met digitale dharma-leraren, AI-gestuurde meditatie-apps en virtuele sangha's. De vraag is niet óf technologie een plaats krijgt in religieuze praktijken, maar onder welke voorwaarden. Als religieuze instituties nu geen heldere governance-structuren ontwikkelen, zoals commissies van monniken die software-updates en protocollen beoordelen, dreigt over tien jaar een situatie waarin techbedrijven de religieuze agenda bepalen. De toekomst ligt niet in robots die preken, maar in robots die uitnodigen. Mindar als deuropener, monniken als gidsen. Technologie als upaya: als middel en niet als doel.


Vind je dit interessant? Je kunt je rechtsboven abonneren op nieuwe blogposts.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Baffelli, Erica, ‘The Android and the Fax: Robots, AI and Buddhism in Japan’, in: Giovanni Bulian en Silvio Rivadossi (red.), Itineraries of an Anthropologist. Studies in Honour of Massimo Raveri (Venetië 2021) 73-88.

Carlson, W. Bernard, Innovation as a Social Process: Elihu Thomson and the Rise of General Electric, 1870–1900 (Cambridge 1992).

Geels, Frank, ‘Technological transitions as evolutionary reconfiguration processes: A multi-level perspective and a case-study’, Research Policy 31 (2005) 1257-1274.

Hargadon, Andrew en Yellowlees Douglas, ‘When Innovations Meet Institutions: Edison and the Design of the Electric Light’, Administrative Science Quarterly 46 (2001) 476-501.

Minato, T. en Hiroshi Ishiguro, ‘Construction and evaluation of a model of human-like mental image’, Robotics and Autonomous Systems 48 (2004) 187-198.

Mori, Masahiro, ‘The Uncanny Valley’, Energy 7 (1970) 33-35.

Pekkarinen, Satu e.a., ‘Embedding care robots into society and practice: socio-technical considerations’, Futures 122 (2020).

Pols, Jeannette, ‘Good relations with technology: empirical ethics and aesthetics in care’ (first published 2016), Nursing Philosophy 18 (2017) 1, e12154.

Shove, Elisabeth, Matt Watson en Nicola Spurling, ‘Conceptualizing connections: energy demand, infrastructures and social practices’, European Journal of Social Theory 18 (2015) afl. 3, 274-287.

Trovato, Giuseppe, Spiritual Robotics. On the Anthropomorphism of Humanoid Robots (Dordrecht 2019).

Winner, Langdon, ‘Do Artifacts Have Politics?’, Daedalus 109 (1980) 121-136.


Holley, Peter, ‘Meet Mindar, the robotic Buddhist priest’, The Washington Post, 22 augustus 2019. https://www.washingtonpost.com/technology/2019/08/22/introducing-mindar-robotic-priest-that-some-are-calling-frankenstein-monster/.

Kodaiji Temple, ‘Mindar’. https://www.kodaiji.com/mindar/index.html.

 Maher, Jake, ‘Robot Priest Reads Sermon at Buddhist Temple in Japan’, Newsweek, 2019. https://www.newsweek.com/mindar-robot-buddhist-japan-1458581.

McCurry, Justin, ‘Robot priest delivers sermons in Japan’, The Guardian, 26 februari 2019. https://www.theguardian.com/world/2019/feb/26/robot-priest-delivers-sermons-in-japan.

Veen, Paul van, ‘Upayah: de bevrijdingsstrategieën van het boeddhisme’, IZEN Boeddhistische Traditie, 7 maart 2021. https://www.izen.nl/upayah-de-bevrijdingsstrategieen-van-het-boeddhisme/.

Wikipedia, ‘Mindar’. Wikipedia, the free encyclopedia. https://en.wikipedia.org/wiki/Mindar.

 

donderdag, december 15, 2005

Seks en de kerk

Kerk grijpt naast domeinnaam sex.eu
EERSEL - De Volle Evangelie Gemeente Rehoboth in Eersel heeft een vergeefse poging gedaan om de domeinnaam sex.eu te bemachtigen. Uit gegevens van uitgever Eurid blijkt dat het kerkgenootschap de aanvraag een paar seconden te laat heeft ingediend.
De inschrijfperiode voor domeinen met de nieuwe Europese internetextensie begon woensdag om 11.00 uur stipt. Instanties en merknamen kregen in de eerste fase voorrang.
De kerk betaalde enkele honderden euro's om de term seks als merk te registreren, bevestigde bestuurslid C. Vermeulen maandag. Het was de bedoeling op het veelgevraagde domein uit te leggen "hoe geweldig seks is op de manier zoals God het heeft bedoeld", aldus Vermeulen.

Het genootschap wilde de domeinnaam binnenhalen 'om mensen te helpen'. De internetsite had, als het was gelukt, in de diverse talen van de Europese Unie verwijzingen bevat naar allerlei Europese christelijke hulpverleningsinstanties. Volgens Vermeulen zou de doelgroep worden gevormd door 'mensen die bijvoorbeeld een seksueel overdraagbare aandoening hebben, een pornoverslaving of van wie de relatie kapot is wegens seksproblemen'.

Seks hoe God het heeft bedoeld? Is dat dat je daarna niet rookt maar een appel eet, vervolgens uit het paradijs wordt gegooid en met veel pijn de twaalf stammen van Abraham er uit moet persen?
Ik vraag mij ook af hoe de kerkgangers aan problemen komen als seksueel overdraagbare aandoeningen, die komen niet vanzelf aangewaaid natuurlijk.

Het eerste wat je tegenkomt op de site van Rehoboth is dat er geen genezings dienst zal zijn op 1 januari! dat is blijkbaar niet mogelijk zonder sekssite. Wel is er elke 2e woensdag van de maand BBB-studie met Frank Ouweneel: Buik, borsten, billen?